Boekrecensie

Anna Burns schreef met ‘Melkboer’ een duizelingwekkende roman over Noord-Ierland

Schrijfster Anna Burns Beeld David Levene

Het belangrijkste kind van de brexitrekening is Noord-Ierland. Vermalen tussen deals, no-deals en een oude minachting wachten de Noord-Ieren nieuwe troubles. Hoe die eruit gaan zien, schildert de Noord-Ierse Man Booker Prizewinnares Anna Burns in een duizelingwekkende roman - die over Noord-Ierland gaat, maar eigenlijk ook weer niet.

In 1998 werd het Goede Vrijdagakkoord getekend en kwam er een einde aan The Troubles in Noord-Ierland. De protestanten die bij het Verenigd Koninkrijk wilden horen en de katholieken die zich met Ierland verbonden voelden, begroeven de strijdbijl: Noord-Ierland kreeg weer zelfbestuur en de (voorheen zwaarbewaakte) grens tussen Ierland en Noord-Ierland ging open. 

Die open grens tussen (EU-lidstaat) Ierland en (VK-lid) Noord-Ierland is een bron van zorg bij de brexit. Enerzijds moet hij dicht, want het is een buitengrens met de EU, anderzijds moet het hij open blijven anders zou die oude strijd tussen de protestanten en de katholieken in Noord-Ierland wel weer eens op kunnen laaien. De omstreden backstop is een poging daar een oplossing voor te vinden, want naar dat geweld dat in de jaren zeventig tot in alle vezels van de Noord-Ierse samenleving en misschien wel Noord-Ierse mens was doorgedrongen, wil geen mens meer terug.

Staatsverwerpers

Hoe absurd, angstaanjagend en traumatisch de gevolgen daarvan waren toont Anna Burns in haar met de Man Booker Prize bekroonde en nu in het Nederlands vertaalde roman ‘Melkboer’ (‘Milkman’), zonder overigens Engeland, Noord-Ierland, Belfast, of de IRA maar te noemen. Geen pageturner, dit ‘Melkboer’. In Engeland barstte zelfs een discussie los of een belangrijke prijs wel naar zo’n ‘moeilijk’ boek mocht gaan. Maar wie er voor gaat zitten zal genieten van een intens en meeslepend verhaal dat me in de verte - ook hier probeert iemand uit ‘de wijk’ te ontsnappen - deed denken aan Ferrante.

In ‘Melkboer’ wonen mensen aan deze kant van de zee of aan de overkant, aan deze of gene zijde van de grens, in de wijk aan deze of aan de andere kant van de weg. Dáár wonen de ‘staatsaanhangers’; hier de ‘staatsverwerpers’, in grote gezinnen, waar soms meer dan de helft van de kinderen dood is - vermoord, aan gekte, of aan een niet goed behandelde kwaal of ziekte, want naar ziekenhuizen ga je niet: die zijn, omdat ze van de staat zijn, verdacht, dus wie er heen gaat is een informant, of zal het, nu hij toch gegaan is, worden.

Ziehier een samenleving waar iedereen iedereen in de gaten houdt, waar je vanuit de bosjes het klikken van een fototoestel hoort, en waar iedereen verdachte is of diegene die verdenkt, of allebei. Eigennamen worden ook al niet gebruikt. De personages worden aangeduid naar de plaats die ze in de familie, samenleving of het conflict innemen - ‘derdezwager’, ‘zusjes klein’ (wee sisters; ik vond de vertaling niet altijd even gelukkig), ‘melkboer’, ‘oudstevriendin’. Of ze worden juist buitengesloten. Dat zijn de mensen die zó niet aan de krankzinnige, door geweld geperverteerde norm voldoen dat ze ‘benedenpeilers’ worden genoemd zoals ‘atoomjongen’ of ‘de themavrouwen’ (feministen).

Middelstezus

Burns doet dat niet voor niets. De vertelster, ‘middelstezus’, somt een lange lijst van verboden mannennamen op, namen die van overzee komen, namen van de vijand. In de wijk woont een echtpaar dat daadwerkelijk zo’n verbodslijst bijhoudt. Deze ‘klerk en klerkin’ tonen zich zo efficiënt in hun klerkerigheid dat ze op het randje van ‘beneden peil’ zijn geraakt. Hun zelfopgelegde taak is ook overbodig omdat iedereen zich instinctief al aan de regels houdt. Door de buurt worden ze daarom ‘Nigel en Jason’ genoemd, twee namen die boven aan de lijst verbannen namen staat. Ja, de roman is in het groteske en absurde, ook komisch en genuanceerd.

Maar het is Burns ernst: als iemand middelstezus bij haar naam aanspreekt, ‘mijn eerste naam, mijn voornaam’, geeft ze die zelfs aan de lezer niet prijs. Een naam is te individueel en te kwetsbaar voor deze door machtsmonopolies gecorrumpeerde wereld “met een ongezonde fixatie op seksuele schunnigheden omdat achterklap daarover zo’n perfecte afwisseling was voor wie genoeg had van politieke roddel”.

Omslag 'Milkman'. Beeld Uitgeverij Faber and Faber Ltd

Middelstezus is zelf een benedenpeiler al weet ze dat aan het begin van de roman nog niet. Ze heeft de onhebbelijke gewoonte om wandelend een boek te lezen en de rare neiging aantekeningen te maken of terug te bladeren. Het is tijdens een van die wandelingen dat melkboer (een getrouwde, 23 jaar oudere, beruchte staatsverwerper) in zijn witte busje langsrijdt en haar een lift aanbiedt. En hoewel ze niet instapt brengt het incident een roddelcampagne zonder weerga op gang. Wat volgt is het koortsige, broeierige, claustrofobische verhaal van iemand die gestalkt wordt en gevangen raakt in een web van achterklap dat ook sluipenderwijs haar eigen denken, doen en laten gaat beïnvloeden. Ook de relatie met ‘soortvanverkering’, een automonteur die, omdat hij in het gelukkige bezit is geraakt van een compressor van een oude Bentley, verdacht wordt van foute sympathieën, komt onder druk te staan. Beiden raken zo in het nauw dat ze ook elkaar gaan beloeren.

Onbuigzaam meisje

Als middelstezus halverwege de roman eindelijk oudstevriendin in vertrouwen neemt, blijkt dat haar reputatie nog voor melkboer zijn oog op haar liet vallen al discutabel was. ‘Wandelmeisje’ werd ze genoemd, ‘leesmeisje’, of het ‘onbuigzaam meisje’. Wandelmeisje dacht daar zeker mee weg te komen door met melkboer naar bed te gaan? Wil oudstevriendin nu werkelijk beweren dat het oké is om met Semtex rond te lopen, en niet oké om in het openbaar ‘Jane Eyre’ te lezen?

Om die vertroebelde blik gaat het in ‘Melkboer’ en over de kracht van taal. Er is de omtrekkende taal van insinuatie die feiten creëert die niet weerlegbaar zijn, omdat ze alleen maar worden gesuggereerd: die zegt dit, die beweert dat; de taal van laster. Daarnaast en tegenover staat een taal die probeert te beschrijven wat je daadwerkelijk ziet. ‘Le ciel est bleu’ scandeert de klas op de avondcursus Frans voor volwassenen. De juf heeft ze een ‘literaire’ passage laten lezen (Proust?) met een lucht die rood is, groen of paars, en dat pikken ze daar niet. De lucht is blauw want zo hoort het.

Melkboer
Anna Burns, Vert. Natasha Gerson en Roland Fagel
Prometheus; 368 blz. € 19,99 (verschijnt 15 maart)

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden