Column

Anja Krabben schrijft treffend op wat ik opmerk aan de bewoners van de Eifel

Portret van Gerbrand Bakker Beeld Olivia Ettema

Ik ben hier in de Eifel niet de enige schrijver. Er is collega Pauline Slot en er is natuurlijk Jacques Berndorf, pseudoniem van Michael Preute. Die schreef ik weet niet hoeveel zogeheten Eifel-krimi’s en is daar schathemeltjerijk mee geworden. Er zullen er vast meer zijn, schrijvers bedoel ik.

Eén van hen is sinds kort Anja Krabben. Zij en haar man wonen in een dorp hier in de buurt. Ik ken Anja niet persoonlijk. Waarschijnlijk heeft dat te maken met wat er op bladzijde 136 van ‘Een huis in de Eifel’ staat: “Als er iemand kan vertellen hoe je het beste met een Eifeler tuin kunt omgaan dan is hij dat, dacht ik heel logisch en stuurde hem een mail met de vraag of ik hem mocht interviewen over tuinieren in de Eifel. Maar helaas. ‘Ik laat deze beker graag aan mij voorbijgaan... Daghoor!’ mailde hij terug. Jammer. Zijn huis in de Eifel blijkt niet eens zo ver bij dat van ons vandaan te staan, slechts 17 kilometer, een kwartiertje rijden. (Ik ben het stiekem van buiten gaan bekijken, maar durfde niet te stoppen met de auto om té opzichtig zijn tuin te bewonderen.”

Tja, dat doe ik weleens. Dingen weigeren. Zo ben ik. Toch was Anja zo vriendelijk om me een exemplaar van haar boek toe te sturen. Het punt met zulke boeken (een soort ‘Ik vertrek op papier’) is dat ze vaak slecht geschreven zijn en dat ze vol staan met hoogst persoonlijke ditjes en datjes die eigenlijk alleen voor de schrijver zelf en direct betrokkenen boeiend zijn. Beide zaken zijn bij dit boek niet aan de orde. De schrijfstijl is prima en op de een of andere manier vormen de hoofdstukken, over heel uiteenlopende onderwerpen, een mooie samenhang, en is dit boek zeker niet alleen voor intimi. 

Ik kom er nogal eens in voor, er wordt geciteerd uit Trouw-columns of ‘Jasper en zijn knecht’. Daar schrik ik niet van, want Anja heeft dat keurig gevraagd. Een aantal andere Nederlandse Einwanderer heeft de beker niet aan zich voorbij laten gaan en tot mijn verrassing kwam ik de ‘jonge boer met de grijze ogen’ tegen. Zo noemde ik hem eens op mijn blog, nadat ik hem voor het eerst ontmoet had, waarop iemand die dat heel romantisch vond reageerde met: “Daar gaan we vaker van horen!” Nee, dus, maar nu, via ‘Een huis in de Eifel’, toch weer wel.

Lakse Eifelers

Krabben duikt overal in: een hoogoplopend conflict tussen een Nederlandse boer en de burgemeester van het dorp, de man van wie de Hollandse boer de boerderij kocht, de vulkanen en de vulkaanmeren (de Maren), de fauna in het gebied, Nora Pfefferkorn die duizenden ‘alledaagse’ foto’s nam van het leven in de Eifel, de aard van de huizen, motorrijders (Anja houdt daar wel van), beer Mike van de Eifel Zoo, de Duitse wouden.

Maar wat vooral fijn is, zijn haar observaties van de Eifelers. Zij schrijft op wat ik zelf ook vaak opmerkte. Dat ze bijvoorbeeld niet van zoenen houden; dat het hondsmoeilijk is een Eifeler in je huis te krijgen, terwijl ze het leuk vinden als je bij hen op bezoek gaat; dat ze enorm behulpzaam zijn; dat ze gesloten en niet erg uitbundig zijn (maar winkelpersoneel is dan weer bijna overal uitzonderlijk vriendelijk) en dat het ons Nederlanders vaak verbaast hoe laks de werklui zijn die iets in of aan je huis zouden komen doen. Zo wachten Anja en haar man al twee jaar op een houten beeld van een paar marters dat gemaakt zou worden door een Eifeler ‘kettingzaagkunstenaar’. De in onze beleving Duitse Gründ- en Pünklichkeit lijkt aan de Eifelaars voorbij gegaan te zijn.

Franca Treur schrijft met Gerbrand Bakker om beurten een wisselcolumn over lezen, schrijven en het literaire leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden