Cultuursector

Anderhalvemeterkunst: ‘garderobe is niet meer nodig, past op de lege stoel naast je’

Beeld Suzan Hijink

Geen symfonieorkest, wel strijkjes. Geen theaterspektakels, wel dialogen. Geen stagedivende bands, wel singer-songwriters. Experts vertellen hoe de anderhalvemeterkunst eruit kan gaan zien.

Het begint waarschijnlijk met een monoloog. Een korte, die meerdere keren per dag voor een klein publiek gespeeld kan worden. De volgende stap is een dialoog tussen twee acteurs – Romana Vrede en Mark Rietman bijvoorbeeld. Zo ziet de directeur van het Nationale Theater, Cees Debets, producties langzaam groeien naarmate de coronamaatregelen versoepelen.

“Dat schaalbare is belangrijk”, vertelt hij. “Het repertoire moet geschikt zijn voor één man publiek, maar ook voor 20 of 130. En het moet op korte termijn gemaakt kunnen worden, want waar we vóór de crisis bespraken wat we over twee jaar gingen doen, bespreken we nu wat we over drie wéken kunnen doen.”

Alle culturele instellingen breken momenteel hun brein over kunst in de anderhalvemetersamenleving. Het Nationale Theater is al relatief ver in het uitdokteren van het ‘nieuwe normaal’. “In de grote zaal van de Koninklijke Schouwburg staan 670 stoelen. Op basis van anderhalve meter afstand zouden er 137 mensen in mogen.”

De ontmoeting tussen publiek en kunstenaar

Zo’n zaal openen voor kleine groepen publiek is een duur grapje. Toch gaan ze dat volgens Debets doen zodra het mag. “Het zijn publieke functies, iedereen betaalt eraan mee, met maar één doel: de ontmoeting tussen publiek en kunstenaar.”

Daarin is het theater niet alleen. Ook het Kunstmuseum in Den Haag wil zo snel mogelijk heropenen. “Dat zien we als onze museale taak”, zegt directeur Benno Tempel. “Zelfs al kunnen we minder mensen ontvangen en minder inkomsten krijgen.”

“We zijn aan het berekenen en nalopen hoe we het museumbezoek in goede banen kunnen leiden. We denken aan een gedwongen parcours voor bezoekers. Dan moet men bijvoorbeeld vanaf de entreehal eerst rechtsaf via de vaste collectie, en dan door naar de volgende tentoonstelling. Dat kan betekenen dat we het museum anders moeten inrichten, zodat het programma aan de linkerkant eindigt.”

Sommige grote tentoonstellingen kunnen door corona voorlopig niet doorgaan. “Voor een grote Dior-voorstelling in het najaar hadden we veel bruiklenen uit Amerika nodig. Dat is vanwege corona uitgesteld.” Andere gaan wel door, maar met aanpassingen, zoals schilderijen die verder uit elkaar worden gehangen.

Bij de horeca in het museum zouden de tafels verder uit elkaar moeten staan, waardoor minder mensen bediend kunnen worden. Maar dat hoeft niet slecht uit te komen, want de bezoekersaantallen moeten sowieso drastisch omlaag.

Popconcert in halflege zaal

In een museum is die afstand nog wel voor te stellen. Maar hoe moet dat bij popconcerten, waar stagedivende artiesten en bezwete lijven die elkaar verdringen bij de beleving horen? “Ik denk dat het lastig, zo niet onmogelijk te organiseren is”, zegt Berend Schans, directeur van de branchevereniging voor Nederlandse poppodia en -festivals.

“Kleinschalige programma’s kunnen misschien nog wel”, licht hij toe, “maar niet elke zaal leent zich daarvoor. Een kleine groep mensen in 013 (het grootste poppodium van Nederland)? Ik zie het gewoon niet voor me.” Maar Schans maakt zich vooral zorgen over geld. “Áls je iets kleins organiseert, hoe financier je dat dan? De sector gaat dit jaar toch al afsluiten met dikke rode cijfers. Poppodia moeten de zaal vaak voor meer dan 80 procent uitverkopen om uit de kosten te komen.”

Poppodia halen bijna een kwart van hun inkomsten uit horeca. Dus vertraagde bediening bij de café’s van de zalen (ook hier onvermijdelijk door de anderhalve meter afstand) maakt het financiële plaatje nog somberder.

Toch bereiden sommige podia zich voor op de anderhalvemetercultuur. Zo wil P60 in Amstelveen zijn 600 staanplaatsen vervangen door 99 zitplaatsen. Op het podium passen alleen singer-songwriters of kleine bandjes, en het barpersoneel wordt door plexiglas gescheiden van de bezoekers. 

Maar volgens Schans kan dit alleen met behulp van een noodfonds van de gemeente Amstelveen. “Zonder extra ondersteuning gaat de sector het bedrijfseconomisch niet redden.”

De jassen kunnen op de lege stoel naast je

In de klassieke muziek leven dezelfde zorgen, weet Koninklijk Concertgebouwdirecteur Simon Reinink. “Bij een gemiddeld concert heb je een bezetting van 80 à 90 procent nodig om uit de kosten te komen. Met anderhalve meter afstand komen we volgens onze inschatting eerder uit op 25 procent.”

Toch verkent het Concertgebouw alle mogelijkheden. “Je moet eerst kijken hoeveel ruimte je nodig hebt en dan de hele route nalopen van binnenkomst tot vertrek. Hoe bewegen mensen zich naar hun stoel? Hoeveel lege stoelen moeten er tussen bezoekers? Gaat de garderobe open?” Het antwoord op die laatste vraag is waarschijnlijk nee. “Mensen kunnen hun jassen ook op die lege stoelen leggen. Bovendien is de garderobe in de zomermaanden minder hard nodig.”

Het Concertgebouw overweegt om twee of drie kortere concerten op een dag te geven. Of om kleine zaalconcerten in de grote zaal te programmeren, maar de grote zaal heeft wel meer kosten. “We moeten oppassen dat opengaan niet meer schade oplevert dan gesloten blijven.”

Deel van de reden dat Reinink het toch wil proberen, zijn de uitvoerende kunstenaars op het podium. “Ik wil dat we ons inspannen om musici weer te laten werken. Ook zij zijn van hun inkomsten beroofd.” Ze kunnen alleen geen symfonisch werk uitvoeren, want anderhalve meter afstand is alleen met een kleine bezetting mogelijk.

Met je auto naar het drive-in-theater

Terwijl podia plannen maken, zoeken artiesten zelf ook oplossingen. Rotterdams toneelgezelschap Mooi Weer & Zo is al overgegaan op huiskameroptredens.

“Georganiseerde bijeenkomsten zijn verboden, maar mensen mogen onder bepaalde voorwaarden nog wel bij elkaar op visite”, verklaart acteur Délano van den Berg. “Dus wij komen met twee acteurs, en spelen voor maximaal drie of vier mensen een voorstelling die geschikt is voor een woonkamer, met anderhalve meter afstand. We hebben nu in zes huiskamers gespeeld. In het begin waren we nerveus, maar we worden warm ontvangen en inmiddels voelt het bijna als een normale voorstelling.”

In eerste instantie benaderde het collectief kaartjeshouders van voorstellingen die vanwege corona zijn afgezegd. Nu willen ze ook andere liefhebbers bezoeken. In plaats van kaartverkoop, willen ze na iedere voorstelling een donatie vragen.

Ondertussen zoeken ze manieren om grotere producties op te voeren, zoals drive-in-theater. “Vroeger kon je met de auto naar drive-in-bioscopen, kan dat niet ook met een voorstelling? We proberen dat zo te organiseren dat mensen veilig vanuit hun auto de voorstelling kunnen volgen. Bijvoorbeeld door ergens in te loggen om de acteurs te horen via koptelefoons, of de autoradio.”

Lees ook:

Afstand heeft prioriteit bij bedrijven

Bedrijven moeten nadenken over een toekomst waarin anderhalve meter afstand de norm is. Hoe gaan sectoren waarin contact onvermijdelijk is dit doen?

Wanhoop in de kunst

Het piept en kraakt in de cultuursector door de coronacrisis. Gesloten zalen, geen kaartverkoop en kunstinstellingen zonder rijkssubsidie zijn platzak.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden