Review

Baaba Maal als visitekaartje West-Afrikaanse pop

AMSTERDAM - 'Concert met zitplaatsen' zo waarschuwde het Paradiso-affiche vooraf. Baaba Maal zou immers een akoestisch concert geven. Het werd dinsdag in Amsterdam inderdaad een optreden zonder stekkers, zij het met zo'n vurig elan dat niemand de dans meer kon ontspringen. Het publiek klom op de stoelen voor staande ovaties en gaf zich fysiek over aan deze Senegalese superster.

Stan Rijven

Maal is in Nederland vooral bekend dankzij een van de fraaiste akoestische platen ooit gemaakt, 'Djam Leelii' uit 1984. De eerste reactie van de Britse dj en talentscout John Peel luidde toen: ,,Het is alsof je Muddy Waters voor de allereerste keer hoort.'' Tot vandaag blijven de gitaar- en zangduetten met de blinde griot Mansour Seck je betoveren. Maar Maal is niet iemand die in het verleden blijft hangen. Met Youssou N'Dour ontpopte hij zich de laatste 15 jaar tot de charismatische wegbereiders die Senegal definitief op de mondiale popkaart zetten. Allebei zijn het bruggenbouwers die de eigen cultuur vloeiend met westerse popstijlen verbinden. Het album 'Firin' in Fouta' (1994), vol cross-overs met rap, salsa en Keltische klanken, betekende Maals definitieve doorbraak. Op 'Nomad Soul' (1998) ging Maal samen met Brian Eno nog een stapje verder, al wist hij in alle verscheidenheid de eenheid te bewaren.

In Paradiso domineerde zijn fenomenale kopstem, aangestuurd door 24-karaats Sahel-soul met ingebouwde versterker. Driftig ronddansend in fraaie traditionele gewaden vormde Maal het wapperend middelpunt van een band vol oud en aanstormend talent. Naast kompaan Mansour Seck en een ervaren kora- en hodu-speler (jagersgitaar), stalen een piepjonge zangeres en een stel trommelaars de show. Maal stuurde al regisserend telkens aan op een 'groove' waarin de hele groep loskwam. De zwiepende ritmes en gedurfde improvisaties misten al gaande het twee uur durende concert hun propeller-effect niet: het concert kwam traag op gang, maar raakte daarna voorgoed los van de grond. Jammer genoeg lieten Maal en Seck hun gitaren onaangeroerd staan. De zo gehoopte duetten van 'Djam leelii' bleven aldus achterwege.

Baaba Maal is niet alleen het visitekaartje van de West-Afrikaanse pop, maar ook de voorbode van een reeks fraaie concerten, die na 15 jaar een tweede Afrika-golf inluiden. Nu niet meer bestemd voor een selectief ingewijd publiek, maar gedragen door een brede, jonge dance-generatie zoals het Paradiso-publiek illustreerde. De afro-beat van Fela Kuti is 'hot' in Engeland, de 'Dakar sound' en 'Bamako Beat' binnenkort in Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden