Annemarie Haverkamp: ‘Mensen voelden zich in die laatste fase vaak bevrijd. Ze gingen niet meer naar een verjaardag als ze daar geen zin in hadden.’

SchrijversinterviewAnnemarie Haverkamp

Annemarie Haverkamp: ‘Zoals iemand is, gaat-ie ook dood. De stervende mens is geen aparte soort’

Annemarie Haverkamp: ‘Mensen voelden zich in die laatste fase vaak bevrijd. Ze gingen niet meer naar een verjaardag als ze daar geen zin in hadden.’Beeld Jildiz Kaptein

Meer dan zeventig gesprekken voerde Annemarie Haverkamp met vaak nog jonge mensen die niet lang meer te leven hadden. Het merendeel verzoende zich daarmee.

Als kind fascineerde de dood haar al. En dan vooral de vraag wat er dan precies gebeurt. Je ziet er na je dood nog hetzelfde uit, maar er is iets veranderd waardoor jij niet meer jij bent. En dat deel begreep ze niet. Nog steeds niet trouwens. “Het is bijna een kinderlijke vraag. Maar ik weet nog steeds niet wat dat dan is: doodgaan. En wellicht is het ook beter dat de dood een mysterie blijft, want als je precies weet wat er gebeurt, wordt het misschien bedreigender.”

Voor het AD interviewde Annemarie Haverkamp twee jaar lang meer dan zeventig, vaak nog jonge mensen die wisten dat ze niet lang meer te leven hadden. Haar interviews zijn nu gebundeld in een boek: Ik heb geleefd.

Twee jaar lang praten met mensen die stervende zijn. Hoe was dat?

“Veelomvattend en intensief. Het waren nooit snelle bezoekjes en met iedereen bouw je een bepaalde band op. Op zeker moment merkte ik dat ik ook kon lachen met mensen, dat je kunt lachen om de dood. Zoals iemand is, gaat-ie ook dood: de stervende mens is geen aparte soort. Maar het kwam altijd weer keihard aan als ze ook echt doodgingen. Dat wist ik – daarvoor zat ik daar – maar op het moment dat het werkelijk gebeurde, kon ik het bijna niet geloven: hè, maar ik heb haar vorige week nog gezien!

Schrijver en journalist Annemarie Haverkamp (Deventer, 1975) studeerde culturele antropologie. Onlangs verscheen haar boek Ik heb geleefd. Met haar roman De achtste dag won ze in 2020 de Anton Wachterprijs voor beste romandebuut en 2019 de Bronzen Uil, de Vlaamse prijs voor beste Nederlandstalige debuut.

Ze werkte ruim tien jaar voor De Gelderlander en schrijft sinds 2004 columns over haar zoon Job, die meervoudig gehandicapt is. In 2010 verscheen Dolgelukkig zijn wij. Haverkamp is hoofdredacteur van universiteitsblad Vox en werkt daarnaast als freelance journalist.

Dealen met de dood went niet en ik geloof dat ik dat in mijn enthousiasme wel een beetje had onderschat toen ik aan de rubriek begon. Maar ik kreeg er veel levenslessen voor terug. Hoe je denkt en leeft als je weet dat je nog maar kort hebt, vond ik interessant. Dat zijn lessen waar je zelf naar kunt leven.”

Voor een van de belangrijkste lessen die ze leerde – stel niets uit, pak de kansen die er nú zijn – had Haverkamp de geïnterviewden niet nodig. Die les leerde ze al met de geboorte van haar gehandicapte zoon Job.

Job is zeventien en geboren met een zeldzame chromosoomafwijking. Hij kan niet staan of lopen. Hij praat, maar op zijn eigen manier. Haverkamp: “Job zit fysiek heel ingewikkeld in elkaar. We weten niet hoe het verder gaat met zijn gezondheid en we weten niet hoe oud hij wordt. Zijn rug groeit enorm krom, hij heeft zeer ernstige scoliose en daardoor zitten zijn longen in de verdrukking. Maar omdat zijn lijf zo raar is – er zitten allerlei fouten in – popt er altijd wel weer een afwijking op die we niet hadden zien aankomen. Het is heel onvoorspelbaar en daardoor denk ik al gauw: als het nú kan, gaan we het nú doen.”

En wat leerde je van de gesprekken met mensen in de laatste levensfase?

“Maak je minder druk om kleine dingen. Mensen voelden zich in die laatste fase vaak bevrijd: nu mag ik mezelf zijn. Ze gingen niet meer naar een verjaardag als ze daar geen zin in hadden en maakten zich daar niet meer druk over. ‘Ik ben doodziek en dat snapt iedereen, dus ik ga lekker niet’. Dat kun je ook nu al doen, daarvoor hoef je niet eerst bijna dood te gaan. Hoe? Door heel goed naar jezelf te luisteren en daar hoef je echt geen aso van te worden.”

Iets anders dat Haverkamp leerde, is dat het merendeel van de mensen die ze sprak er vrede mee hadden dat ze zouden sterven. “Dat voel je niet in de eerste week en ook niet in de eerste maand – vooral niet als je nog kleine kinderen hebt – maar op zeker moment komt er toch een soort verzoening met het lot, waardoor ik nu weet: daar hoef ik dus niet bang voor te zijn.”

Het boek heeft wel een disclaimer, zegt Haverkamp. Met mensen die zeer angstig waren voor de dood of hun woede geen plek konden geven, zat ze niet op de bank. Ze werd alleen ontvangen door mensen die haar wílden spreken. De meesten hadden geen grote dromen meer of ruilden die in voor iets kleiners: tijd doorbrengen met mensen van wie ze hielden.

Haverkamp: “Je kunt ook een goed leven hebben op de vierkante centimeter en binnen de beperkingen in staat zijn er iets van te maken waar je niet ongelukkig van hoeft te worden. Dat vond ik een fijne gewaarwording. Mensen die doodgaan hebben vaak niet de tijd en de ruimte – soms zitten ze al thuis omdat ze kwetsbaar zijn en mensenmassa’s mijden – om hun leven nog ten volle te leven. Ze zijn geconditioneerd om er onder alle omstandigheden iets van te maken: ze kunnen het zich niet veroorloven af te wachten, want de dood staat achter de deur te trappelen.

‘Wat ik veel zie, is dat mensen zitten af te wachten tot corona voorbij is. Ik denk dan: misschien is dit wel jouw laatste jaar.’ Beeld  Jildiz Kaptein
‘Wat ik veel zie, is dat mensen zitten af te wachten tot corona voorbij is. Ik denk dan: misschien is dit wel jouw laatste jaar.’Beeld Jildiz Kaptein

“Nu zitten we door corona allemaal thuis en is er weinig perspectief op de lange termijn. Wat ik veel zie, is dat mensen gaan zitten afwachten tot de crisis voorbij is, in plaats van er toch iets van te maken. Ik denk dan: misschien is dit wel jouw laatste jaar, of misschien heb je er nog maar twee te gaan, dat weet je niet. Met die stok achter de deur kun je veel meer halen uit een leven in lockdown. Zoals Genevieve, een vrouw van 58 met ongeneeslijke galwegkanker, het zei in mijn boek: ‘Ik besloot elke dag een lievelingsdag te laten zijn’.

“Er kwamen ook clichés langs, maar daarom niet minder waar: besteed aandacht aan je vrienden en familie, verwaarloos ze niet door alleen met je werk bezig te zijn. Je moet niet op het einde alles nog goed moeten maken, die weg kun je beter hebben geplaveid tijdens je leven.”

Leerde je ook hoe met stervenden om te gaan?

“Ik vond het schrijnend om te horen dat er vaak met een grote boog om mensen die doodgaan heen gelopen wordt: vrienden of buren die wegduiken achter de schappen in de supermarkt. Door als buitenstaander je eigen ongemak voorop te zetten, benadeel je mensen die nog maar kort hebben. Niemand doet dat bewust, maar dat is wel het gevolg. Stervende mensen zijn geen andere soort: het zijn mensen zoals jij en ik. Behandel ze daarom niet anders en stap over die schroom heen.

“En ik heb geleerd dat je nooit moet zeggen: als ik iets voor je kan doen dan hoor ik het wel, hè? Maak het concreet: zal ik eens voor je koken of boodschappen doen? Kan ik je kinderen een keer naar school brengen? Laat zien dat je er bent en loop niet weg. Of stuur een kaartje: dat is altijd goed en wel het minste dat je kunt doen. Bij een appje voelt een stervende zich weer verplicht te antwoorden.”

In 2019 verscheen haar fictiedebuut De achtste dag, waarin eveneens de dood een rol speelt. Weduwnaar Egbert heeft in zijn eentje de zorg over zijn gehandicapte zoon Adam. Wanneer hij hoort dat hij niet lang meer te leven heeft, moet hij noodgedwongen nadenken over de toekomst van zijn zoon. Het is een vraag die Haverkamp zich al op dag twee na de geboorte van haar zoon Job stelde.

Wie moet er voor Job zorgen als wij er niet meer zijn, is dat je grootste angst?

“Ik denk dat die vraag me bezig blijft houden totdat we zijn ingehaald door het antwoord. En tot die tijd zal ik daar geen antwoord op krijgen, maar dat wil niet zeggen dat ik er niet tot in de eeuwigheid over na blijf denken. Met de geboorte van een gehandicapt kind heb je zo veel verantwoordelijkheid op je dak gekregen. En je weet uit ervaring dat er niemand is die zo veel voor dat kind over heeft als jij.

“Je kunt je afvragen: moet iedereen er dan zo ver voor gaan? Dat kan misschien ook iets minder.”

Gaat dat ook over de kwaliteit van leven?

“Ja, alles wat ik tot nu toe heb geschreven gaat daarover, ook de interviews in Ik heb geleefd. Wanneer is het nog de moeite waard? Wanneer trek ik de stekker eruit? Als ik niet meer kan praten? Als mijn bed in de woonkamer staat? Maar kwaliteit van leven is geen lengte van leven, dat is me wel duidelijk. Zoals een van de geïnterviewden zei: het gaat er niet om of je een ijsje hebt met één of twee bolletjes. Het gaat erom hoe intens je van het ijsje geniet.”

De hoofdpersoon in De achtste dag wil aan het leven van zijn gehandicapte zoon en aan zijn eigen leven een einde maken.

“In die roman kon ik mijn eigen grenzen verleggen en dat was fijn. Want als je nadenkt over wat je wilt voor je kind, heb je als moeder natuurlijke remmingen: ik ga niet fantaseren dat ik hem zelf om het leven breng. Maar door dat in een roman een personage te laten doen, kon ik die grens wat oprekken.

“Het fijne aan fictie is dat het je verder brengt. Je hoeft niet te denken: dit kan ik zo niet opschrijven, wat zal iedereen wel niet denken. Ik laat een karakter op een bepaalde manier redeneren en kijk dan waar ik uitkom. Dat geeft me veel vrijheid.”

In haar non-fictieboek Dolgelukkig zijn wij uit 2010 schrijft Haverkamp eerlijk over haar eerste gedachten na de geboorte van Job: dit wil ik niet. Ik wil niet de rest van mijn leven een soort ziekenverzorger zijn. In het ziekenhuis hoorde ze dat er niet veel ouders zijn die het op zo’n directe manier durven uit te spreken.

“Ik dacht: laten we ons niet verschuilen achter het belang van het kind. Er bestaat ook zoiets als het belang van de ouders. Wij worden de rest van ons leven gegijzeld door de handicap van ons kind. Hoe romantisch je dat ook inkleurt, je hebt daar geen keuze in. Maar als wij het niet trekken als ouders, dan heeft het kind ook geen goed leven. Je moét dus aandacht hebben voor de gedachtes en gevoelens van ouders. Laat hen hun schaamte ventileren. In het boek beschrijf ik de schaamte die ik voel wanneer ik voor het eerst ga wandelen met mijn ‘mislukte’ baby in de kinderwagen en ik bang ben dat mensen denken: oh lekker, jij hebt ook goed gescoord. Dat zijn pijnlijke dingen waar je doorheen moet. Nu ben ik daar doorheen en ben ik er niet aan onderdoor gegaan. Dat kan dus blijkbaar.”

Heb je al plannen voor een volgend boek?

“Ik heb een sabbatical geregeld voor komende zomer. Nu we toch nergens heen kunnen, maak ik van de nood een deugd. Ik wilde al langer aan een tweede roman werken, dus dacht ik: dan moet ik dat nú doen.”

null Beeld

Annemarie Haverkamp
Ik heb geleefd
Lebowski; 352 blz. € 22,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden