Baarle Nassau/Hertog: een extatische grenstwist die terugvoert tot 1198

Beeld Suzan Hijink

Nederland, wat is dat eigenlijk? Flip van Doorn reisde kriskras door het land op zoek naar de oorsprong van taal, grenzen en tradities. Deel 1 van een vierluik: een Belgisch-Nederlandse lappendeken aan de zuidgrens.

Diep weggedoken in een kraag van riet kabbelt de Poppelsche Leij door de weilanden. Het beekje lijkt op het eerste gezicht een gewone sloot. Met een kleine aanloop spring ik er zo overheen. Het zou een sprong met internationale allure zijn, want net als bijvoorbeeld de Rijn en de Maas mag de Poppelsche Leij zich grensrivier noemen. Ten zuiden van Goirle is de linkeroever over een lengte van enkele kilometers Nederlands grondgebied, de rechteroever hoort bij België.

Gietijzeren grenspaal

Niet ver van het fietspad dat op Belgische bodem de loop van het stroompje volgt, staat een gietijzeren grenspaal. Nummer 214 in de lange rij die op de Vaalserberg begint. Normaal gesproken zou een eindje naar het zuidwesten nummer 215 volgen. Op ieder punt waar de grens een andere richting kiest, markeert een paal die koerswijziging. Maar niet in dit gebied. Nadat België zich had losgemaakt van het Koninkrijk der Nederlanden, de boedelscheiding bureaucratisch was afgehandeld en in 1843 vrijwel overal de palen de grond in konden, bleef in en rond het dorpje Baarle verwarring bestaan. Eeuwenoude eigendomsrechten op percelen grond maakten het vastleggen van de grens tot een puzzel van bijna mythische proporties.

Animatie: Suzan Hijink

Op de plek waar de weg tussen Baarle en Poppel de grens kruist, staat daarom slechts een bescheiden bordje. Rijksgrens. Een grenspaal ontbreekt. Bij de buurtschap Groot Bedaf begint een merkwaardige afwisseling van stukjes Nederlands en Belgisch grondgebied. De huisnummers zijn voorzien van rood-wit-blauwe vlaggetjes. In deze dubbelgemeente bepaalt de plek waar de voordeur zich bevindt de nationaliteit van de inwoners van het huis. Maar al staat dat huis in Nederland, dan kan de straat ervoor of zelfs de tuin in België liggen. Of andersom.

Graaf Dirk VII

Het is allemaal te danken aan de ambities van graaf Dirk VII van Holland. Hij probeerde aan het einde van de twaalfde eeuw zijn graafschap te vergroten, en daarmee zijn macht. Zijn oog viel op de Baronie van Breda. Hertog Hendrik I van Brabant vreesde voor verdere expansie van Holland en sloot een pact met de heer van Breda. Hun overeenkomst uit 1198 behelsde dat de hertog de Baronie tot zijn eigendom mocht rekenen. Ter compensatie kreeg de heer van Breda flinke lappen grond in en rond het dorp Baarle in leen. Maar de hertog was een slimme jongen. Percelen waar mensen woonden of werkten die accijns aan hem afdroegen, behield hij zelf.

Lang verhaal kort: Graaf Engelbrecht I van Nassau, een voorvader van Willem van Oranje, erfde de boedel van Breda. Zijn bezittingen in Baarle dragen sindsdien de toevoeging Nassau, de andere percelen werden Baarle-Hertog genoemd. Geen enkele machthebber slaagde er nadien in de enclavekwestie te beëindigen. Uiteindelijk werd het gat in de grens pas in 1974 provisorisch gedicht. Daarna beten de leden van drie opeenvolgende commissies hun tanden stuk op de puzzel, het duurde tot 1995 eer de kadasters en de landmeters van beide landen tot volledige overeenstemming kwamen en paal en perk stelden. Het resultaat is een surrealistische lappendeken van 22 Belgische enclaves op Nederlands grondgebied, met daarbinnen zeven sub-enclaves. De sub-enclaves zijn stukjes Nederland die geheel door Belgische enclaves omsloten zijn en dus weliswaar binnen de grenzen van Nederland liggen, maar nergens aan Nederland grenzen. Een Nederlandse enclave aan de Belgische kant van de grens completeert het duizelingwekkende geheel. 1198 is het jaartal dat de symbolische grenspaal siert die voor de Sint-Remigiuskerk in Baarle staat. De paal heeft twee nummers, 214 en 215, en vertegenwoordigt in zijn eentje de wirwar.

Nergens ter wereld kan ik zo mooi in de praktijk toetsen wat grenzen nu werkelijk inhouden. En dan heb ik het niet over nutsvoorzieningen, politie, belastingen en andere praktische zaken waar inwoners mee te maken hebben. Ik wil de grens voelen, beleven.

Voor de Nederlanders die ter hoogte van grenspaal 214 hun villa’s op Belgisch grondgebied lieten verrijzen is de grens een realiteit, al was het maar in fiscale zin. Ze kijken uit over Nederland, maar genoten lange tijd de belastingvoordelen die een adres in België bood.

Quadripunt

Wanneer ik langs de Gierlestraat het dorp Baarle binnen fiets, kan ik met elke volgende pedaalslag zomaar een ander land betreden. Even ten noorden van de weg ligt zelfs een quadripunt. De uiteinden van de percelen H1 en H2 raken elkaar, zodat de grenzen tussen twee lapjes België en twee lapjes Nederland op een enkel punt in een kruis samenkomen. Wanneer ik even verder over het voormalige spoortraject van het Bels Lijntje fiets, zie ik aan witte kruisjes op het wegdek dat ik de grens passeer. Kruisjes zoals ze op een landkaart een grens markeren. In het centrum van het dorp geven nagels en kruisjes in het plaveisel aan waar de enclaves liggen. De grensscheiding loopt er dwars over een terras.

Buiten het centrum, aan de brink van de oude buurtschap Loveren, splijt de grens zelfs een voordeur in tweeën. Links van de deur hangt een bel met huisnummer 19 en een Belgisch vlaggetje, rechts een bel en huisnummer 2 op een rood-wit-blauw bordje.

Animatie: Suzan Hijink

Zonder zijwieltjes

Wie ergens in Baarle de straat oversteekt, of zelfs maar een terrasstoel verschuift, kan pardoes aan de andere kant van de grens belanden. Fietsend door het buitengebied heb ik af en toe oprecht geen idee in welk land ik ben. In eerste instantie geeft dat me een onwennig, zelfs wat onzeker gevoel. Als een kind dat voor het eerst zonder zijwieltjes fietst, zoek ik naar balans. Ik probeer mij te verzoenen met de gedachte dat de precieze ligging van de grens er werkelijk niet toe doet en ik merk hoe ik los kom. Los van grenzen en de beperkingen die ze met zich meebrengen. Ik voel me vrij.

Ten zuidwesten van Baarle vormt het Merkske de natuurlijke scheiding tussen Nederland en België. En laat precies de weg waarover ik fiets, de Zondereigensebaan, het Merkske kruisen op een plek waar de grens heel even niet de loop van de beek volgt. Ook hier zijn de fijnslijpers van het kadaster erin geslaagd verwarring te scheppen waar duidelijkheid hun doel was. Andermaal moeten kruisjes op de weg duidelijk maken in welk land ik ben.

Even ten zuiden van de beek staat aan een zandpad een huiveringwekkend monument. Het is een reconstructie van een deel van de Dodendraad, of kortweg de Draad, die de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog aanlegden om te voorkomen dat inwoners van bezet België naar het neutrale Nederland zouden vluchten. De scheiding liep van de Vaalserberg tot aan het Zwin, bestond uit twee hekken van prikkeldraad met daartussenin een rij palen waarlangs draden waren gespannen die onder een spanning van tweeduizend volt stonden.

Het stukje Dodendraad bij Zondereigen is een vredesmonument en herdenkt degenen die zich dood liepen. In het prikkeldraad zijn gehaakte klaproosjes bevestigd, in de greppel bloeien echte klaprozen. Deze vervreemdende plek legt de waanzin van oorlog bloot, en daarmee ook de waanzin van grenzen. Naar schatting werden vijfhonderd Belgische vluchtelingen geëlektrocuteerd door stroomdraden als deze toen ze probeerden het veilige Nederland te bereiken, vaak niet eens precies op de grens en hoe dan ook op een plek waar nauwelijks honderd jaar eerder nog geen grens bestond omdat Nederland en België samen een land vormden.

Witte Kei

Parallel aan het Merkske, en dus aan de grens, vervolg ik mijn tocht in westelijke richting. Aan weerszijden van de beek bevinden zich enclaves, een stukje Nederland in België of andersom. In een bocht van het pad ligt op een stalen sokkel een steen. Al in de dertiende eeuw maken geschriften melding van de Witte Kei die de grenzen tussen de gemeenten Hoogstraten, Baarle-Hertog en Merksplas aangeeft. Na alle palen, vlaggen, borden, kruisjes en andere grensmarkeringen, na de grimmige kilte van de Dodendraad, is dit een verwijzing naar de oorsprong van grenzen. Een groep mensen vormt een gemeenschap, bewoont een gebied en bewerkt er het land. Om duidelijk te maken welke gronden zij tot de hunne rekenen, planten ze bomen of plaatsen ze stenen die de begrenzing van hun terrein markeren.

Beeld Suzan Hijink

Castelré

Westelijk van de Witte Kei in het beekdal van het Merkske vertoont de landsgrens een merkwaardige uitstulping. Ik fiets een Nederlands dorp binnen dat zowel in het zuiden, het oosten als – en dat is opmerkelijk – in het noorden aan België grenst. Castelré is net geen enclave omdat het met een navelstreng van tweehonderd meter breed aan de rest van Nederland vastzit. De grenslijn verlaat het Merkske, loopt nog een paar kilometer westwaarts, maakt dan een boog en keert op zijn schreden terug tot een punt waar een paar stukken Belgisch grondgebied vrijwel geheel door Nederland omsloten worden, keert daar opnieuw om en buigt dan naar het noorden af. Een laatste, bijna extatische twist, vastgelegd door de ambtenaren die de erfenis van de heer van Breda tot op de centimeter moesten nameten. Pas zes kilometer noordelijker, aan de oever van de Strijbeekse Beek, staat paal 215 en is de verwarring voorbij.

Lees ook: De Moresnet-kaars is nog niet helemaal uitgedoofd

Contact met de laatste nog levende oud-inwoner van het in 1920 opgeheven ministaatje Neutraal Moresnet was tot voor kort niet mogelijk. Inmiddels is het ijs gebroken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden