Review

Audi verbindt opera Debussy ingenieus aan die van Bartók

Symfonieorkest van de Munt, solisten olv Mark Wigglesworth met ’Pelléas et Mélisande’ van Debussy in een regie van Pierre Audi en scenografie van Anish Kapoor op 4/9 in De Munt, Brussel. Daar t/m 23/9. www.demunt.be

In Amsterdam werd het operaseizoen maandag geopend met Richard Strauss’ luide opera over een vrouw zonder schaduw. De Brusselse Munt trapte donderdag af met Claude Debussy’s stille opera over de geheimzinnige Mélisande die ooit treffend getypeerd werd als ’een schaduw van een schaduw’.

De Brusselse première had een hoog Nederlands gehalte omdat Pierre Audi, artistiek directeur van De Nederlandse Opera, met deze ’Pelléas et Mélisande’ zijn debuut in Brussel maakte. Audi’s vorige hoofd artistieke zaken, Peter de Caluwe, is inmiddels directeur in Brussel en hij nodigde Audi uit om Debussy’s geheimzinnige en symbolistische werk op de planken te zetten in samenwerking met beeldend kunstenaar Anish Kapoor. Die samenwerking leverde een intrigerende symbiose op waarin het mysterie niet werd ontrafeld of geduid, maar waarin juist mysterie op mysterie werd gestapeld. Hopen stof tot nadenken dus gedurende een uiterst sfeervolle en bij vlagen sublieme avond.

Zoals zo vaak in Audi’s ensceneringen begon ook deze in totale duisternis. Geen muziek, maar gesproken woord was het eerste dat we te horen kregen. Het waren de beginregels van het toneelstuk van Maurice Maeterlinck, waarop Debussy zijn opera baseerde. Die regels behoren tot de weinige scènes die de componist niet op muziek zette. Tekstregels over deuren die niet open mogen, over het niet schoon geboend krijgen van de drempel.

Audi refereerde hier aan Bartóks opera ’Blauwbaards Burcht’, ook al zo’n mysterieus werk, dat over gesloten deuren gaat en bovendien met een gesproken proloog begint. Aan het slot werd de link nog duidelijker toen zeven vrouwen (de vrouwen van Blauwbaard) verschenen in de zeven kleurrijke jurkjes die Mélisande gedurende de opera gedragen had. Het was even geraffineerd als ingenieus. De suggestie van geweld was terug te vinden in vreemde bloedvlekken op kostuums en lichamen van de personages.

De installatie van Kapoor zag eruit als een gestileerd oor, een gekantelde paskop voor pruiken, een grot, een baarmoeder – om het even wat. ’Iets benoemen’ schreef Mallarmé al,’betekent driekwart van het genot smoren’. Men kon er dus in zien wat men wilde. Het prachtige geval veranderde door belichting en constante beweging op een draaiplateau fantastisch van aanblik en kleur.

Mark Wigglesworth, door het orkest van de Munt niet geaccepteerd als chef, dirigeerde de partituur niet als een mélange van klank, maar meer als een geheel van botsende kleuren. Het paste mooi bij de beelden op het toneel. Sandrine Piau (Mélisande), Stéphane Degout (Pelléas) en Dietrich Henschel (Golaud) lieten in de hoofdrollen weinig wensen onvervuld. En ook in de kleine rollen was overtuigend gecast. En Audi zou Audi niet zijn als hij van de opkomst en minuscule vocale bijdrage van een herder (Wiard Witholt) ook niet iets bijzonders zou maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden