Anna Enquist

InterviewAnna Enquist

Anna Enquist vraagt zich af: Kun je kunstenaar en moeder tegelijk zijn?

Anna EnquistBeeld jildiz kaptein

Anna Enquist ontdekte het thema voor haar nieuwe roman Sloop terwijl ze aan het schrijven was.

Wilfred van de Poll

Indringend beeld aan het begin van Sloop, de nieuwe roman van Anna Enquist (1945, pseudoniem van Christa Widlund-Broer): een sloopkogel zwiept richting een touwtjespringend meisje.

Oké, niet een echt meisje van vlees en bloed, maar een metershoog wandreliëf van een meisje, aangebracht op een blinde muur van een gebouw. Dat maakt het voor hoofdpersoon Alice Augustus, een componiste van midden dertig, niet minder heftig. Videobeelden van de sloopkogel die het reliëf van het meisje ramt en verbrijzelt grijpen haar danig aan. Alice wil dolgraag een kind, maar erg vlotten wil het niet, ondanks haar vele bezoekjes aan een fertiliteitskliniek.

De scène van de sloop is aan de werkelijkheid ontleend. Schilder Co Westerik maakte het wandreliëf van het meisje in 1976 voor een politiebureau in Rotterdam. Het gebouw ging, mét het reliëf, in 1988 tegen de vlakte. De gebeurtenis inspireerde Enquist tot haar roman, vertelt ze bij een koffie in café De Ysbreeker in Amsterdam. “Enkele jaren geleden bezocht ik een herdenking van Westerik. Daar zag ik foto’s van hoe ze dat meisje hadden afgebroken. Die had ik nog sterk in mijn hoofd toen ik deze roman ging schrijven. Dus daar ben ik maar mee begonnen. Normaal gesproken heb ik van tevoren een heel plan, een ontwerp, een uitgewerkte structuur. Dit keer niet. Ik begon gewoon te schrijven. Eerst die scène van de sloop. En toen dacht ik: wie zit hier nu naar te kijken? Zo kreeg ik de hoofdpersoon, die componiste, in mijn hoofd.”

Anna Enquist (1945) is de schrijversnaam van Christa Widlund-Broer. Ze studeerde piano en psychologie. Ze was als docente verbonden aan het Sweelinck Conservatorium. Ook was en is ze werkzaam als psychoanalytica.

In 1991 publiceerde ze haar eerste gedichtenbundel Soldatenliederen en in 1994 haar eerste roman Het Meesterstuk. Haar recentste boeken zijn Want de avond (2018, roman), Berichten van het front (2020, gedichten) en Tegenwind (2020, essays en beschouwingen).

Al snel wordt in de roman duidelijk dat Alice een succesvolle componiste is. Toch heeft ze het idee dat ze per se ook nog moeder moet worden om als vrouw iets voor te stellen.

“Ja, klopt. Op het gebied van het moederschap voelt ze zich totaal inadequaat, niet in staat tot iets. Terwijl ze als componiste een heel degelijke zelfwaardering heeft. Ze weet wat ze waard is. Ook bij tegenslag. Ze zit als enig meisje tussen al die jongens op het conservatorium, wordt door hen genegeerd. Het maakt haar allemaal niet uit. Ze registreert het wel, maar het komt niet binnen, want ze voelt zich zeker over haar muzikale vaardigheden. Maar op het gebied van vrouw-zijn en moederschap vindt ze zichzelf een totále mislukking. Het lukt haar niet om die twee dingen bij elkaar te krijgen. Dat vond ik intrigerend.”

En waarom lukt het haar niet?

“Goede vraag. Je zou kunnen zeggen dat ze door haar kunst zo gegrepen wordt dat ze geen energie meer over heeft om te onderzoeken: waarom voel ik me nou zo beroerd als het over moederschap gaat? Ze blijft hangen in de ambivalentie.”

De drang kunstenaar te zijn en de wil moeder te worden lijken ook vaak te botsen in haar. Alsof kunst en moederschap elkaar uitsluiten.

“Dat is de vraag die telkens terugkomt in de roman: kun je componist, scheppend kunstenaar zijn én moeder? Daarover heeft ze een gesprek met haar schoonzus. Die was ook kunstenaar; ze schilderde. Maar toen ze kinderen kreeg, hield ze ermee op. Als moeder ben je zo gepreoccupeerd met je kleine kinderen dat je mentaal geen ruimte meer overhoudt om echt iets met je invallen te doen, vertelt ze Alice. En ja, dat is misschien ook echt wel gewoon zo.”

Ja?

“Ik denk dat het een biologisch feit is dat we moeten accepteren. Als moeder van heel jonge kinderen moet je enorm op die kinderen gefocust zijn. In die jaren is er niet veel over voor andere dingen.”

Heeft u dat als moeder van twee kinderen ook zo ervaren?

“Nou, het is natuurlijk wel wonderlijk dat ik pas ­begon met schrijven toen ze op de middelbare school ­zaten. Daarvoor taalde ik er niet naar.”

Toen ze jong waren, gaf het moederschap al genoeg vervulling?

“Ja! Zo heb ik dat in ieder geval ervaren. Ik was overigens niet verdrietig of boos dat ik daarnaast geen kunst kon maken. Ik dacht niet: ik wil eigenlijk iets anders. Ik wou helemaal niks anders. Het was bij mij geen dilemma. Ik was veel te blij met de kinderen.”

Voor Alice is het wel een dilemma.

“Ja.”

Het idee dat je als moeder – of misschien wel gewoon: vrouw – geen kunstenaar kunt zijn, heeft een lange geschiedenis in het westerse denken. Alleen een man kon kunst maken, een genie zijn. De bestemming van de vrouw was: moeder zijn.

“Ja, inderdaad. Dienstbaar…”

Alice heeft zich juist ontworsteld aan dit soort ideeën over vrouwen. Ze wordt componist in de jaren zeventig, als enige van haar jaar op het ­conservatorium. Toch lijkt haar kinderwens haar geëmancipeerde zelfbeeld overhoop te halen.

“Haar leraar op het conservatorium zei tegen haar: ‘Als componist kun je geen kinderen hebben’. Hij had daar heel uitgesproken ideeën over. Zodra je zwanger wordt, hield hij haar voor, is het gedaan met je.”

Tegen een man wordt dat nou nooit gezegd: zodra je kinderen krijgt, is het met je carrière gedaan.

“Ja, dat wringt. Maar ik denk dat het tegelijk ook reëel is, dat er een verschil is tussen moeder- en vaderschap. De band van moeders met hun jonge kinderen is nu eenmaal hechter, lichamelijker dan die van de man. Een moeder dráágt dat kind, het is echt uit haar eigen ­lichaam opgebouwd. Ik ben geen biologe, maar misschien is het in de dierenwereld ook zo, dat het vrouwtjesdier voor de kinderen zorgt, ze voedt. Daar is een boel tijd voor nodig. De band van de man met het kind begint later, nadat het kind geboren is en vaak nog een paar jaar later pas echt.”

Anna Enquist Beeld jildiz kaptein
Anna EnquistBeeld jildiz kaptein

Is uw roman bedoeld als een kritiek op hedendaags genderdenken dat in verschillen tussen man en vrouw louter culturele constructies ziet?

“Misschien wel, ja. Dit soort dingen mag je niet meer denken of zeggen van sommigen. Maar die biologische verschillen, die zijn er wel gewoon.”

Is gelijkheid tussen man en vrouw in de kunst dus eigenlijk niet te bereiken, vanwege die biologie?

“Nou, die maakt het zeker lastiger, en daar moeten we de ogen niet voor sluiten. Maar natuurlijk zijn culturele rollenpatronen óók heel bepalend. Die wil ik zeker niet ontkennen. Die belicht ik óók in de roman”

Aan wat voor patronen denkt u dan?

“Het begint al met die opvoeding. Jongens worden opgevoed met een soort acceptatie van hun agressiviteit. Een jongen moet gaan ontdekken, dingen uit elkaar halen. Hij moet kunnen vechten, is het idee, voor zichzelf op kunnen komen. Hij mag boos worden. Meisjes niet. Die worden opgevoed met: hou je maar rustig, wees lief. Maar om echt iets groots te maken, om kunst te maken, heb je agressiviteit nodig. En dat is dus bij vrouwen moeilijker te bereiken. Die omgang met agressie, en in hoeverre die agressie geaccepteerd wordt, verschilt enorm tussen jongens en meisjes.

Als je het over gelijkheid tussen man en vrouw op het gebied van de kunst wilt hebben, stuit je nog steeds op dit probleem. Dat de vrouw niet is opgevoed met het idee dat het oké is om vanuit je ontdekkingsdrang – de agressie om dingen te overmeesteren – iets voor elkaar te krijgen. Een radicale feminist zei een keer: ‘Er is geen vrouwelijke Mozart omdat er geen vrouwelijke Jack the Ripper is’. Dat is precies wat ik bedoel. We moeten anders leren omgaan met de agressie van meisjes. Alice heeft die agressie wel, en ze schaamt zich er niet voor. Ze groeit in de roman ook uit tot een voorbeeld voor ­andere vrouwelijke musici.”

Maar dan komt die kinderwens... Wat is dat eigenlijk precies? Wat betekent het om kinderen te willen? Kun je een persoon die je nog niet kent überhaupt ‘willen’?

“Alice vraagt ze zich dat ook af. Ze fantaseert er op een gegeven moment over. Dat dat kind er dan is, inmiddels tiener is geworden en heel boos op haar wordt: ‘Ja hallo, je wou gewoon zomaar een kind, het had ieder stom kind kunnen zijn. Het ging je helemaal niet om míj.’ Dat verwijst dan toch naar het idee dat het kind er komt, omdat de moeder met zichzelf niet tevreden is, zich niet van voldoende waarde voelt zonder kind. Er moet een leegte worden gevuld, of een prestatie worden geleverd.

Bij Alice speelt ook mee dat ze zelf uit een heel kil gezin komt. Ze wil het over doen, een betere moeder zijn. Dus haar kinderwens heeft verschillende oorzaken. En misschien is het wel ook gewoon de biologie hoor. Dat ze aan voelt komen: ik loop tegen de veertig, er moet iets gebeuren. Óf ik moet afscheid van nemen van het idee dat ik ooit moeder word. En dan ziet ze dat kapotgebeukte meisje… Dat zet de zaak op scherp. Er is rond die leeftijd toch vaak een verschuiving te zien. Ik merk bij jonge vrouwen dat ze dan anders over relaties gaan denken. Oppervlakkiger, instrumenteler. ‘Ik moet zwanger worden, oh, dat kan met die wel.’ Als die wens er niet is, kijken ze veel nauwkeuriger: voel ik me echt prettig bij die man?”

Moederschap is een thema dat vaak terugkomt in uw werk.

“Inderdaad. Het is in mijn werk, door omstandigheden gedwongen, natuurlijk ook veel gegaan over het verlies van een kind (Enquist verloor haar dochter door een verkeersongeluk, red.). Dit boek gaat meer over het willen van een kind, de wens. Ik heb dat zelf dus eigenlijk nooit als een probleem gevoeld, maar ik vond het wel grappig dat het thema naar boven kwam tijdens het schrijven. Kennelijk houdt het me toch bezig. Dat ging vanzelf, ik schreef gewoon van hoofdstuk naar hoofdstuk, het vloeide door. De lijn kwam vanzelf. Ik wist eigenlijk niet dat ik bij het onderwerp feminisme dit soort gevoelens had.”

Wat voor gevoelens dan?

“Nou ja, dat die kinderwens zo’n probleem is, dat de biologie een rol speelt, dat het aardig is om dat eens in een boek te laten zien. Dat die vraag nog steeds zo speelt in onze cultuur: ben je als vrouw iets waard als je geen kind hebt?”

Alice gaat naar het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Zelf heeft u daar in de jaren zeventig ook op gezeten, u studeerde er klassiek piano. Zijn er sindsdien dingen veranderd als het gaat om de man-vrouwverschillen in de klassieke ­muziek?

“Ja, er is gelukkig veel verschoven. Als je nu kijkt naar de compositieklas in Den Haag, daar zitten heel veel meisjes in. Er zijn nu vrouwelijke componisten die uitgevoerd worden en serieus genomen worden. Dat was vroeger niet zo.”

En als die vrouwelijke componisten kinderen ­krijgen?

“Tja, dat probleem van een knakpunt blijft. Ik denk dat het ook waar is: als een vrouw kinderen krijgt, is ze een paar jaar verloren voor de kunst. Ik vraag het me vaak af, hoor. Dan zie ik van die hele begaafde jonge strijkkwartetten en denk: als die vrouwen uit dat kwartet nou kinderen krijgen, hoe gaat het dan?”

null Beeld

Anna Enquist
Sloop
Arbeiderspers; 296 blz. € 22,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden