Review

Arm, dronken en katholiek

Vader verdrinkt de centen, moeder krijgt elk jaar een baby, en het regent onophoudelijk. Het clichébeeld van de arme, ongelukkige Ierse jeugd doet het goed: in de boekhandel en de bioscoop. Maar er zijn tegengeluiden. Drie onlangs vertaalde romans mijden het Kruimeltje-sentiment en wekken twijfel aan de populaire sjablonen over het barre moederland.

Sinds Ierland zichzelf als mystiek en ongerept presenteert en schrijvers als Frank en Malachy McCourt benadrukken dat het geheim van hun literaire succes niet ligt in zomaar een 'ongelukkige jeugd' maar in die ene onvermijdelijke 'katholieke Ierse arme ongelukkige jeugd', lijkt het wel of alle Ieren in hun eigen stereotypen zijn gaan geloven.

,,Geef een willekeurige Ier een pint en hij of zij begint te zingen'' verklaarde Deirdre O'Neill van de popgroep Junkster enkele jaren geleden in een interview met Trouw: ,,Ieren overdrijven graag en als vertellers hebben ze geen last van een minderwaardigheidscomplex. Daarbij wordt de werkelijkheid wel eens uit het oog verloren. Ik bedoel: de verhalen zijn vaak mooier dan het leven zelf.''

Ierse schrijvers dramatiseren hun armoedige jeugd graag. Dat geldt zeker voor Malachy McCourt ('Een zwemmende monnik'), in mindere mate voor zijn broer Frank ('De as van mijn moeder') of Patrick McCabe ('De slagersjongen'). Hun jeugd in respectievelijk Limerick en Clones w s schrijnend armoedig en ze weten de honger, het zwerven en vechten, de straffen van bezorgde moeders, dronken vaders of strenge pastoors indringend te verbeelden, maar tegelijkertijd hebben ze ook meegewerkt aan de mythe over de typisch Ierse jeugd. Met name Malachy heeft de verleiding van het overdrijven niet kunnen weerstaan; zijn herinneringen hebben het opschepperige van een sterk verhaal dat je in de kroeg vertelt.

Zo ontstond een cliché dat mede door het succes van de films naar 'De as van mijn moeder' en 'De slagersjongen' niet meer terug in de fles wil.

Het Ierse branieschoppertje duikt sindsdien overal op. Vooral de omslagen van de stapels Ierse boeken die je in de winkels tegenkomt, illustreren het: negen van de tien keer zie je een arm jochie met kort haar en korte broek tegen een in verval geraakte stenen muur leunen, met op de achtergrond de Ierse kustlijn. Op de achterflap van de vorig jaar vertaalde roman 'Dansen met Marilyn Minnie' van Mogue Doyle voegt de uitgever daar nog aan toe dat in dit boek 'de geuren en kleuren van het Ierse platteland tot leven komen' en zich vermengen 'met het dialect van de dorpsbewoners en het klokgelui dat tegen de bergen weergalmt'. Eindelijk verdient het oude barre moederland iets aan zijn vroegere armoede terug, zo lijkt het.

Maar schilderachtige achterstand mag voor sommigen dienstdoen als een literair of toeristisch goudmijntje, dat geldt niet voor iedereen. In 'Mother Ireland' liet Edna O'Brien in 1976 al zien hoe zij het bekrompen Ierland wel moest ontvluchten omdat zij zich 'in dit Godot-land' ondanks Yeats, Joyce, Beckett en

Seamus Heaney nooit verder had kunnen ontwikkelen. Zij voegde er nog verbaasd aan toe dat de bloei van diezelfde Ierse literatuur in het licht van de talloze boekverbrandingen door de clerus niet minder dan een wonder genoemd mag worden.

Het valt daarom mee dat er in Ierland ook nog ruimte blijkt te zijn voor psychologische romans die meer laten zien dan de pittoreske buitenkant alleen. Eind vorig jaar verscheen 'De leerschool van de anatomie' van Bernard MacLaverty, een roman die niet veel opzien baarde, maar die wél genuanceerd bericht over het Ierse katholicisme. Met name over de fundamentele levensangst die de moederkerk haar kinderen inboezemde. Zonder te vervallen in Kruimeltje-sentiment laat MacLaverty zien hoe de jonge Martin Brennan zich langzaam uit zijn milieu bevrijdt en uiteindelijk de wetenschap boven het priesterschap verkiest.

Behalve 'De leerschool van de anatomie' zijn er nog twee boeken verschenen die de romantische beeld van de Ierse identiteit ontkrachten. Beide kiezen het perspectief van de ouders van de schrijvers. In 'Sproetenkoppen' beschrijft Hugo Hamilton de moeizame assimilatie van het Duits-Ierse gezin waarin hij werd geboren. In het tweede, 'Rory & Ita', tekent Roddy Doyle de herinneringen op van zijn ouders, die het grootste deel van hun leven in Dublin woonden.

Vooral 'Sproetenkoppen' is een opmerkelijk boek. De moeder van de verteller, Irmgard Kaiser, katholiek en dochter van een operazangeres, komt uit Duitsland. Nadat zij tijdens de Tweede Wereldoorlog onder meer in het Nederlandse Venlo door haar baas misbruikt is, vlucht zij naar Ierland waar zij haar taal en geschiedenis zo snel mogelijk wil vergeten. Ierland is haar droombeeld, een mooi, heilig en mystiek land, waar overal zee en wind is en waar je je in de stilte van Lough Derg kunt afsluiten en bidden voor de noden van de wereld.

Haar leven krijgt een andere draai als ze Jack Hamilton trouwt. Hamilton, geboren in Cork, is een man met een missie. Zijn vader is gestorven aan heimwee nadat hij bij een val op het dek van een Brits marineschip zijn geheugen kwijtgeraakt is. Jack verandert zijn naam in Sean O hUrmoltaigh en sluit zich aan bij een beweging die strijdt voor de wederopstanding van het oude Ierland, de Aiseirí. De groep wil de emigratie naar Amerika en Schotland stoppen en het verlies compenseren door het opwekken van een immigratiegolf van nieuwe Ieren, die moeten worden opgevoed met de oorspronkelijke taal, het Gaelic. De gevolgen zijn desastreus. Irmgard komt vrijwel meteen klem te zitten tussen haar wil zich aan te passen aan haar nieuwe omgeving (Engelstalig Dublin) en de fanatieke xenofobische krampen van Sean, die uiteindelijk behalve aan zijn idealen letterlijk te gronde gaat aan zijn bijen, die hem op een dag aanvallen en doodsteken.

De kinderen zitten niet minder klem. Door hun vader worden ze 'sproetenkoppen' genoemd (het woord is afgeleid van barm brack- zelfgemaakt Iers brood met Duitse rozijnen). Vanwege hun kleren - lederhosen en Arantruien - worden ze van meet af aan gepest en in elkaar geslagen. Mede hierdoor ontwikkelt de verteller zich tot een onaangepaste ziel die te pas en te onpas van zich afbijt en al op de eerste schooldag zijn onderwijzeres in het gezicht slaat.

'Sproetenkoppen' steekt nadrukkelijk de draak met het door veel Ieren zelf zo trots beleden nationalisme. In 'Rory en Ita' wordt een ander cliché onderuitgehaald: dat van de Ier als een zwetsende en zuipende Brittenhater die met het katholieke geloof in het reine moet komen. Roddy

Doyle's vader en moeder, die om en om aan het woord komen, zijn bepaald geen xenofobe zwetsers. Vader Rory betoont zich een hartstochtelijk maar toch gematigd nationalist. Aanvankelijk bewondert hij de Ierse revolutionair De Valera oprecht: ,,'Betaal geen pacht aan de Britten'. Dat was echt geweldig; dat was echt strijdvaardige taal.'' Maar als de vrijheidsstrijder eenmaal aan de macht gekomen is en het socialisme inruilt voor rechts-nationalisme moet Rory weinig meer van hem hebben.

Moeder Ita beschrijft met veel warmte Kilbarrack als een gevarieerde stadswijk waarin katholieken, joden en protestanten vredig naast elkaar wonen. Dat beeld maakt korte metten met de gedachte dat de godsdiensttegenstellingen in Dublin altijd net zo hardnekkig waren als in Bel-fast.

En het drankmisbruik dan? Ja, dat bestond ook in die nette buurt vlak buiten hartje Dublin. Bij aardige buurman Barney May bijvoorbeeld, die teruggetrokken leefde en detectives las. ,,Ik herinner me'', vertelt Ita ,,dat ik een keer thuiskwam ... en langs de Mays liep. Ze hadden een rotspartijtje in het midden van de voortuin en de auto stond daarbovenop - als een versiering, een kers op een taart.''

Zo nuchter en geestig kan het dus ook. Wie 'Sproetenkoppen' en 'Rory en Ita' heeft gelezen, is een paar illusies armer, maar een groter en veelkleuriger Ierland rijker.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden