Review

Aristoteles moet een gelukkig mens zijn geweest

Het is een drukke tijd voor filosofieliefhebbers. In korte tijd zijn hoofdwerken van Pascal, Plato, Spinoza en Schopenhauer in vertaling verschenen. Aan dat rijtje kan nu Aristoteles worden toegevoegd. Zijn 'Ethica Nicomachea' is na ruim veertig jaar opnieuw in het Nederlands vertaald.

Dit boek is een hoogtepunt in het oeuvre van Aristoteles en een van de grote klassieken uit de geschiedenis van de westerse filosofie. Als eerste algemene en systematische verhandeling over ethiek is het een rijke inspiratiebron geweest voor tal van andere filosofen, ook nog in onze tijd. Want al schrijven de vertalers in hun inleiding terecht dat Aristoteles' boek de levenswijze en gedragscode van de toenmalige Atheense upper classes weerspiegelt, even juist is hun opmerking dat zijn denkbeelden in veel opzichten actueel zijn gebleven.

Aristoteles, toch al een intellectuele duizendpoot, laat zich ook hier van meerdere kanten zien: als een methodische en heldere denker over morele vraagstukken als rechtvaardigheid, maar ook als een scherp observerende psycholoog (zoals in zijn analyse van het verlies van zelfbeheersing) en socioloog (zoals in zijn beschouwingen over de vriendschap).

Zijn stijl is wetenschappelijker dan die van Plato, maar zelden droog. Droog is in ieder geval zijn humor, bijvoorbeeld in de volgende uitspraak: “De aansteller kan echter geen weerstand bieden aan het maken van een grap, en spaart zichzelf noch de anderen, als hij maar mensen aan het lachen kan brengen.” Bij zo'n opmerking zie ik de glimlach voor me van de studenten van de grote wijsgeer, die zijn colleges gaf in het (onlangs blootgelegde) Lukeion (Latijn: lyceum) aan de rand van Athene. De 'Ethica Nicomachea' is hoogstwaarschijnlijk een collegetekst.

Het boek, opmerkelijk breed van opzet, behandelt zo ongeveer alle aspecten van het menselijke gedrag. Deze veelzijdigheid was in de oudheid kenmerkend voor de hele ethiek, als wijsgerige discipline. De vraag naar het onderscheid tussen goed en kwaad, die we nu vaak bij uitstek als 'ethisch' of 'moreel' beschouwen, stond nog niet op zichzelf. Ze was ingebed in de algemenere vraag hoe men zijn leven het best kan inrichten om gelukkig te worden.

Het eerste hoofdstuk gaat dan ook over geluk, als het doel waar alle mensen naar streven. In het tiende en laatste hoofdstuk maakt Aristoteles duidelijk wat hij zelf als grootste geluk beschouwt: de activiteit van de filosofische contemplatie. Hij moet een gelukkig mens zijn geweest.

Aan deze uitgave is alles te prijzen: de nauwgezette maar toch vlot lezende vertaling, die niet zelden in noten wordt verantwoord; het uitgebreide notenapparaat, dat voor een goed begrip van het boek onontbeerlijk is; ten slotte de heldere inleiding, die ook een algemeen overzicht geeft van Aristoteles' wijsbegeerte. Maar als er dan toch iets te mopperen moet zijn zou ik de bladspiegel noemen, die de lezer nauwelijks ruimte laat voor aantekeningen in de marge.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden