Dans

Ballet van huis uit, met de stoel of het aanrecht als barre

Clément Coudry-Herlin en Iyamilé Ramos González zijn behalve danspartners ook privé een stel. Deze dagen treedt het duo buiten op, in het zicht van een verpleeghuis of verzorgingscentrum. Beeld Menno van der Meer
Clément Coudry-Herlin en Iyamilé Ramos González zijn behalve danspartners ook privé een stel. Deze dagen treedt het duo buiten op, in het zicht van een verpleeghuis of verzorgingscentrum.Beeld Menno van der Meer

Het lichaam van een danser moet constant onderhouden worden. Hoe doe je dat als de studio dicht is en er geen voorstellingen zijn?

Sandra Kooke

De warming-up is het vaste begin van de dag van een danser. Eerst de voeten losmaken, vervolgens de ­benen stretchen, dan komt de rest van het lijf aan de beurt. Pliés, piques, pirouettes: allerlei dansbewegingen komen langs. Tot slot oefenen ze de krachtige, diagonale sprongen over de hele ruimte van de zaal.

Al 250 jaar beginnen dansers met deze routine de dag, met z’n allen in een studio onder leiding van een balletmeester. Maar nu is alles anders. Al vijf weken is de studio gesloten. Dansers moeten nu individueel, in hun eigen huis, hun lijf in vorm houden.

Die dagelijkse, gezamenlijke start van de dag is wat danser Clément Coudry-Herlin (21) het meest mist nu het rondwarende coronavirus hem aan huis bindt. “De warming-up is het moment van de dag waarop we als groep, als vrienden eigenlijk, samen zijn. Tijdens deze training kun je je aan elkaar optrekken en elkaar uitdagen om fysiek verder te gaan.”

En dan heeft Coudry-Herlin nog geluk, want hij woont samen met zijn danspartner Iyamilé Ramos González (23). De Fransman en de Spaanse werden ook privé een stel toen ze elkaar vonden bij De Dutch Don’t Dance ­Division (DeDDDD), waar ze allebei in dienst zijn.

null Beeld Menno van der Meer
Beeld Menno van der Meer

Pirouettes op de gang

De ochtendtraining van anderhalf uur, die ze normaal gesproken met alle dansers van DeDDDD verrichten, doen ze nu in huis. Met een stoel of het aanrecht als barre, met de woonkamer of gang als plek voor de pirouettes. Voor het grotere werk gaat de deur open en dansen ze verder op straat.

Het moet wel, want het lijf van een danser kan de dagelijkse training niet missen. “Het eerste wat afneemt, is de kracht,” zegt Rinus Sprong, artistiek leider van DeDDDD. “Zonder kracht krijg je sneller blessures.”

Ramos González en Coudry-Herlin zitten op ruime afstand aan tafel bij Sprong. Ze zijn voorzichtig, al kennen ze geen enkele danser die het corona­virus heeft gekregen. Sprong: “Dansers zijn gezonde mensen”.

“Het is erg verdrietig om nu geen publiek te hebben,”zegt Ramos González. “We repeteerden begin dit jaar twee, drie maanden in de studio voor een nieuwe voorstelling. Die hebben we in februari slechts een paar keer ­gespeeld en nu ziet opeens niemand ons meer dansen. We zijn artiesten, we willen delen wat we doen.”

De hele danswereld zit met deze problemen, weet Sprong. “Dansgezelschappen wereldwijd houden nu via ­e-mail contact met elkaar en wisselen kennis en ervaring uit. Het eerste probleem van iedereen is: hoe houden we de dansers in vorm? Er zijn online-programma’s waarbij dansers over de hele wereld met een balletmeester kunnen trainen. Ik hoorde dat rijke gezelschappen, zoals Nationale Opera&Ballet, barres en stukken balletvloer bij de dansers thuis bezorgen, zodat ze daarmee goed kunnen blijven trainen. Dat geld hebben wij niet. Wij geven nu de sleutel van de studio door, zodat de dansers om de beurt in een grotere ruimte kunnen werken.”

Solo’s@theQuarantaine

De twee danspartners besteden hun middagen nu aan het bedenken en repeteren van hun solo’s en pas de deux, ergens in hun huis. Zoals bijna alle podiumkunstenaars hebben ook de dansers van DeDDDD een uitwijkmogelijkheid gevonden online. Het jaarlijkse programma van solo’s, door de dansers zelf gemaakt en gedanst, gaat deze maand onder de naam Solo’s@theQuarantaine online van start. Een paar keer per week komt er een nieuwe solo online, te zien op het YouTubekanaal van DeDDDD. De dansers hebben ze zelf opgenomen op stille plekken: de een in een kerkje, de ander in een bos.

Sprong: “De grote vraag is nu hoe het verder moet met de dans. Van Duitsland tot Australië hoor je deze vraag. Maar een antwoord is er nog niet. Ballet is extreem intiem, dansers raken elkaar altijd aan. Gelukkig kunnen Iyamilé en Clément samen dansen. Maar we moeten iets doen, we moeten laten zien dat wij, dansers, er nog zijn en aan ons publiek denken.”

Dansen in de openlucht als afleiding

Coronavirus of niet, dansers van De Dutch Don’t Dance Division zoeken hun publiek op met een pas de deux uit ‘Het zwanenmeer’ op een minipodium.

Een witte tutu en spitzen voor haar, een zilverkleurige maillot en groen velours pak voor hem. In deze klassieke, oer-romantische outfit zullen Iyamilé Ramos González en Clément Coudry-Herlin de iconische pas de deux uit het balletsprookje ‘Het zwanenmeer’ dansen. Deze keer niet op het ruime podium van een grote zaal, maar op een kleine verhoging van zes bij vier meter in de open lucht.

Maar ze kunnen ten minste dansen. Dansen voor publiek. Want de twee dansers zullen steeds in het zicht van een verpleeghuis of verzorgingscentrum hun kunsten laten zien. Een speelplaats, een parkeerplaats, een binnentuin: overal kan hun mini­podium staan.

De twee dansers van De Dutch Don’t Dance Division (DeDDDD) bieden de korte dansvoorstelling van ongeveer acht minuten tegen een vrijwillige vergoeding aan. Niet alleen omdat ze graag dansen, ook omdat ze hopen dat bewoners van zorginstellingen er even afleiding door krijgen.

De moeder van artistiek leider Rinus Sprong zit zelf in een verpleeghuis. Hij heeft het er moeilijk mee dat zij is afgesloten van de buitenwereld. “Zelfs skypen met haar is door haar beroerte niet te doen. Ik kan er emotioneel van worden. Deze mensen zien nergens iets lijfelijks. Ze kunnen wel televisie kijken, maar dat is toch afstandelijker. Door hen uitzicht te bieden op deze levende dansers, die met hun gezonde lijven in sprookjeskostuums net zo echt zijn als de bloemen op het balkon, laten we hen even iets moois zien.”

Dat de keuze op deze pas de deux is gevallen, is niet verrassend. Sprong: “Het is de meest iconische pas de deux uit de balletgeschiedenis, eind negentiende eeuw gemaakt. Het Zwanenmeer is een sprookje waarin je even kunt wegdromen.”

De omstandigheden waarin Ramos González en Coudry-Herlin moeten dansen, zijn niet eenvoudig. Als de temperatuur onder de tien graden komt, gaat het niet door. In tutu en maillot dansen is dan te koud voor de spieren. Is het warmer, dan begint de dag met een warming-up in de studio. Daarna brengt een busje hen naar het minipodium. Daar zullen ze een aangepaste choreografie moeten dansen, omdat het oppervlak minder dan de helft is van wat ze gewend zijn. Coudry-Herlin kan geen enorme sprongen over een diagonaal maken, Ramos González zal minder spectaculair achteroverhangen als hij haar ­optilt.

“Maar het gaat om de emotie”, zegt Sprong. “En als de muziek van Tsjaikovski begint, komt die vanzelf, ook op dit buitenpodium.”

Lees ook:

Het instrument van Nienke Wind, haar voeten

Terwijl het publiek in pluchen stoelen zit, putten dansers hun lichaam uit. Danseres Nienke Wind (23) van Introdans vertelt wat haar voeten komend seizoen zullen meemaken.

Lijm, jute, lak en bloem: de spitzenfluisteraar weet alles van goede balletschoentjes

Iedere ballerina heeft een haat-liefdeverhouding met haar spitzen, de iconische satijnen schoentjes in het ballet. Er verantwoord mee dansen is nog zo eenvoudig niet. Gelukkig weet Can Yükova raad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden