Review

Autobiografie Ger Harmsen bleef te lang doorschrijven

Ger Harmsen: Herfsttijloos (Colchicum autumnale) - Een levensverhaal'. SUN, Nijmegen; 735 blz. - f 49,50.

Het bloempje 'herfsttijloos' (de titel) siert de omslag: een 'wat tijdeloze herfstbloeier', model staand voor wat hij zijn trage ontwikkeling noemt. Hij werd als oudste van drie kinderen geboren in een van oorsprong hervormd, al gauw SDAParbeidersgezin. (Hij beschouwt het 'als een voorrecht in een athestisch gezin te zijn opgevoed; met hetgeen we niet kunnen bevatten moeten we leven.' Wel betreurt hij het, weinig thuis te zijn in op de Bijbel genspireerde kunst en literatuur).

Zijn vader was timmerman en later kleine middenstander, zijn moeder een aantal jaren dienstmeisje. Ziekelijk lag hij veel in bed: zijn ontwikkeling speelde zich voornamelijk in het eigen hoofd af, zonder veel impulsen van buiten. Maar dank zij een filiaalhoudster van de openbare bibliotheek las hij op jonge leeftijd Spinoza.

Hij bloeide pas op toen hij de schoonheid van de natuur ontdekte: “Ransdorp werd mijn Damascus. Van een Saulus was ik een Paulus geworden. Het beeld van de grutto die een paar meter van me af op een hek in het weiland zat, liet mij niet meer los.” Harmsen werd verwoed lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie.

De directeur van de Nederlandsche Cocaine Fabriek, waar hij als spoeljongen werkte, stimuleerde hem het diploma van chemisch analyst te halen. Voor literair-historische zelfstudie bood de boekenclub van de Wereldbibliotheek uitkomst. In de oorlog haalde hij zijn HBS-B. Hij werd tewerkgesteld in Duitsland en ging ook, om zijn vader niet in gevaar te brengen. In 1946 werd hij lid van de CPN, een jaar later was hij scholingsmedewerker.

Over 'de partij' vertelt Harmsen tekenende anekdotes, die licht werpen op de machinaties in de van idealisme bol staande club. Zo siste de latere wethouder Harry Verheij, terugkomend van een bespreking met De Groot, hem toe: 'Wat je van je vader niet zou nemen, nemen we van die vent!' Velen een doorn in het oog was Harmsens cursus over Engels' theorie van het communisme, dat geen eindstadium in de geschiedenis is. 'Terwijl wij onze mensen ertoe moeten brengen trap op trap af te lopen om abonnees voor De Waarheid te winnen, sta jij te vertellen dat het communisme een voorbijgaande zaak is. Waarvoor zullen onze mensen zich dan nog druk maken?', kreeg hij toegebeten.

In 1951 viel Harmsen in ongenade omdat hij te kritisch was, maar zijn spreek- en schrijfverbod werd onder de dooi ten tijde van Chroestjov opgeheven met de platitude: 'Al heeft nu je bootje een tijdje in het riet vastgezeten, we moeten nu zien het weer vlot te krijgen.' De breuk met de CPN kwam in 1958, toen partijleider Paul de Groot en coming man Marcus Bakker onwelgevallige kameraden voor het gemak een collaborerend oorlogsverleden aanwreven.

Van zijn oeuvre noemt Harmsen de (mijns inziens briljante) biografie van Daan Goulooze, die in het verzet radiografisch contact onderhield met de Komintern in Moskou. Vele andere onderwerpen kwamen al aan de orde in zijn opstellenbundel 'Nederlands communisme'. Met gepaste ijdelheid maakt hij gewag van zijn 'Inleiding tot de geschiedenis', een eerste gids voor vele duizenden studenten. In 'Natuur, geschiedenis, filosofie' was hij zijn tijd vooruit door te wijzen op de vernietigende uitwerking van een kapitalistische economie op het milieu. Zijn 'Voor de vrijheid van de arbeid' is een standaardwerk geworden over de geschiedenis van de vakbeweging, evenals 'Blauwe jeugd rode jeugd' over de jeugdbeweging.

Deze wapenfeiten worden echter overwoekerd door honderden en nog eens honderden namen van personen die Harmsen op zijn weg tegenkwam. Ook krijgt ieder vogeltje en ieder plantje de eer bij name genoemd te worden, evenals alle jeugdboeken die hij las. Een voor buitenstaanders niet goed te bevatten conflict op de filosofische faculteit in Groningen wordt tot op de komma uitgebeend.

Bovendien is een aanzienlijk deel van het boek ingeruimd voor verscheidene - verstoorde - liefdesrelaties, waarvan de beschrijving mij niet vermocht te boeien. Net zomin als de vermelding van zijn eerste zaadlozing in het twaalfde levensjaar: so what? Moeten uitgevers hun auteurs (ook Lou de Jong bezondigde zich al aan een dergelijke alinea) niet tegen flauwekul beschermen?

Het is de uitgever aan te rekenen dat hij Ger Harmsen heeft laten doorschrijven: wat blijft hangen is name-dropping; echt licht op de achtergrond van politieke contacten en intellectuele vijand- of vriendschap werpt Harmsen niet. Wat was het mooi geweest als hij, inmiddels outsider, van binnenuit beschreven had hoe het werkt: omwille van je idealen haast ten koste van alles lid blijven van een club, die daardoor een vlijmscherp middel tot morele chantage in handen heeft. Maar daarvoor is hij ook misschien te weinig thuis in de mentaliteitsgeschiedenis die de laatste jaren opgang heeft gemaakt, en te kundig in de geschiedschrijving van organisaties, waarin hij zijn sporen heeft verdiend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden