InterviewBabs Gons

Babs Gons: ‘Een gedicht moet ingereden worden, als een nieuwe auto’

Babs GonsBeeld Martijn Gijsbertsen

In de opmaat naar Boekenweek 2020 spreekt Janita Monna met vier dichters die ieder een gedicht schreven geïnspireerd op het thema Rebellen en Dwarsdenkers. Deze week: Babs Gons. ‘Schrijven is een manier om de onrustige binnenkant te sussen.’

Zou je eerst willen luisteren? vraagt Babs Gons als ze via mail haar gedicht voor Trouw toestuurt. Een audiofragment. Deze tekst is bedoeld om gehoord te worden, want Gons is spoken-word-artiest, eerder dan dichter of schrijver. Ze spreekt ook liever van teksten, dan van gedichten. Ja, haar werk heeft raakvlakken met poëzie – ‘ik let als ik schrijf op het ritme, de cadans, de muziek’ – en ook met proza, maar juist het ontbreken van scheidslijnen trekt haar aan: “Spoken word is een vrijland.”

In Nederland geldt spoken word nog als een tamelijk jong genre. Dichters als Jules Deelder, Simon Vinkenoog en Johnny van Doorn waren wegbereiders voor de podiumpoëzie, maar Babs Gons haalde haar inspiratie vooral uit New York. Daar ontdekte veellezer Gons, die als jong meisje ‘verhaaltjes schreef die niemand wou lezen en heel depressieve gedichtjes’, wat er allemaal nog meer mogelijk was met taal. “Er ging een wereld voor me open. Ik was er eind jaren negentig en ik kreeg een heel nieuw idee van wat ik zou kunnen schrijven en hoe ik zou kunnen schrijven. Ik zag artiesten die heel erg bezig waren met de wereld, geëngageerde performers die contact zochten met het publiek.”

Dat moest ook in Nederland, vond ze. Ze was nauwelijks terug uit New York of ze kreeg een vast podium in het Amsterdamse Paradiso waar ze maandelijks spoken-word-avonden organiseerde. Ze richtte met een collega de Poetry Circle Nowhere op, een kweekvijver voor spoken-word-talent. Ze was tot afgelopen december elke maand in de Amsterdamse Melkweg te zien met ‘Babs’ Woordsalon’, een programma vol poëzie, spoken word, verhalen, cabaret, muziek. Energiek, prikkelend, ontroerend.

Babs Gons (1971) is spoken-word-artiest, theatermaker, host en docent creatief schrijven. Ze staat met haar werk op festivals, in musea, debatcentra en bibliotheken, draagt voor op radio en tv en reisde met haar werk af naar onder meer Zuid-Afrika, Soedan, Curaçao en Brazilië. Gons is de stuwende kracht achter veel spoken-word-initiatieven.

Ze ontving in 2018 de Black Achievement Award voor Kunst en Cultuur. In het voorjaar van 2019 verscheen haar bundel ‘Hardop’, een bloemlezing met werk van achttien Nederlandse spoken-word-dichters. Gons schrijft columns voor onder andere Het Parool.

Zichzelf noemt ze een verhalende spokenword-artiest, al zijn haar verhalen ook die van anderen en staan ze nooit los van de realiteit. Ze wijst op een poster die in haar woonkamer aan de muur hangt, met een tekst van haarzelf. Eerste regel: ‘We waren allemaal dun.’

“Dat gedicht ontstond uit een Facebook-post. Iemand plaatste een oude foto van zichzelf in bikini. Het onderschrift was: ‘Jeetje wat was ik dun.’ Iemand anders schreef vervolgens: ‘We waren allemaal dun.’ “Dat zinnetje bleef hangen. Het toont hoe we nadenken over ouder worden. Het idee dat je wat je meedraagt, de sporen die het leven op je lichaam heeft achtergelaten, zou moeten verstoppen. Zo’n zin ga ik marineren, en dan ontstaat een tekst.”

We waren allemaal dun / Voordat we het allemaal zelf moesten gaan doen / Sterke vrouwen moesten worden/ Voordat we verlaten werden / Er zelf vandoor gingen / We onszelf kwijt raakten / Onder stapels wasgoed 

Soms is zo’n tekst er in één keer. Gons kijkt lachend naar boven: “Alsof het tot me komt. Soms zit ik lang te schaven, moet ik echt wérken.” Echt lol krijgt ze pas als ze hardop gaat lezen. Eerst thuis, achter de computer – ze tikt ritmisch met haar hand op tafel –, dan op het podium.

Beeld Martijn Gijsbertsen

“De eerste keer dat ik een tekst voor publiek doe, ben ik zenuwachtig. Een nieuw gedicht moet ingereden worden, net als een nieuwe auto. Mijn lichaam moet het zich eigen maken. Na zo’n try-out pas ik een tekst nog weleens aan, door reacties van het publiek of doordat ikzelf merk dat regels nog niet lekker lopen.”

Spoken word hoort weliswaar op het podium, er verscheen ook een boek. Gons stelde een bloemlezing samen, ‘Hardop’, want, zegt ze: “Mensen willen na een optreden teksten vaak thuis nog eens nalezen.”

In de inleiding van die bloemlezing noemt u spoken word een ‘hoognodig’ genre. Waarom?

“Omdat het verhalen zijn die verteld moeten worden, verhalen die bijna nergens te horen zijn. Hoeveel kinderen bijvoorbeeld, groeien niet op zonder vader? Maar hoe vaak hoor je daar iets over? Ook mijn biologische vader was afwezig. Over al die afwezige vaders en de gedaanten die ze aannemen in de hoofden van hun kinderen, schreef ik:

“Wij, die opgroeien zonder onze vaders, blazen ze op tot mythische proporties. Hij werkt op een booreiland, is koning van een Afrikaanse stam, gestorven in de oorlog, een held, is een geheim spion, professioneel basketbalspeler, woont in Rio. We vertellen onszelf en iedereen die ernaar vraagt. Want vragen doen ze.”

‘Vrouw-zijn’ is een urgent thema in Gons’ werk. In het gedicht dat ze maakte voor Trouw klinken echo’s van #MeToo.

“als je nooit in haar schoenen hebt gelopen / nooit met je sleutels tussen je vingers naar huis bent gefietst / een extra large hoodie over je jurk hebt aangetrokken / je hakken verwisseld voor sneakers / om zo hard mogelijk door de nacht naar huis te trappen”

Was er een aanleiding voor dit gedicht?

“Ja, dat was het advies dat studentes in Leiden kregen na een serie aanrandingen en verkrachtingen in de stad, afgelopen najaar. Dat ze beter niet alleen over straat konden gaan, niet te veel moesten drinken. Dat voegde zich in mijn hoofd bij de hernieuwde interesse in een verbod op abortussen, bij de minderjarige meisjes die onlangs gedrogeerd en verkracht werden in een garage en daarbovenop online geshamed werden, het proces tegen Harvey Weinstein, en ik kan nog even doorgaan. Het is de wereld op zijn kop.”

En u verzet zich daartegen?

“Er ligt heel veel nadruk op wat slachtoffers, wat vrouwen zouden moeten doen. Terwijl, degenen die seksueel grensoverschrijdend gedrag vertonen, díe moeten. Die moeten laten. Geef die advies, hulp en wat meer nodig is om dat gedrag te stoppen. 

“Ik schrijf vaak vanuit verontwaardiging. Waarom gebeuren dingen zoals ze gebeuren? Ik bevraag, constateer, wil blootleggen. Dat kan gaan over hoe mensen behandeld, weggezet en geframed worden, hoe ze moeten dealen met vooroordelen en stereotypen. Zelf heb ik daar soms last van. Dan hoor ik, meestal via sociale media, dat mensen zoals ik hun plek moeten kennen. Schrijven is een manier om de onrustige binnenkant te sussen. Meestal eerst een kort stukje op Facebook, waarin ik de vinger probeer te leggen op een vervelende opmerking of ervaring en waarom die pijn doet.

“Wel probeer ik altijd lucht in mijn boosheid te brengen. Neem ‘Zou je woensdag zwart willen zijn voor ons?’, een tekst die ontstond uit vragen en opmerkingen die ik en heel veel andere vrouwen en mensen van kleur regelmatig horen.”

“Hallo, // Wij willen je uitnodigen / Op ons podium als vrouw / Zou je woensdag zwart willen zijn bij ons programma / Wij hebben een voorstelling en zoeken mensen zoals / Jij / Jullie / Bij onze show / Op ons platform / In ons tijdschrift / Bij ons debat”

“Als je dat soort zinnen allemaal achter elkaar zet, dan wordt het hilarisch en pijnlijk tegelijk. Dat heeft een groter effect dan met opgeheven vingertje roepen: ‘Dit is wat mij overkomt en dat is jullie schuld.’ Ik wil nooit te expliciet zijn. Verpak je boodschap in regels zacht als ontbijtkoek en mensen beginnen te eten. Zo kan een gedicht een gespreksopening zijn. Het gebeurt dat mensen na het horen van zo’n tekst naar me toe komen, zeggen: ‘Haha en auw, ik herken mezelf in wat je zegt.’ Prima, dan kunnen we erover praten.”

Beeld Martijn Gijsbertsen

Gons ontving in 2018 de Black Achievement Award, omdat spoken word dankzij haar in Nederland inhoud kreeg. Toch twijfelt ze weleens aan wat ze doet.

Doe het toch maar, / zeg dat maar tegen jezelf / op de momenten dat je niet meer weet / waar je het voor doet. / Waarom je soms weken, maanden, / soms zelfs jaren / aan het kauwen bent op een mondvol klanken.

“Ik ben geen verpleger, geen brandweerman, ik red geen levens, maar zei Dylan Thomas niet dat elk gedicht de wereld een beetje verandert? Ik geloof dat een tekst van mij weleens iemands dag redt. Dat gedicht van mij dat even terug in Trouw stond bijvoorbeeld, ‘Precies goed’, ik kreeg een mail van een man voor wie dat gedicht net was wat hij die dag nodig had. Ik hoor van kerken en spirituele gemeenschappen die het opnemen in bijeenkomsten, van mensen die het aan de muur hebben hangen en het elke ochtend even lezen.”

U schreef dat met ‘Hardop’ een droom is uit­ge­komen. Blijft er nog iets te wensen over?

Gons aarzelt, dan komt haar zoon de kamer binnen. Een puber met honger. Het brengt haar bij het onderwijs. “Vorig jaar struinde ik met hem open dagen af, op zoek naar een middelbare school. Op een school hier midden in de stad volgden we een proeflesje Nederlands. De docent vertelde dat in de lessen literatuur Willem Wilmink en Multatuli op het programma stonden. Ja, dat moet, dacht ik toen. Maar toch niet meer die auteurs alleen?

“Ik heb veel workshops op scholen gedaan en ik merk dat spoken word heel dichtbij leerlingen staat. Het gaat om het vertellen van verhalen, die lijken soms klein, maar daarachter kan een wereld schuilgaan.

“Een voorbeeld? Op een roc waar ik eens was, hoorde ik een gesprek tussen twee Nederlands-Surinaamse meisjes en twee Nederlandse jongens. Ze hadden het over eten en of je kip moest wassen of niet. Ja, zeiden de Surinaamse meisjes. Onzin, zeiden de Nederlandse jongens. Kort daarna kregen ze een schrijfopdracht. Een van die Surinaamse meisjes zei: ‘Ik weet niet waarover ik moet schrijven.’ Ik antwoordde: ‘Schrijf over dat gesprekje.’ Het meisje was verbaasd dat je over zoiets kon schrijven. Juist! Heel in het kort maakte dat dialoogje verschillen in eetcultuur duidelijk. Door het delen van verhalen krijgen kinderen meer kennis van en begrip voor elkaars wereld. Spoken word is een heel verbindende vorm.”

Dus meer spoken word op school?

“Wist je dat ze op sommige scholen in Engeland spoken word educators hebben? Door op een creatieve manier bezig te zijn met taal groeien de uitdrukkingsvaardigheden van leerlingen. Daardoor gaan ze ook op andere vlakken beter presteren. Dus ja, meer op school, maar ook op andere plekken in de samenleving. Dat gebeurt al volop. Ik word wel gevraagd om debatmiddagen in te leiden of juist af te sluiten met een spokenwordtekst, laatst nog op de dag van de verdraagzaamheid.

“En het zou fantastisch zijn als hier iets zou gebeuren zoals ik afgelopen najaar meemaakte op een literair festival in Rio de Janeiro. Daar namen niet alleen schrijvers en critici deel aan het literair-culturele debat, maar ook verpleegkundigen en activisten. Dan gaat een tekst ook op een heel andere manier leven.”

Dan wil ze toch nog even de precieze woorden van Dylan Thomas opzoeken. “Ah, kijk: ‘Een goed gedicht is een verrijking van de werkelijkheid. De wereld is niet meer hetzelfde nadat een goed gedicht eraan is toegevoegd. Een goed gedicht helpt om de kennis van jezelf en van de wereld om je heen te vergroten.’”

Gons kijkt even voor zich uit. Zegt dan stellig. “Ja, ik geloof dat spoken word dat kan doen.” 

Luister via onderstaande speler naar het gedicht ‘Als Je Nooit’. De dichter wil de lezer vragen éérst te luisteren - dán pas onderstaande tekst te lezen.

Als Je Nooit

als je nooit in haar schoenen hebt gelopen
nooit met je sleutels tussen je vingers door het donker hebt gefietst
een extra large hoodie over je jurk hebt aangetrokken
je hakken verwisseld voor sneakers
om zo hard mogelijk door de nacht naar huis te trappen

als je nooit in haar schoenen hebt gelopen
niet weet hoe uitputtend het is om ogen en oren
over je hele lichaam te dragen
de haren in je nek je als alarmbellen
te laten vertellen
wanneer je moet maken dat je wegkomt
je altijd in je hoofd aan het rekenen bent,
hoe laat je waar aankomt,
wanneer je moet vertrekken
en of je dan nog net op tijd
niet hardlopen in het donker
niet via het park
in de trein niet op een tweezitsbankje zitten
groepjes vermijden
nooit je drankje uit het oog verliezen

als je nooit in haar schoenen hebt gelopen
niet weet hoe het is om
oogcontact te vermijden, te doen alsof je belt
stoerder te gaan lopen
een busje haarlak in je mouw te dragen
via winkelruiten in de gaten te houden
wie er achter je loopt
een omweg te maken zodat je achtervolger
niet ziet waar je woont
om dan soms het grootste gevaar
in je eigen huis te treffen
het zijn toch vaak bekenden

als je nooit in haar schoenen hebt gestaan
het gevoel niet kent geen adem meer te kunnen halen
omdat iemand opeens een deur in het slot draait
de taxi onverwachts afslaat
als je nog nooit je telefoon
zo stevig hebt vastgegrepen
dat het harde kunststof hoesje barst
omdat het je enige hoop op redding is

als je niet weet hoe het is om in haar schoenen te staan
niet weet hoe het voelt
niet gehoord, niet geloofd
niet geholpen te worden
om de volgende ochtend
gewoon weer een nieuwe dag te beginnen
de verse wonden, de schade
onzichtbaar
onder je kleding, je huid
vanachter een glimlach
de dag zien door te komen

vertel dan nooit
wat zij moet doen
wat ze moet dragen
dat ze moet baren
en hoe zich te gedragen

hoe te bewegen
wanneer te spreken
hoe ze haar lichaam
hoe ze haar leven

maar leer de wereld van haar houden
zo hard dat ze nooit meer achterom hoeft te kijken
zo hard dat ze mag dansen wanneer ze wil
gaan waar ze wil
laat de wereld nu verdomme eens beginnen
hartgrondig van haar te houden

Babs Gons

Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze woonde lange tijd op Bonaire waar ze als correspondent werkte. Monna werkte als redacteur Poetry International festival en was initiatiefneemster voor de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze wekelijks over poëzie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden