Klassieke muziekDertig toeschouwers

Applaus met zestig handen, wat armetierig, maar welgemeend

Het Concertgebouworkest speelde vrijdag in een leeg Concertgebouw.Beeld Peter Tollenaar

Na maanden van gedwongen stilte klinkt er weer live muziek in de concertzaal. Mondjesmaat en met alle nodige regels.

Een leeg Concertgebouw, op dertig mensen na. Plukjes eenlingen worden verspreid op balkon Noord en balkon Zuid. Het groepje voor Noord mag tien minuten eerder naar binnen dan het clubje Zuid. Boven het frontbalkon hangt een enorm rood theatergordijn, bedoeld om de nagalm in de lege zaal wat te dempen. Het podium is dusdanig uitgebouwd dat de musici van het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) op veilige afstand van elkaar kunnen zitten. Ook de wat gevaarlijkere blazers. Vijf musici dragen een mondkapje.

Zie daar de aanblik van het eerste publiekelijke concert van het KCO, afgelopen vrijdag ook live gestreamd. Gustavo Gimeno, de gedreven oud-slagwerker van het KCO, dirigeerde een opzwepende Achtste symfonie van Dvorák. De dertig toehoorders voelden zich bevoorrecht. Want de beroemde akoestiek van het Concertgebouw openbaart zich alleen in de zaal zelf, en niet via een schermpje. Wel grappig om te merken hoe lang de klank nu in die lege zaal bleef hangen. De nagalm van het strakke slotakkoord bleef secondenlang rondzweven onder het plafond. Waarna applaus volgde, dat met zestig handen wat armetierig klonk, maar welgemeend. Waarschijnlijk waren we voor een mindere uitvoering na al die maanden onthouding ook enthousiast geweest. Maar deze Dvorák stond als een huis.

Vlammende dankspeech

Op zondagmiddag mochten opnieuw dertig gelukkigen een concert bijwonen van Cappella Amsterdam, het Orkest van de 18de Eeuw en blokfluitiste Lucie Horsch. Die kreeg in het Muziekgebouw van minister Ingrid van Engelshoven de Nederlandse Muziekprijs overhandigd. Misschien voelde de minister zich wat ongemakkelijk, omdat de Raad voor Cultuur haar juist vorige week adviseerde om koor en orkest die hier op het podium stonden geen rijkssubsidie te geven. En toen moest de vlammende dankspeech van de dappere Horsch nog komen. Ze hield de minister voor om musici en ensembles toch niet de hele tijd op originaliteit en diversiteit af te rekenen, maar op authenticiteit.

En authentiek, dat ís Horsch. Ze speelde met groot lef het solostuk ‘Sweet’ dat Louis Andriessen in 1964 voor Frans Brüggen schreef. En met het orkest dat Brüggen ooit oprichtte en lang leidde, speelde ze daarna virtuoos een concert van Bach. Daarvóór mochten de gasten in een andere zaal kijken naar een live-stream van Cappella Amsterdam, omdat zingen mét publiek erbij nog steeds gevaarlijk blijkt. De hoge kwaliteit van het koor onder leiding van Daniel Reuss werd maar weer eens duidelijk in stukken van Andriessen, Lassus, Josquin en Rheinberger.

Het concert van het KCO is terug te zien op de site van het orkest. Het Holland Festival concert wordt op 14 juni om 20.30 uitgezonden via de site van het festival.

Lees ook:

Er gaat echt niets boven livemuziek

Muziek die vanuit een gewijde stilte opklinkt, lucht die gaat trillen, harmonieuze geluiden die je oren bereiken, en dat allemaal in dezelfde akoestische omgeving als waarin jij je op dat moment met anderen bevindt. Hoe vaak je het begin van een concert ook hebt meegemaakt, die overgang van verwachtingsvolle stilte naar welluidend geluid – het blijft iets magisch.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden