Review

Auschwitz al lang vóór de oorlog onheilsoord voor joden

'Een heel gewoon stadje' heet het eerste hoofdstuk van een vandaag verschijnende studie over Auschwitz. Deze paradox, het 'gewone' van 'Auschwitz', is de zenuw die in dit boek wordt blootgelegd. Auschwitz was geen 'natuurramp', geen 'concentratiekamp dat op zichzelf stond, gescheiden van de rest van de wereld door Nacht und Nebel'.

Auschwitz verwerd tot killing fields “doordat doodgewone mensen gebruik maakten van standaard-procedures: rekwisitieformulieren, transportbonnen, bouwvergunningen, verkoopakten, reçu's”.

De meeste geschiedenisboeken over Auschwitz beginnen in 1940. Robert Jan van Pelt, Nederlands hoogleraar cultuurgeschiedenis in het Canadese Waterloo, en Debórah Dwork, directeur van het Center for Holocaust Study van Clark University in de VS, volgden het spoor terug naar de wortels van de ongewone ambities van die doodgewone mensen.

De standaard-procedures van al die planologen, architecten en bouwvakkers waren ondergeschikt aan het idee van een illusoire 'raszuivere' natie en waren geënt op het heimwee naar het verloren verleden van het 'Duitse Oosten'.

Auschwitz, in 1270 door Duitsers gesticht en eeuwenlang Duits grondgebied, was ook vele jaren een Poolse grensplaats op net niet aan Duitsland toegevallen terrein. Na de Duitse annexatie in 1939 moest Polen niet alleen een buffer zijn tegen de Sovjet-Unie, maar ook Lebensraum bieden voor Duitse 'kolonisten', als beloning voor eeuwen Duitse arbeid op oostelijke bodem.

De Polen werden gezien als een obstakel in de germanisatie. Voor de joden die er eeuwen vreedzaam hadden gewoond, was evenmin plaats. Met de uit Ostjuden uit Oost-Europa, levend in erbarmelijke omstandigheden, werden ze als parasieten beschouwd.

Al in 1882 stonden ontluizingsprocedures symbool voor hun vernedering. Een van de getuigenissen die Van Pelt en Dwork aanvoeren, is “zowel een blauwdruk als een griezelige voorafschaduwing van de gebruikelijke 'ontluizing' in Auschwitz, zestig jaar later.”

Een vrouw, in 1882 twaalf jaar, herinnerde zich “Duitsers die bevelen schreeuwden en daar steeds 'Schnell, schnell!' aan toevoegden (. . .). Onze spullen werden afgepakt, onze vrienden van ons gescheiden (. . .). Vreemd uitziende mensen dreven ons voort als stomme dieren, hulpeloos en zonder verzet”. Joodse emigranten kregen de schuld van epidemieën en werden geassocieerd met ongedierte.

In die jaren was Oswiecim het centrum van immigratiezwendel. Hotelhouders en politieagenten trachtten emigranten ervan te overtuigen dat dit de beste plek was om de grens te passeren. Ze werden er beroofd, soms met een onnozele truc: via een telegram aan de 'keizer' van Amerika konden ze vergunning krijgen om zich in de VS te vestigen. Een neptelegraaf met een onzichtbaar bediende wekkerbel rinkelde dan een bepaalde code die de toestemming van de 'keizer' zou aangeven.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd bij het - door de auteurs lieflijk beschreven - stadje Auschwitz een kampement gebouwd om migrantenarbeiders op te vangen. Maar in 1918 verviel de behoefte daaraan, omdat na de herindeling van Europa Oswiecim geen grensplaats meer was. Het zou het fundament worden van het latere concentratiekamp.

Met getuigenissen en bouwtekeningen leggen Van Pelt en Dwork verband tussen de Duitse politiek-militaire historie, de in venijn toenemende nazi-ideologie en de ontstaansgeschiedenis van de kampen en van Auschwitz in het bijzonder.

Verschillende ontwikkelingen grepen in elkaar. Zo werden in 1933 de eerste politieke tegenstanders in Konzentrationslager opgesloten voor 'heropvoeding'. Een stap verder was het afmaken van geestelijk gehandicapten. De 'asociale' en 'minderwaardige' Joden waren voor de nazi's de incarnatie van die twee op te lossen 'problemen'.

Met de verovering van Polen had Duitsland er twee miljoen Joden bij gekregen. Omdat zij in het Oosten moesten plaatsmaken voor Duitse 'kolonisten', werden steden die 'spoorwegknooppunten zijn, of althans aan een spoorlijn liggen', concentratiepunten voor 'de systematische evacuatie van joden uit Duits grondgebied', aldus de nazi-top. Auschwitz was zo'n spoorwegknooppunt.

Van Pelt en Dwork laten stap voor stap zien welke gedetailleerde plannen er nog meer waren, facetten van wat het concentratiekamp zou worden. Zo werden er bouwtekeningen gemaakt voor efficiënte boerderijen als onderdeel van het agrarische Utopia dat SS-leider Himmler van het 'Duitse Oosten' wilde maken.

In de paar stenen barakken van het nooit gebruikte migrantenkampement uit de Eerste Wereldoorlog werden 'weerspannige Polen' ondergebracht. Het kamp herkreeg zijn functie als arbeidsbureau, maar nu voor dwangarbeid, de vervaardiging van bouwmaterialen in de zandgroeven. Er kwam nog een functie bij: die van executieplaats voor tegenstanders van elders. Vermoord werden ook kampgevangenen die geen 'deugdelijk werk' leverden. Hun leven eindigde in het crematorium voor 'normaal' gestorvenen.

De behoefte aan arbeiders werd enorm toen IG Farben Auschwitz geschikt bevond voor een nieuwe fabriek van synthetisch rubber. Met drie rivieren voor het benodigde water en drie spoorlijnen voor transport was het een uitgelezen plek.

Er werd aanvankelijk nog gedroomd van een vestigingsplaats voor Duitse arbeiders. In het boek worden voor het eerst vergeelde en gescheurde bouwtekeningen gepubliceerd, die na de val van de Muur uit de Moskouse archieven zijn gekomen. Het kamp moest worden vergroot; van postkantoor tot bibliotheek, aan alles werd gedacht.

Voor ontluizing werden gaskamers met een tijdsbesparende ventilatie en giftoevoer ontworpen. Het desinfectieproduct Zyklon B ('cycloon' blauwzuur: uiterst giftig cyaanwaterstofzuur, Blausaüre genoemd vanwege de donkerblauwe plekken die het veroorzaakt) kon uit standaardblikken door op maat gemaakte gaten worden ingegoten.

Maar de toestroom van Duitse arbeiders of in te zetten sovjet-gevangenen bleef uit. Het hiervoor bestemde satellietkamp Birkenau had nu alle ruimte voor joden.

- Vervolg op pagina 18

Kritiek van neonazistische revisionisten ontkracht - Vervolg van pagina 17

Dwork en Van Pelt merken op dat de mensonterende omstandigheden waarin de uit heel Europa samengedreven joden terechtkwamen, in het begin geen resultaat waren van Duitse machtswellust, maar veeleer van ondeugdelijke ontwerpen van de architecten van Auschwitz-Birkenau: onbruikbare verwarming, latrines zonder afvoer voor te veel mensen, en de éne potloodkrabbel op een bouwtekening waarmee eensklaps een paar honderd mensen meer per barak werden toebedeeld, alleen om een rekensom rond te maken.

Maar met al die architectonische gebreken kon de uitroeiing van joden nog heel wel ter hand worden genomen.

Dit boek laat zien, hoe de architecten en ingenieurs niet meteen een moorddadig doel nastreefden, maar hoe hun plannen - met hun medewerking - aangewend werden voor genocide.

Van Pelt, die zijn eerdere studie in 'Anatomy of the Auschwitz Deathcamp' (Gutman/Berenbaum, Indianapolis 1994) in dit boek uitwerkt, ontkracht met Dwork de kritiek van neonazistische revisionisten. Die wijzen op 'onvolkomenheden' van het kamp die massale uitroeiing in de weg zouden hebben gestaan. Maar het zijn juist de uitbouw van ogenschijnlijk 'normale' crematoria en de verfijning van ontluizingsmechanieken die de glijdende schaal van de nazi-'ethiek' markeren. Uiteindelijk werden een miljoen mensen in Auschwitz-Birkenau met het luizen dodende Zyklon B vermoord, onder wie 60 000 Nederlanders.

Deze 'bouwgeschiedenis' van Van Pelt en Dwork, met nooit eerder gepubliceerd materiaal, mag gezien worden als deel van een tweeluik. De andere helft is het monumentale 'Kalendarium' van Danuta Czech (zojuist als 'Auschwitz Chronicle' ook in Engelstalige paperback verschenen), dat de gebeurtenissen in het kamp van dag tot dag beschrijft.

De auteurs zetten aan het slot van hun studie uiteen hoe Auschwitz (waar veel Polen zijn vermoord) en Birkenau (vooral joden en zigeuners) als 'monument' toe zijn aan een waarheidsgetrouwere inrichting. In Auschwitz zou zorgvuldiger met restanten moeten worden omgegaan: een restaurant in een voormalig ontluizingsgebouw is niet kies en bij gereconstrueerde overblijfselen moeten naoorlogse aanpassingen vermeld worden.

Van Pelt, nauw betrokken bij het nieuwe inrichtingsplan voor het 'staatsmuseum Auschwitz-Birkenau', ontvouwt met Dwork een opzet, die restanten en verdwenen plekken in hun waarde laat. Door de waarheid geen geweld aan te doen kunnen Polen en joden herdacht worden op de plek waar de blauwdruk voor volkerenmoord tot systeem werd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden