Opinie

Archiefkast vol clichés in homo-leven

Waar de frustratie over een klein, krom en ook nog eens besneden 'piemetje' al niet toe kan leiden.

Hanny Alkema

Accountant Tom (gespeeld door Ronald Top) moet al aardig in de dertig lopen, maar maagd is hij nog steeds. Zeven jaar woont hij inmiddels samen met de van straat geplukte nicht Robert (Thomas de Bres), maar seks? Ho maar. Hij doet juist driftige pogingen om te bewijzen dat hij hetero is, wat overigens een meer rationele dan wellustige wens blijkt. Met de psychotische Sonja die hij of all women ergens heeft weten te vinden, wisselt hij naar eigen zeggen zelfs geen kusje. Door haar dominante moeder laat hij zich wel een aidstest afdwingen, want ja, met een man die met een man woont weet je het immers maar nooit.

Tom draagt altijd bruin en dat hangt weer samen met zijn anale angsten, die zo sterk zijn, dat hij 'zijn reet nooit afveegt na het poepen'. Freud schittert bepaald niet door afwezigheid in 'Eau de vie', het nieuwe stuk van Karst Woudstra dat in zijn eigen regie door het Noord Nederlands Toneel wordt gespeeld. Het stuk zou gaan over zoiets als de uitzichtloosheid van het homo-bestaan en de onmogelijkheid van de fysieke liefde, wat me wat al te absoluut gestelde thema's lijken, maar de drie mannen die Woudstra hier opvoert zijn vooral verbazend kleinburgerlijk. Een archiefkast vol clichés wordt er uitgestort en dat ben ik niet gewend van Woudstra.

Vriend Robert zoekt noodgedwongen zijn seksuele geneugten buiten de deur, in darkrooms en op combatparties, en versiert er vakantie-adresjes in Florida waar hen als verrassing een gekooide jongeman wacht. Thuis slaapt hij met z'n knuffel die toevallig ook Tom heet en borduurt hij huiselijk een kussenovertrek. Want ondanks zijn afkeer van diens vieze onderbroeken, wil hij Tom dolgraag als 'echtgenoot'. Maak er een hetero-situatie van en verander Robert in Roberta, en 'Eau de vie' zou door de mand vallen als een hopeloos ouderwets stuk, waar elke emancipatorische beweging aan voorbij is gegaan. Nu het om homo's gaat, schijnt het schokkend of op z'n minst bijzonder te zijn. Alsof homo's echt anders zijn.

Als Woudstra één ding bewijst met 'Eau de vie', dan is het wel dat prietpraat overal hetzelfde en oersaai is, zelfs als het over pijnlijke vooroordelen gaat. Zoals die pasverworven huisvriend Norman (Folmer Overdiep), huisarts en natuurlijk ook homoseksueel, die voor 'peddofiel' wordt uitgemaakt omdat hij zich het lot van een jongetje - een homo-tje in de dop, vanzelf - aantrekt; een jongetje dat nota bene een psycholoog op zich krijgt afgestuurd, die hem gebiedt de handjes boven de deken te houden. Natuurlijk, het komt in het gewone leven allemaal en nog altijd voor, maar van toneel mag je meer verwachten dan een therapeutisch bedoelde afspiegeling van de werkelijkheid.

'Eau de vie' wordt gelukkig niet opzichtig nichterig gespeeld, eerder wat kleurloos. De enige kleur komt van roze kuipjes, roze handdoeken en andere, per scènewisseling af- en aangesleepte meubeltjes en rekwisieten in het verder duistere decor (Wim Schermer) van zwarte, in een lichte ronding gebogen schermen. Ook dat is meer gedoe dan stijlvol. Met stukken als 'Een zwarte Pool' en 'De stille grijzen van een winterse dag in Oostende' heeft Karst Woudstra overtuigend laten zien een groot toneelschrijver te zijn. Hij moet zich maar snel distantiëren van dit soort bourgeois-realisme, dat vooral geschreven lijkt om de mensen bezig te houden, en zich weer richten op thema's die de verbeelding superieur stellen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden