Babs Gons: ‘Deze wereld lijdt aan meningen. Terwijl, we moeten voorzichtig zijn aan wie we die ruimte geven.’

InterviewBoekenweekdichter

Babs Gons: ‘Ik ben nog van de ‘sorry dat dit je ongemakkelijk doet voelen-generatie’’

Babs Gons: ‘Deze wereld lijdt aan meningen. Terwijl, we moeten voorzichtig zijn aan wie we die ruimte geven.’Beeld Jildiz Kaptein

Boekenweekdichter Babs Gons ziet zich als een volkszanger, haar teksten als een soundtrack bij de tijd waarin we leven. ‘We worden kriegelig als het leven niet geduid wordt.’

De camera’s staan nauwelijks aan of er springt een kitten door het beeld. “Ik denk”, zegt Babs Gons, “ik denk dat dieren geen last hebben van tweestrijd. Hoewel, ik zie die poes toch ook vaak genoeg naar een kast kijken met zo’n blik van: zal ik wel, zal ik niet?”

Babs Gons (1971) is door de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek gevraagd om voor de Boekenweek een gedicht te maken bij het thema Tweestrijd. En al barst die Boekenweek van de zomer pas los, het gedicht is er. Komende week beleeft het zijn live première, in een lege Amsterdamse Schouwburg. Gons vindt het niet zo heel erg dat er even geen feestje is. Ze is nog aan het bijkomen van afgelopen jaar. “Dit was het meest productieve en drukste jaar van mijn leven.”

Wacht even. De theaters waren dicht. Een auteur van spoken word heeft toch een podium nodig?

“Weet je dat ik die term spoken word helemaal niet meer gebruik? Ik had heel lang een missie, ik wilde het genre bekend maken bij een breder publiek. Die missie is wel zo’n beetje volbracht, daar heeft Amanda Gorman met haar spoken word-optreden bij de inauguratie van Joe Biden, bij geholpen. Mijn praktijk heeft zich van het podium af bewogen. Ik ben nu vooral aan het schrijven.”

Babs Gons (1971) is spoken-word-artiest, schrijver, columnist, theatermaker en docent creatief schrijven. Haar gedicht Polyglot is het Boekenweekgedicht 2021. Ze zal het gedicht volgende week, op de avond dat eigenlijk het Boekenbal plaats moest vinden, voordragen in een lege Stadsschouwburg in Amsterdam. Haar voordracht is hieronder te zien.

Dat verbaast me wel. Vorig jaar spraken we elkaar­­. Toen noemde je spoken word nog een ‘hoognodig genre, waarin verhalen worden verteld, die elders niet te horen zijn’.

“Ja dat klopt nog steeds. Maar voor mij is dit een logische ontwikkeling. Mijn leven is een soort rivier. Ik maak niet eens zoveel heel bewuste keuzes en toch vloeit het ene als vanzelf uit het andere voort.

Optreden, het podiumleven, is het meest rock-‘n-roll dat je binnen de letteren kunt beleven. Het is geweldig en ik zal hopelijk op mijn tachtigste nog weleens op een podium staan, maar de climax na een voordracht is ook vluchtig. Ik wilde mijn speelvlak veranderen, maar dat dat zó snel zou gaan...”

Gons is het afgelopen jaar verhalen gaan schrijven. Dat was even wennen. “Ik dacht eerst: er is zoveel werkelijkheid om over te schrijven, waarom zou je iets willen verzinnen? In mijn spoken word-teksten verzon ik nooit iets. Nu ervaar ik de vrijheid van fictie. Ik vind het heerlijk om iets te laten ontsporen.”

Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool en in mei verschijnt haar debuutbundel, Doe het toch maar, een bundeling van de teksten die ze eerder voor het podium schreef, aangevuld met nieuw werk. Ze beschouwt dat debuut als een ‘afscheidsconcert’, de afsluiting van een periode. Haar teksten noemt ze nog altijd liever geen gedichten.

Vanwaar die terughoudendheid?

“Ik vind het prettig om openingen te vinden buiten de traditionele genres. Op het moment dat je zegt dat iets dit is, of dat, gaat elders een deur dicht. Daar wil ik niet in meegaan. Zodra iets geclassificeerd is, wordt het langs een meetlat gelegd en heeft iedereen een mening: is dit wel een echte dichter? Laat het gewoon. Al die meningen.”

Bij aanvang van het gesprek verontschuldigde Gons zich. Had ze buiten haar werk nu zoveel te vertellen, vroeg ze zich af. Wel degelijk, zo blijkt. Ze praat energiek. Deelt haar verbazing, over de waarde van de glimlach, waar ze een van haar columns aan wijdde. En ze uit haar verontwaardiging over het Nederlandse meningencircus.

“Op televisie zie ik een heel beperkte wereld en zeker niet de wereld waarin ik leef. Waarom duikt Gerard Joling overal op? Waarom moet Loretta Schrijver vertellen wat ze vindt van Omroep Zwart? Ik houd enorm van vogels, maar daar ga ik toch niet op tv de deskundige over uithangen? Deze wereld lijdt aan meningen. Terwijl, we moeten voorzichtig zijn aan wie we die ruimte geven. En je moet zelf voorzichtig zijn: aan wie geef je ruimte in je hoofd? Of het nou om lichamen gaat, om kleur, om gender, om leeftijd: wat televisie ons voorschotelt, is niet de maatschappij. En iedereen doet alsof het gewoon is, maar dat is het niet.”

Die verontwaardiging komt als vanzelf uit bij haar werk. In een van haar teksten is te lezen: ‘ik wil een taal/ waarin ‘gewoon’ en ‘anders’/ hun langste tijd hebben gehad/ een zachte dood sterven/ en niemand ooit meer/ onzichtbaar kunnen maken’.

Wat heb je tegen die woorden?

“Een voorbeeld. Een tijdje terug was ik in het ziekenhuis. Nadat ik de arts had gezien, moest ik een nieuwe afspraak maken. De assistente twijfelde wanneer ze die moest plannen. “Even kijken”, zei ze, “gewone mensen moeten met jouw aandoening elke drie jaar terug komen…” Ik was heel benieuwd wat er daarna zou komen. “…en donkere mensen om de anderhalf jaar.” Dat hoor ik zo vaak. Op de radio, op televisie kunnen mensen het hebben over zwarten, moslims en gewone mensen, zonder dat iemand daar iets van zegt. Mij valt het op, omdat ik op taal let. Ik vind begrippen als ‘normaal’ en ‘gewoon’ en ‘anders’ gevaarlijk. Je sluit er mensen mee buiten. Niet alleen mensen van kleur. Je hoeft maar een accent te hebben, of je wordt als een beetje dom gezien. Taal is me soms te benauwd, te beknellend.”

Babs Gons: ‘Over lef gesproken, dat zie ik heel erg bij de nieuwe generatie. Die eist haar plek op. Ik ben nog van de ‘sorry-dat-dit-je-ongemakkelijk-doet-voelen’-generatie.’ Beeld Jildiz Kaptein
Babs Gons: ‘Over lef gesproken, dat zie ik heel erg bij de nieuwe generatie. Die eist haar plek op. Ik ben nog van de ‘sorry-dat-dit-je-ongemakkelijk-doet-voelen’-generatie.’Beeld Jildiz Kaptein

‘Taal is het mooist als iedereen en alles er welkom in is, als elke tongval, elk accent, schrift, gebaar, gevoel, elk gezicht er een plek in heeft’, schreef je in een column. Zoek je via het schrijven wegen om de taal minder te laten knellen?

“In mijn columns probeer ik dat zeker. Veel van wat ik schrijf komt voort uit verontwaardiging of verbazing. Ik zie of ik hoor of ik lees dingen waarvan ik wil weten hoe het zit. Laatst had ik een gesprekje met mijn zoon. Ik zei hem dat ik iets kinderachtig vond. Waarop hij zei dat hij het vreemd vond dat dat woord iets negatiefs uitdrukte. Ik vond dat een interessante observatie.

Nu ik met die bundel bezig ben, evalueer ik ook mijn eigen teksten. Bij het herlezen van Billenman, dat een prijs won en het altijd enorm goed deed op een podium, zag ik alleen maar vrouwen en mannen, ik vond het erg gendernormatief. Ik wil laten zien dat er meer is in de liefde. Dus schreef ik er een strofe bij.”

Speelt taal ook in Polyglot, je Boekenweekgedicht, een belangrijke rol?

“Ik probeerde voor dit gedicht de tweestrijd in mezelf op te zoeken. Ik kan de ene dag wakker worden met een gevoel van ‘wie denk ik wel niet dat ik ben’. Terwijl ik de andere dag uit bed spring: go get them! Voor mij gaat dit gedicht over lef hebben om te doen wat je doet.”

Polyglot

ik leerde de ene taal na de andere
die van de nette kleren
die iets van je huid compenseren
van de woorden verzorgd tot in de puntjes
die je iets lijken te vergeven

de taal van opgeheven hoofd en rechte rug
en net doen alsof
niemand je kan raken
de taal van wie denkt ze wel niet dat ze is
wie denk ik wel niet dat ik ben

de taal van hou van mij ondanks dit lichaam
de taal van hou van mij dankzij dit lichaam
van haal je vingers uit mijn haar
alleen de wind mag er doorheen
haal je vingers uit mijn mond
ik draag mijn tong in mijn borst

de taal die de mond scheidt van het hart
het hart van het bloed
het bloed van de botten
archiefkasten met verloren verhaallijnen
waarin je soms in de weerklank
van een verre voorouder
jezelf ontmoet
de taal die je ziel terug naar huis zingt

de taal zo kaal
dat ze je niets geeft om je mee te bedekken
maar het liefste is me
de taal die me zo bloot legt
als mijn huid maar toelaat
Babs Gons

Gons is maatschappelijk betrokken. Dat spreekt uit haar werk. Ze schreef ‘Wil je woensdag zwart zijn voor ons’, een soort compilatie van impertinente vragen en voorstellen die vrouwen, mensen van kleur voorgelegd krijgen. ‘mag het iets sexyer? /kun je iets meer lachen?/kun je/ kun je/ kan het iets meer wereldproblematiek/ een beetje #metoo/ wat meer single mom’. Vragen die zo achter elkaar geplaatst een even pijnlijke als geestige spiegel voorhouden.

Ze was bij de Black Lives Matter-demonstratie in het Bijlmerpark. “Over lef gesproken, dat zie ik heel erg bij de nieuwe generatie. Die eist haar plek op. Ik ben nog van de ‘sorry-dat-dit-je-ongemakkelijk-doet-voelen’-generatie; ook bij zo’n demonstratie kan ik denken: mag dit wel? Maar ik leg die schaamte af en houd mijn protestbord recht omhoog.”

Toch verkeert ze in tweestrijd over de rol die ze wil aannemen in het maatschappelijk debat. “Ik voel een verantwoordelijkheid als het gaat om diversiteit. Ik zeg weleens ‘ja’ tegen een programma of bestuur of redactie, terwijl ik weet dat ik vooral ben gevraagd omdat er anders geen vrouw tussen alle mannen staat. Ik vind dat het diverser moet en soms wil ik die voortrekker wel zijn, diversiteit moet ergens beginnen. Maar ik wil niet de woordvoerder zijn, dat ben ik niet. Ja, ik schrijf over het verlangen naar zwarte rolmodellen, over afwezige vaders, over #metoo en hoe vrouwen bejegend worden, maar ik schrijf over zoveel meer, over Amsterdam, over taal, over liefde, over hoe mensen met elkaar omgaan.

En in mijn columns hoeft het er nooit over te gaan. Dat vind ik sterker. Dat in een krant vrouwen van kleur ook over ‘gewone dingen’ als een glimlach schrijven. Maar eigenlijk is dat heel politiek.”

Is dat niet zoals het zou moeten zijn?

“Jawel, maar zo is het niet. Ook niet in de letteren. Kijk, onlangs werd de longlist voor de Libris Literatuurprijs bekendgemaakt. Daar staan vrouwen op en mensen van kleur. Mooi, zou je denken. Maar dan zegt iemand op de radio: “Je komt er tegenwoordig niet mee weg als zo’n lijst niet divers is”. Dat vind ik neerbuigend. Zo ontneem je mensen dat ze goeie boeken kunnen schrijven.

Het toont het dilemma: je wilt dat er iets verandert, in de wereld, in de literatuur, tegelijk zou je het liefst zien dat dingen ‘gewoon’ waren.”

Meer dan het gezicht van een maatschappelijke beweging, voelt Gons zich een soort volkszanger. Ze zag hoe haar ritmische teksten, die kritisch kunnen zijn, maar liever het pijnlijke met humor benaderen, het afgelopen jaar een weg vonden naar een breed publiek. De medemenselijkheid die in veel van haar werk terug te vinden is, de toegankelijke manier waarop ze daar woorden aan gaf, raakte een snaar, zo merkte ze.

“Ik maakte dingen op verzoek van radioprogramma’s, ik schreef voor de meest uiteenlopende organisaties, voor bruiloften, begrafenissen. Ik had zoveel werk dat ik bijna ging denken dat ik een essentieel beroep had, haha. In dit crisisjaar merkte ik dat we naast brood en water en aanraking, ook kunst heel hard nodig hebben. We gaan dood als er geen muziek is, worden ongelukkig als er geen mooie woorden zijn, kriegelig als het leven niet geduid wordt. Dat doet kunst. Mijn teksten zijn soundtracks voor de tijd waarin we leven.”

Lees ook:

Spoken word, dat is bam, in your face

‘Gewone poëzie’ (bestaat die?) is voor papier geschreven, al verlaten de woorden soms het witte vlak van de pagina soms om op een podium voorgedragen te worden. Maar spoken word is bedoeld om te klinken.

Babs Gons: Een gedicht moet ingereden worden, als een nieuwe auto

Janita Monna spreekt met vier dichters die ieder een gedicht schreven geïnspireerd op het thema Rebellen en Dwarsdenkers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden