Review

Artsen maken wet tot wassen neus

Tien procent van de Nederlanders sterft, nadat zij door de arts met een spuitje in een diepe slaap zijn gebracht. Palliatieve sedatie heet dat. Kwestie van bestrijding van pijn, benauwdheid of onrust, zoals het formeel hoort, of is hier sprake van een verkapte vorm van euthanasie?

Vaak het laatste, denkt Rob Bruntink, hoofdredacteur van het blad Pallium en schrijver van ’De laatste slaap’, een boek over palliatieve sedatie. Bruntink vermoedt – en hij is lang niet de enige – dat het diep in coma brengen van de patiënt met als nevendoel de dood een handje helpen, door artsen steeds vaker wordt gebruikt om de euthanasiewet te omzeilen.

Volgens die nog jonge euthanasiewet moet euthanasie immers worden aangemeld bij een toetsingscommissie. Is niet voldaan aan de strikte voorwaarden die de wet stelt, dan loopt de arts het risico van een strafproces op beschuldiging van moord. Bovendien is euthanasie voor elke arts een beladen, emotionele daad. Palliatieve sedatie – maximaal twee weken voor de te verwachten natuurlijke dood wordt de patiënt in diepe slaap gebracht, hij krijgt geen voeding of vocht meer – is dan een aanlokkelijk alternatief.

Volgens de officiële richtlijn van de artsenorganisatie KNMG mogen artsen palliatieve sedatie niet aan hun patiënten voorstellen als een alternatief voor euthanasie. Maar volgens Bruntink gebeurt dat wel.

Bruntink: „De euthanasiewet wordt zo steeds meer een wassen neus. Palliatieve sedatie is enorm in opmars. Tien procent van de Nederlanders eindigt inmiddels op die manier. Slechts twee procent kiest voor euthanasie. Uit een EO-enquête in 2004 blijkt dat tweederde van de bevolking palliatieve sedatie ziet als een vorm van euthanasie. Een op de zes artsen denkt er ook zo over. Kennelijk is de behoefte groot aan een gecontroleerde, langzame dood. Daarin voorziet palliatieve sedatie.”

Palliatieve sedatie wordt in Nederland veel meer toegepast dan elders in de wereld. In het buitenland eindigt slechts drie procent van de sterfbedden met palliatieve sedatie, in Nederland tien procent.

Bruntink: „Veel artsen vinden euthanasie te cru. Maar nu, zeggen ze, hebben we palliatieve sedatie in de aanbieding. De suggestie is dat ze de boel onder controle hebben, dat een pijnlijk of dramatisch sterfbed altijd valt te voorkomen. Artsen scoren daar enorm mee. Maar het is hoogmoed en niet reëel. ’Wij hebben voor al uw problemen een oplossing’, is de boodschap. Ze zeggen nog net niet dat er eigenlijk geen lijden hoeft te bestaan. Honderdduizenden Nederlanders – patiënten, familie, vrienden, kennissen – ervaren echter jaarlijks dat aan lijden niet altijd valt te ontkomen. Een van de hospice-artsen in mijn boek stelt een goede principiële vraag; wij geven een medisch antwoord, maar is er wel een medische vraag aan de orde? Lijden kan ook een psychologische of spirituele kwestie zijn.”

Eigenlijk vindt Bruntink dat in Nederland het hele denken over euthanasie en palliatieve sedatie op de helling moet. De discussie is sterk in juridisch vaarwater terecht gekomen en gaat niet meer over dat waar het over zou moeten gaan: goede zorg aan het sterfbed.

Er bestaat vanuit de politiek kennelijk een enorm wantrouwen jegens wat artsen uitspoken. Maar is dat niet terecht dan? Het gaat om leven en dood. Bruntink: „Ik snap niet zo goed waarom artsen hun handelen ten opzichte van de maatschappij moeten verantwoorden. Als ze dat ten opzichte van de patiënt en de familie eromheen kunnen doen, is het toch genoeg?”

Omdat palliatieve sedatie en euthanasie steeds meer alternatieven van elkaar zijn geworden, kan het voor de politiek verleidelijk zijn – en op den duur wellicht onontkoombaar – om palliatieve sedatie aan wettelijke regels te verbinden. Of onder te brengen in de Euthanasiewet.

Dat zou Bruntink betreuren, want hij plaatst grote vraagtekens bij de wijsheid van die wet. „Terwijl wij bij de totstandkoming ervan dachten: andere landen zullen wel volgen, blijkt keer op keer dat dat niet het geval is. Zo nu en dan flakkert de discussie in het buitenland op over de noodzaak van zo’n wet. Maar telkens weer luidt het antwoord, op België na: nee. Ik zou me dan toch eens achter de oren gaan krabben: die euthanasiewet, was dat eigenlijk wel zo’n goed idee? Misschien moet de conclusie luiden dat regelgeving op dit terrein niet werkt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden