Recensie

Arbeiderszoon Michael Caine toont zíjn revolutie in de swinging sixties

Supermodel Twiggy voor de camera van Michael Ochs, rond 1967. Beeld Getty Images

My Generation
Regie: David Batty
Gids en verteller: Sir Michael Caine
★★★★☆

De Britse acteur Michael Caine groeide op in Southwark in Zuid-Londen. Aan de verkeerde kant van het spoor, zeg maar. Zijn moeder was kokkin en schoonmaakster. Zijn vader werkte op de visafslag. Precies zoals zijn grootvader en zijn overgrootvader. De jonge Michael zou daar ook in terecht zijn gekomen, als zich in de jaren zestig niet een culturele revolutie had voltrokken in Engeland, met swinging London als middelpunt.

In de Britse documentaire 'My Generation', vernoemd naar de hit van The Who, doet Caine zijn verhaal uit de doeken, en dat van zijn generatiegenoten. De 84-jarige acteur is om verschillende redenen een uitstekende gids; omdat hij overal bij was en tegelijkertijd een beetje afstand hield, door zich als een van de weinigen niet te laten verleiden door drank en drugs. Hij was een betrokken waarnemer: insider en outsider tegelijk.

Caine was (en is) een echte Londenaar. Hij was er getuige van hoe Londen veranderde van een grijzige, naoorlogse stad vol zwarte bolhoeden in een kleurrijke pop-metropool waar jonge, talentvolle muzikanten, fotografen, filmmakers, acteurs, modellen en modeontwerpers de handen ineensloegen.

Working class boys

Het eerste hitje van de Rolling Stones werd geschreven door The Beatles. De bandleden waren elkaar in Londen tegen het lijf gelopen. De Italiaanse regisseur Michelangelo Antonioni kwam speciaal naar Londen om 'Blow-Up' (1966) te maken. De film die uitgroeide tot een sixtiesklassieker, ging over een hippe fotograaf, gemodelleerd naar de Londense sterfotograaf David Bailey.

Tot zover niets nieuws onder de zon, zou je zeggen. Maar Bailey was evenals Caine een arbeiderszoon. Beiden waren bepaald niet voorbestemd voor een leven in de schijnwerpers. Dat ze als working class boys iconische status zouden verwerven als acteur en fotograaf was nieuw. Zo was het voor Caine met zijn kenmerkende Cockney-accent moeilijk om hoofdrollen te krijgen. In de historische oorlogsfilm 'Zulu' (1964) zou hij aanvankelijk een soldaat spelen, maar de regisseur zag eerder een officier in hem, en vroeg of hij ook met een chic accent kon praten. Dat kon hij: de rol van luitenant Gonville Bromhead werd zijn doorbraak.

Michael Caine. Beeld TRBEELD

Caine vertelt in de documentaire dat een Engelse regisseur hem nooit de rol van officier zou hebben aangeboden. Deze Amerikaanse filmmaker had geen kennis van de Engelse standenmaatschappij. Een nog grotere overwinning kwam met 'Alfie' (1966), waarin Caine de titelrol van de Londense rokkenjager mocht spelen én zijn eigen Cockney-accent behouden. Dat was tot dan toe uitgesloten geweest. In films werd keurig gesproken. Denk aan Nederlandse films uit die tijd, je hoort meteen theateracteurs deftig hun teksten declameren.

Woedend

En zo beschrijft de documentaire heel fraai en precies hoe Britten uit de lagere klasse in de jaren zestig de kans kregen door te breken in film en fotografie, beeldende kunst, muziek en mode. "Mensen met mijn accent en achtergrond werden zelden acteur", zegt Caine in de film. De rebelse geest van de jaren zestig veranderde dat.

Van belang daarbij is dat er ook schrijvers opstonden die zich over de Engelse arbeidersklasse ontfermden, en daarmee het verschil maakten. John Osborne schreef met 'Look Back in Anger' (1956) het eerste toneelstuk voor een working class hero, een stuk dat in 1959 werd verfilmd met Richard Burton als de straatverkoper die woedend uithaalt naar de gereserveerdheid en ongevoeligheid van de upper middle class.

In de documentaire komt een hele stoet Britse sixtiesiconen op de geluidsband voorbij, allemaal ooggetuigen, waaronder Beatle Paul McCartney, modeontwerpster Mary Quant, sterfotograaf David Bailey en zangeres Marianne Faithfull. Ze ondersteunen met hun terugblikken het archiefmateriaal dat de Londense sixties met de nodige opwinding tot leven brengt. Vooropstaat het protest tegen het establishment.

Een nieuwe toekomst

Geen loze kreet: acteurs als Albert Finney en Tom Courtenay, allebei afkomstig uit arbeidersmilieus, kenden het sociale onrecht waar veel films over gingen. Finney brak door met 'Saturday Night and Sunday Morning' (1960) waarin een fabrieksarbeider in opstand komt tegen zijn meerderen.

Twiggy, dochter van een timmerman en een fabrieksarbeidster, groeide met haar kortgeknipte koppie en androgyne uiterlijk uit tot the face of 1966. Ze was alles ineen: supermodel, mode-icoon, actrice en zangeres. En evenals Caine sprak ze met een zwaar Cockney-accent.

'My Generation' is meer dan alleen een onderhoudende documentaire over dat swingende Londen van weleer. Het is een film over jonge mensen die de Britse standenmaatschappij zat waren en vochten voor een nieuwe toekomst.

Verfrissend om een halve eeuw na mei '68 en alle verhalen over de Parijse studentenrevolte eens van binnenuit het relaas te horen over Londen '66, het mekka van de hippy hippy shakers.

Elke week bespreken onze recensenten de nieuwste films. Lees hier hun recensies. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden