Review

Angst voor de Koude Oorlog was het thema van 'The Manchurian Candidate' (1962). In de remake schuilt het gevaar in Amerika zelf.

Met 'The Manchurian Candidate', naar de roman van Richard Condon, filmmaker John Frankenheimer veertig jaar geleden een politieke thriller die nog altijd te boek staat als scherp, huiveringwekkend en ontluisterend. Frank Sinatra speelde de door nachtmerries geplaagde Koreaveteraan Ben Marco die ontdekt dat hij tijdens de oorlog door de communisten is gehersenspoeld. Hetzelfde moet ook zijn bataljonmaatje Raymond Shaw zijn overkomen, wiens moeder en stiefvader inmiddels druk doende zijn het Witte Huis te veroveren. Marco's onderzoek culmineert in een moordaanslag tijdens de Republikeinse conventie.

Filmmakers kunnen met remakes van klassiekers soms pijnlijk de plank misslaan (denk aan Gus Van Sants beeld voor beeld nagemaakte 'Psycho'), maar dit verhaal blijkt veertig jaar later een geheel nieuwe actuele dimensie te kunnen krijgen. De eerste film draaide niet alleen om de angst voor het opkomend communisme én de hysterie aan Amerikaanse kant van McCarthyachtige personages, 'The Manchurian Candidate' werd ook uitgebracht in een politiek roerige periode. Precies ten tijde van de Cuba-crisis en aan de vooravond van een decennium waarin meerdere politieke leiders het doelwit zouden worden van geweld, zoals John F. Kennedy, zijn broer Robert en Martin Luther King.

Volgens de populaire overlevering zorgde Sinatra er dan ook persoonlijk voor dat 'The Manchurian Candidate' na de aanslag op zijn bevriende JFK, een jaar later, uit roulatie werd gehaald. (In werkelijkheid zou een dispuut tussen Sinatra en studio United Artists de reden zijn geweest dat de film pas weer in 1988 in theaters te zien was).

De nieuwe 'The Manchurian Candidate' ademt het huidige politieke klimaat in Amerika en is met betekenisvolle precisie uitgebracht. In eigen land ging de film een dag na de nominatie van presidentskandidaat John Kerry in première en komt nu in diverse landen, waaronder Nederland, dicht op de verkiezingen in de bioscopen.

Dat is precies het tijdsbestek dat ook de film bestrijkt. Denzel Washington speelt ditmaal de ogenschijnlijk onkreukbare exmilitair Ben Marco die achter de façade van zijn gesteven uniform een psychisch wrak is. Hij wordt uit zijn slaap gehouden door nachtmerries die iets anders vertellen dan zijn herinneringen aan de Golfoorlog in Koeweit, waarin Raymond Shaw (Liev Schreiber) hun bataljon redde en daarvoor de hoogste militaire onderscheiding kreeg. Nu wordt Shaw door tirannieke tussenkomst van zijn moeder, senator Eleanor Shaw, voorgedragen als kandidaat voor het vicepresident-schap. De climax van de film valt op een tumulteuze verkiezingsavond.

In veertig jaar is er veel gebeurd, blijkt wanneer je beide films naast elkaar legt. Vrouwen zijn maatschappelijk en politiek veel actiever geworden. Speelde in 1962 Angela Lansbury een vileine Lady Macbeth-achtige senatorsvrouw die onvermoeibaar de carrière van haar man stuurt, in 2004 is dit personage natuurlijk zelf senator. Meryl Streep is een heerlijk diabolische, ongrijpbare politica die iedereen in Washington om haar elegante vingers windt en ook het leven van haar zoon tot in details beheerst.

Ook helden zijn niet meer wat ze geweest zijn. Destijds speelde de populaire Sinatra een man die ondanks zijn psychische verwarring standvastig genoeg bleek om een complot aan het licht te brengen en politieke rust en fat-soen te laten zegevieren. De hedendaagse Ben Marco is een antiheld. Weliswaar weet hij stukje bij beetje anderen te overtuigen van zijn bizarre vermoedens, maar hij stijgt nooit boven zijn slachtofferschap uit. Mooi gespeeld door de interessant gecaste Washington (die juist vaak nobele, beheerste mannen speelt) blijft hij een verwarde, labiele man, in de greep van zijn trauma.

Maar het grootste verschil tussen beide films is de kijk op de Amerikaanse politiek. De eerste film werd gemaakt in een tijd dat Amerika de spreekwoordelijke onschuld nog bezat die pas later met gebeurtenissen als de moord op JFK, het Watergate-schandaal en 11 september steeds opnieuw verloren zou worden verklaard. Geen reden voor paranoia. Het grootste gevaar voor de democratie komt van buitenaf: infiltratie vanachter het IJzeren gordijn. De filmtitel verwees naar de Chinese regio Mantsjoerije.

Sinds de jaren zeventig bestaat er een traditie van politieke thrillers als 'All the President's Men' en 'The Parallax View', die een wantrouwen jegens de overheid en belangen van politici weerspiegelen.

En zo verwijst anno 2004 de titel 'The Manchurian Candidate' naar Manchurian Global, een grote corporatie die de politieke touwtjes van poppenkast 'Washington' in handen heeft. De verkiezingsretoriek van Shaw en de andere (vice)presidentskandidaten mag dan bol staan van terrorismebestrijding, de werkelijke dreiging komt van binnenuit. Namelijk van de lijntjes tussen be-drijfsleven en politici die zo kort zijn dat ze ondoorzichtige achterkamertjespolitiek en corruptie onvermijdelijk maken. Associaties met de hechte banden die Dick Cheney en George W. Bush onderhouden met bedrijven als de oliemaatschappij Halliburton en investeringsbank The Carlyle Group, liggen voor de hand.

Maar Demme en zijn scenarioschrijvers kiezen politiek geen partij en houden de overeenkomsten met de werkelijkheid losjes. Dat rechtvaardigt vermakelijke overdrijvingen (zoals wanneer Marco een verborgen microchip uit Shaws lichaam probeert te bijten), die nu eenmaal thuishoren in een verhaal over paranoia.

'The Manchurian Candidate' is een politieke thriller die thuishoort in een rijtje recente films die de achterkant van de huidige Amerikaanse democratie tegen het licht houden. Zoals de cynische komedie 'Wag the Dog', Warren Beatty's scherpe satire 'Bulworth' en natuurlijk Michael Moore's documentaire 'Fahrenheit 9/11'. Dat is vooral nu leuk om naar te kijken, ongeacht de verkiezingsuitslagen.

Maar scherp, huiveringwekkend en ontluisterend? Nee, de film heeft niet het effect dat de oude 'The Manchurian Candidate' zal hebben gehad. Daarvoor heeft de toeschouwer van vandaag te veel complottheorieën aan zich voorbij zien komen en is tezeer gewend geraakt aan paranoia. Of gehersenspoeld, zo je wilt. Of is dat nou een paranoïde gedachte?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden