Opinie

Ballet als goddelijke topsport

Globalisering dicteert de internationale danswereld, zo lijkt Samuel Wursten, artistiek direkteur van het Holland Dance Festival te willen benadrukken. Of de door hem geïnviteerde dansers nu uit IJsland of Australië komen, overal overheerst eenzelfde agressieve dynamiek, belust op sensatie.

Oppervlakkig gezien lijkt het om een grote fysieke verbroedering te gaan: dans als fysiek weerwerk voor onvrede, onmacht en helaas ook onbestemde gevoelens, zonder veel inhoudelijke coherentie. Het komt er op neer dat dansers zich bij voorkeur hoog opwerpen om zich extra hard ter aarde te storten, flink te rollebollen, om dan de benen nonchalant in de tien over zes stand te smijten en hier en daar een acrobatische stunt met een headspin te larderen. Ook het langdurig op hoofd en schouders balanceren met zo wijd mogelijk gespreide benen of onbeschaamd snuffelen in elkaars oksels of kruis blijkt een zeer geliefd middel. Of het nu om het leegbaggeren van 'Het Zwanenmeer' of het persifleren van een voetbalwedstrijd gaat, ik onderga het met snel toeslaande verveling.

Is het dan echt zo somber gesteld met al die keurslijvende eenvormigheid waarin jonge mensen videoclip spelen en ons allerlei postmodernistische pretenties op de mouw spelden? Nee, want plots duikt daar tussen alle fanatsieloze fusion een gezelschap uit Italië op dat je weer op het puntje van je stoel brengt. In het Lucent Theater, dus het hol van de NDT-leeuw, lieten twintig dansers van Aterballeto uit Reggio Emilia (Italië) zien hoe zij hun spiervertoon ook aan stijlgevoel, subtiel gebruik van techniek en dramatische zeggingskracht kunnen koppelen. Terecht reageerde het publiek met staande ovaties op hun drie onderling zeer verschillende balletten. Dit internationale gezelschap onder leiding van Maurio Bigonzetti excelleert in puur klassiek ballet, maar dan tot in extremo uitgerekt en op scherp gesteld in super gecontroleerde helderheid.

Dinsdagavond overrompelden zij met Steptext, een William Forsythe-klassieker die al een kleine twintig jaar geleden voor dit gezelschap werd gemaakt. Tegen een wit vlak op een zwart, leeg toneel, verlicht door een halogeenspot wordt het balletidioom door drie dansers in het zwart en een atletische ballerina (Macha Daudel) in felrood pakje tot in zijn essentie herleid: zonder poespas, recht voor zijn raap en scherp geslepen als een diamant. De stappen vormen een tekst die zich als een verhandeling over de architectuur van spieren, stamina en scherpte laat lezen. Met de trefzekerheid van een Mondriaan-compositie wordt ballet hier opgeblazen, in de kern van zijn abstraherend vermogen. Geen smurrie-achtige fusion, maar kernsplitsing lijkt hier het motto.

Zo scherp knerpend de viool een chaconne van Bach strijkt, die door abrupte stiltes abrupt keihard wordt doorsneden, zo meedogenloos trefzeker strijken, springen en glijden ook de vier dansers door de ruimte, zonder ook maar een moment te verslappen. Ballet is hier tot goddelijke topsport verheven, waarin geen stap, pose of sequens overbodig of misplaatst is en de excercitie tot op de seconde en millimeter onder een magistrale controle staat. Drieëntwintig minuten duurt deze uitputtingslag voor hart, hersenen, heupen en hielen.

Opwindend, maar op een heel andere manier, is ook Psappha, een krijgsdans van negen mannen rond een slagwerker middenop het toneel. Metrisch stampend tegen een rood opvlammende achterwand bepalen de mannen in hun wit afgebiesde zwarte plise-rokken het ritme, om zich in een compositie van Iannis Xenakis te laten kneden tot een oer-mythisch ritueel tegen een vlammend rode achterwand. Choreograaf Maurio Bigonzetti toont zich een begenadigd vakman, die individuele persoonlijkheden benadrukt en toch tot homogeniteit versmelt.

Dat gebeurt ook in zijn Cantate, over het wel en wee in een Italiaanse sloppenwijk. Vier Napolitaanse volkszangeressen zorgen met hun rauwe snerpende stemmen meteen voor een treffende sfeertekening. Tien danssloeries laten zich behandelen als huisvuil, maar dat betekent niet dat hun mannen geen lakens krijgen uitgedeeld. Als krols krijsende viswijven grijpen zij hun macho-kerels naar de nek met enkels als nijptangen. Ach, hoeveel simpeler zou het leven zijn, zo snerpen de zangeressen, als mannen vrouwen en vrouwen mannen waren! Met die knipoog slaat de strijd der seksen om in waar vertier. Een mediterrane uitsmijter van hoge kwaliteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden