Review

Angélique Kidjo legt het af tegen de klasse van Salif Keita

AMSTERDAM - Met de concertseries 'African roots' en 'African feeling' streden De Melkweg en Paradiso zo'n vijftien jaar geleden wie de meeste Afrikaanse popsterren kon binnenhalen. Donderdag herhaalde zich deze situatie maar nu met twee gevestigde namen, die beiden op een brede aanhang konden rekenen.

In Paradiso manifesteerde Angélique Kidjo zich met een vinnige performance, die bleek afstak tegen het flamboyante optreden van Salif Keita in De Max.

Kidjo's keiharde stem domineert al jaren de dansvloeren in straffe dance-producties met een funky ondertoon. De ravissante zangeres lardeerde haar cross-overs tussen Afrikaanse traditie en Westerse moderniteit telkens met korte introducties die het overwegend blanke publiek moesten overtuigen van haar roots.

,,Dit is een ritme uit het dorp van mijn vader in Benin. Daar ligt de oorsprong van de funk, die met het slavensysteem in Amerika terecht kwam.'' Historisch correct maar op den duur toch fnuikend voor een concert dat bleef steken in goedebedoeld entertainment.

Keita daarentegen kwam, zag en overwon. Ondanks zijn geringe lengte is de Malinese albino een reus wiens verschijning alleen al een siddering door de zaal doet gaan. Gekleed in hagelwit linnen hemd en broek vuurde hij een negenkoppige band aan, die op iedere millimeter swingde.

In de jaren zeventig begonnen in The Rail Band, het huisorkest van het stationshotel te Bamako, ontpopte Salif Keita zich in de jaren tachtig tot een van Afrika's meest dramatische zangers.

Zijn verschroeiende stem maakte vanaf 1987 wereldwijd indruk op het cruciale album 'Soro', een sublieme synthese tussen traditie en hi-tech.

Na jarenlang het geloof in synthesizers en overproduktie te hebben aangehangen keert Keita opeens terug naar de eenvoud. Naar de Mandingo-stijl waarin hij opgroeide. Op zijn recent verschenen cd 'Moffou' duelleren elektrische gitaren met ngoni (jachtluit), kora (22 snarige harp) en talking drum.

Die instrumenten, aangevuld met twee waanzinnige zangeressen/ danseressen, stuwden de stemmentovenaar op tot grote hoogten. Funky in 'Tekere', broeierig in het majestueuze helden-epos 'Mandjou'. Keita's lenige toonladders en hoge uithalen bleven vorstelijk overeind. Vooral in het akoustisch intermezzo -Keita alleen op gitaar- openbaarde zich zijn ongekende klasse. Dat hij uitsluitend in de Mandinka-taal met zijn toehoorders communiceerde, zij hem vergeven. Deze gedreven podiumpersoonlijkheid is nog steeds dé stem van Afrika.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden