Opinie

Antigodsdienstig manifest

Molière heeft grote moeite gehad zijn komedie over de religieuze charlatan Tartuffe gespeeld te krijgen: zes martelende jaren, rekent theaterjournalist Loek Zonneveld ons in het programmaboekje voor. Maar daarna, vanaf 1670, is het stuk immens populair. Hier te lande waren er vijf en een half jaar geleden zelfs twee versies die gelijktijdig dongen naar de gunst van het publiek: één bij de Paardenkathedraal in Utrecht met het inmiddels lang vertrouwde ruk- en plukgedoe van regisseur Dirk Tanghe, en een bijzonder geestige en spitse regie (met zeer goede acteurs) van Frances Sanders bij Art & Pro.

Het Nationale Toneel heeft de al dan niet terecht befaamde Duitse regisseur Jürgen Gosch weer eens naar Nederland gehaald voor een nieuwe regie van 'Tartuffe'. Gosch is bij ons vooral bekend van enkele gastregies bij Toneelgroep Amsterdam en het Holland Festival. Zijn werk wordt gekenmerkt door een merkwaardige combinatie van Duitse Gründlichkeit in het kiezen van de semantische signalen, de betekenis die aan allerlei details in de voorstelling moet worden toegekend, en de uitdagende manier waarop hij daarmee weer aan de haal gaat.

Zijn regie van de 'Tartuffe' geeft daarvan enkele treffende staaltjes, al had ik dit keer wel het gevoel dat de willekeur heel zwaar had toegeslagen. Tartuffe is een (leken?)priester die door zijn buitengewoon vrome praatjes de rijke koopman Orgon en diens in religieuze zaken flink getikte moeder volkomen in z'n greep krijgt, totdat hij denkt zijn financiële en amoureuze slagen te kunnen slaan. Gosch, die met zijn eigen decor- en kostuumontwerper Johannes Schütz uit Berlijn naar het Haagse was gekomen, en onder anderen hem vertrouwde acteurs had gekregen als Rik van Uffelen en Catherine ten Bruggencate, zette om onduidelijke redenen maar de ganse christenheid in zijn satirische etalagekast.

Zo zitten de elf personages, als ze niet optreden, achter een lange tafel op de achtergrond als duidelijke verwijzing naar het laatste avondmaal. De zwager van Orgon, Cleante (Pieter van der Sman), beweegt zich slechts voort in lendendoek en suggereert op een bepaald moment dat hij als Christus aan het kruis hangt, zonder dat ik het flauwste vermoeden had waar deze passie naar verwees. Op de voorgrond staat een wasbekken waar verscheidene personages Pilatus-gewijs af en toe hun handen in komen wassen.

Aardiger vond ik dat Tartuffe hier om zijn geloofwaardigheid kracht bij te zetten ook de gesel ter hand nam om als flagellant zijn vroomheid te bewijzen. De met de jaren beslist niet slanker geworden Van Uffelen wist behendig-zacht de riem over het ontblote bovenlijf te leggen. En heel vermakelijk is Ten Bruggencate die, onafscheidelijk van sigaret en bezem, als de meid haar ongezouten commentaar geeft op de gebeurtenissen. Maar ja, de in leren tuigpakjes gestoken jonge amant Valère (Mark Ram) en de zoon Damis (Vincent Linthorst), de snotterende deurwaarder van Jan van Eijndthoven - het is wel aardig allemaal, maar we hebben het hier allemaal al zoveel spitsvondiger, grappiger gezien.

De voorstelling moest enkele weken worden uitgesteld, omdat er strubbelingen waren ontstaan met de speler van Orgon, Carol van Herwijnen. De rol werd nu gespeeld door Hans Hoes. De melancholieke gelaatsuitdrukking die Hoes op zijn gezicht kan toveren als geen ander, vond ik misschien nog wel het mooiste van de voorstelling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden