Reportage Tentoonstelling

Architect Alessandro Mendini mag nog één keer uitpakken in het Groninger museum

Alessandro Mendini mengde stijlen en vormen en kleuren. Alles is al eens bedacht, zei hij op die manier. Beeld Groninger Museum

Alessandro Mendini veroorzaakte 25 jaar geleden nogal wat ophef met het kakelbonte ontwerp van het Groninger Museum. Dit jubileumjaar mocht de architect nog één keer uitpakken in het museum, deze keer met een tentoonstelling over zijn design – al net zo spraakmakend.

Een misbaksel, een ­kitscherig sprookjeskasteel, perverse architectuur. Nee, een blijvertje zou het niet zijn, voorspelden critici 25 jaar geleden bij de opening van de nieuwbouw van het Groninger Museum. Al waren er ook genoeg mensen die het kakelbonte ontwerp van de Italiaanse architect Alessandro Mendini (1931-2019) opwindend vonden, een snoeptrommel van on-Nederlandse allure.

Een kwarteeuw later is het publiek nog lang niet uitgekeken op het gebouw, dat is uitgegroeid tot het beeldmerk van Groningen, naast de Martinitoren. Controversieel is het nog steeds – de architectuur laat niemand onberoerd – maar dat is ook de kracht ervan. Jaarlijks trekt het 200 duizend tot 250 duizend bezoekers, die niet alleen voor de tentoonstellingen komen, maar ook voor het gebouw. Zo’n 70 procent van die mensen komt van buiten de provincies Groningen, Friesland en Drenthe.

Mendini ontwierp het Groninger Museum met drie gastarchitecten. Beeld Hollandse Hoogte

Ook op deze door de herfstvakantie drukke ochtend willen veel mensen ­foto’s en selfies maken, niet alleen buiten voor het gebouw, maar ook binnen. Vooral de sprookjesachtige, met kleurrijke mozaïeksteentjes beklede wenteltrap naar de expositiezalen is favoriet. Het is een vertrouwd beeld voor de suppoosten die het gedrang in goede banen leiden, en ook voor Steven Kolsteren, hoofd educatie. Hij is al al bijna veertig jaar in dienst van het museum. “Die trap heeft iets magisch.”

Kolsteren maakte van nabij mee hoe Mendini en de toenmalige directeur Frans Haks (1938-2006) de plannen voor de revolutionaire nieuwbouw maakten. Van meet af aan was hij onder de indruk van Mendini, en niet alleen vanwege zijn spannende en speelse ideeën. “Hij zei altijd: ‘Alles mag, als het maar niet saai wordt’. Ook als mens dwong hij bewondering af. Het was een lieve, bescheiden en hartelijke man. Het was onmogelijk om hem boos te krijgen. Zelfs met Frans Haks had hij nooit ruzie en die kon toch heel direct zijn, mensen tegen de haren in strijken. ‘Ik vind dit helemaal niks’, hoor ik Frans nog zeggen als hem iets niet ­beviel aan het ontwerp. Mendini bleef er altijd vriendelijk onder.”

Ook kitsch en Disney-­figuren zag Mendini als kunst

Het museum viert het zilveren jubileum met de tentoonstelling ‘Mondo Mendini’, een eerbetoon aan de in februari overleden architect en ontwerper. Mendini heeft nog wel zelf de expositie kunnen samenstellen. Het museum had hem dat twee jaar geleden ­gevraagd. Hij koos niet alleen eigen werk, maar ook dat van kunstenaars en ontwerpers uit verleden en heden die hem inspireerden, onder wie Paul Signac, Wassily Kandinsky, Henri Matisse, Oskar Schlemmer, Theo van Doesburg en Gerrit Rietveld. Ook schreef hij een groot deel van de teksten in de catalogus, waarvan hij ook zelf de vormgeving bedacht. De muren in de zalen, de sokkels en vitrines zijn roze geschilderd, helemaal in lijn met de opvallende kleuren in zijn werk.

Mendini wilde vastgeroeste opvattingen over vormgeving omvergooien. In zijn ogen waren alle kunstvormen gelijkwaardig – ook kitsch en Disney-­figuren zag hij als kunst – en konden ze door elkaar heen worden gebruikt. Daarom werkte hij ook graag samen met andere ontwerpers. Voor het Groninger Museum schakelde hij drie gastarchitecten in. Zelf ontwierp hij als hoofdarchitect het centrale deel met de goudkleurige toren. Het bakstenen paviljoen werd ontworpen door Michele de Lucchi. Het ronde paviljoen voor kunstnijverheid is van Philippe Starck. Het Oostenrijkse collectief Coop Himmelb(l)au ontwierp het deconstructivistische paviljoen met zijn schotse en scheve vormen.

Stoel voor Proust, 1978. Beeld Groninger Museum

Met die potpourri van stijlen, vormen, kleuren en materialen zette Mendini zich niet alleen af tegen de strakke functionaliteit van het kale modernisme dat zijn voorgangers bezigden. Hij wilde er ook mee uitdragen dat alles op het gebied van architectuur, vormgeving en kunst al eens is bedacht en gemaakt. Het enige dat hij als ‘post­moderne’ ontwerper nog kon doen, was recyclen van bestaande vormen en stijlen en zo nieuwe, spannende combinaties maken.

Dat is precies wat hij deed met het Groninger Museum, dat hij als zijn belangrijkste werk zag. Hij schreef: “Een stoel hoef je niet opnieuw te bedenken. Je hoeft alleen te kijken hoe stoelen in het verleden zijn ontworpen en dan neem je de beste elementen en die voeg je op een nieuwe manier samen.” 

Redesign: Zig Zag Rietveld Beeld Groninger Museum

Kurkentrekker die een orkest dirigeert

Een van de blikvangers van de expositie is een metershoge versie van de ‘Stoel voor Proust’, waarmee hij in 1978 bekend werd en die zijn opvattingen over ‘redesign’ – bestaande vormen ­opnieuw toepassen – verbeeldt. Een achttiende-eeuwse barokke fauteuil ­beschilderde hij met de gekleurde spikkels van een schilderij van de Franse pointillistische schilder Paul Signac.

De schrijver Marcel Proust was een liefhebber van het werk van Signac. Meer schilders inspireerden hem: zo ontwierp hij Matisse-vazen en de ‘Kandissi Sofa’ – een variant op Kandinsky. Ook de iconische zigzagstoel van de modernistische architect Gerrit Rietveld kreeg een ‘remake’ van Mendini. Hij verlengde de rugleuning met een kruis. Je kunt er een sneer in zien naar Rietvelds ontwerpen, die bijna heilig zijn verklaard. Kolsteren: “Mendini was nooit beledigend, zo ken ik hem niet, al komt de stoel wel uit zijn meer radicale fase. Het kruis kan ook aangeven dat hij het modernisme begraaft.”

Kurkentrekker Anna G., evenknie van Alessandro M.

Behalve met het Groninger Museum kent het grote publiek Mendini van zijn ontwerpen voor Swatch-horloges en huishoudelijke artikelen (Alessi). Onbetwistbare topper is ‘Anna G.’, de verleidelijke ballerina-kurkentrekker. Op de tentoonstelling laat Mendini haar armen bewegen, nu eens niet om een fles te ontkurken, maar om een orkest te dirigeren, dat enkel bestaat uit exemplaren van haar mannelijke evenknie ‘Alessandro M.’.

‘Je voelt de magie van dit gebouw’

Het orkest van kurkentrekkers ontlokt een glimlach bij de bezoekers, precies wat Mendini voor ogen stond. Mensen moesten blij worden van de spullen om hen heen. Daarom maakte hij er ‘bezielde’ wezens van door serviesgoed en vazen een gezicht te geven of grappige pootjes. Toen Cartier hem duizenden (half)edelstenen gaf om te verwerken in een groot juweel, was zijn grootste angst dat het ‘iets arrogants en aanmatigends’ zou worden. Hij maakte een 2,5 meter hoge transparante zuil, waarin alle juwelen op kleur zijn gerangschikt. Het lijkt een verkoopzuil in een winkel, vol kralen of snoepjes.

Kandissi-Sofa, 1978 Beeld Groninger Museum

Nooit hoort Kolsteren bezoekers klagen dat de architectuur de kunst in de weg staat. “Dat heeft misschien ook met onze tentoonstellingen te maken, waarin we net als Mendini alle kunstvormen brengen, van mode tot Russische sprookjes, van David Bowie tot glaskunst en Daan Roosegaarde. Daarmee sluiten we aan op de contrasten in het gebouw. Je komt hier telkens weer in een andere sfeer, waardoor het spannend blijft. Zelfs de lange gangen zijn niet saai, omdat Mendini die ook als een kunstwerk zag.”

Kolsteren vindt het spijtig dat Mendini zijn jubileumexpositie niet meer meemaakt. “Zijn hele oeuvre is voor het eerst te zien in wat hij als zijn grootste kunstwerk zag. Het past hier zo mooi, als een hand in een handschoen. Je voelt meer dan ooit de magie van dit gebouw.”

Mondo Mendini, de wereld van ­Alessandro Mendini is tot en met 5 mei te zien in het Groninger Museum.

Lees ook:

Het regent rouwadvertenties voor ontwerper Alessandro Mendini (1931-2019)

Met zijn explosies van unieke creativiteit maakte de Italiaanse ontwerper en architect Alessandro Mendini de wereld kleurrijker, spannender en amusanter.

Groninger Museum is weer zelf topstuk

De 79-jarige Italiaanse architect Alessandro Mendini kwam er in 2010 speciaal voor naar Nederland: het verbouwde Groninger Museum. Dit terwijl hij eigenlijk maar zelden Milaan verlaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden