BoekrecensieRoman

Alweer terug naar Velp

Jan Siebelink borduurt voort op ‘Knielen op een bed violen’. Nu zijn Margje en Hans kinderloos.

Jan Siebelink was vorig jaar de ster van de Boekenweek en de koning van het Bal, een rol die hem wel lag, ook al was de kritiek op zijn boekenweekgeschenk niet mals: het werd over het algemeen een teleurstellende reprise van al zijn oude thema’s gevonden. De 82-jarige auteur komt nu met een roman waarvan de allitererende titel in ieder geval positief opvalt: ‘Maar waar zijn die duiven dan’. Het onderwerp is iets minder verrassend: het boek gaat over een op een kwekerij in Velp woonachtige man die zich door religie en hedonisme in gelijke mate aangetrokken voelt. In zijn huis heeft hij een lessenaar uit de dorpskerk staan: “In plaats van de opengeslagen statenbijbel ligt er een editie van À rebours.” De bijbel die plaatsmaakt voor de decadente negentiende-eeuwse romanklassieker van Huys­mans – dat het maar duidelijk is.

Het is Siebelink wel vaker verweten dat hij het succes van ‘Knielen op een bed violen’ wilde uitmelken, maar je kan een schrijver van zo’n groot oeuvre niet verwijten terug te grijpen op vertrouwde thematiek. Die van Siebelink is de kwekerij en het meedogenloos strenge geloof van zijn vader. In deze nieuwe roman put Siebelink wel op een merkwaardige manier uit zijn oerbron. Hoofdpersoon in ‘Maar waar zijn die duiven dan’ is Hugo Tempelman. Hij is na de dood van zijn ouders geadopteerd door Hans en Margje Sievez. Wie? Inderdaad, de ouders uit ‘Knielen op een bed violen’. Er staat ‘Hun huwelijk was kinderloos gebleven’. Dat is wel even omschakelen, voor de lezers van ‘Knielen’ en ‘Margje’. De geschiedenis wordt herschreven, de zoons – van wie de oudste Ruben het alter ego van de schrijver was ­ zijn verdwenen. Waarom? Siebelink gaf het boek een motto van Emil Cioran: Les sources d’un écrivain, ce sont ses hontes. De schaamte, die de bron is voor de schrijver, daarin ligt misschien de sleutel tot deze kunstgreep. Het lijkt alsof Siebelink zichzelf het verhaal in wil schrijven, en toch op veilige afstand blijven.

Veel mis

De roman begint sterk, met een proloog waarin Hugo te horen krijgt dat hij prostaatkanker heeft, waardoor hij een einde aan zijn leven wil maken. Dan volgt een mooie, licht surrealistische flashback: we zien Hugo als jongen-met-een-missie door Arnhem struinen, knarsende trolleybussen, de wind laat de sneeuw opkruien tegen een viaduct. Siebelink kan nog altijd iets oproepen bij de lezer: een beeld, een geluid, een gevoel. Terug in het heden gaat Hugo met een afscheidsbrief en een pistool op weg naar Pauline, een oude geliefde. Met haar had hij een overspelige relatie die uitliep op een kortstondige ménage-à-trois, mét zijn inmiddels overleden vrouw Ankie. Enfin, het wordt dus een beladen dag waarop de herinneringen over elkaar heen buitelen. En dan gaat er veel mis. Met de roman bedoel ik.

Hugo is met zijn cabrio, zijn pistool en zijn voorliefde voor decadent vertier (in toom gehouden door gereformeerd schuldgevoel) een typisch alter ego van Siebelink. “Aan de cabrio ben ik meer dan gehecht. Ze is een geliefde. Mijn vingers strelen het notenhouten stuur.” Dat zegt de fijnbesnaarde macho als hij wegrijdt bij een bordeel waar hij geregeld de Dominicaanse Maria bezoekt. En ja, hij voelt zich daar schuldig over, maar ze vergeeft het hem want ze roept ‘Gracia por todo!’ als hij haar een extra douceurtje geeft en vertrekt (bedankt voor alles, let wel, niet alleen dat geld). Ook Pauline vergoelijkt zijn overspel: “Hugo, jij bent puur in je schuldigheid.” Het voelt onecht.

Die Pauline zegt dingen als: “Onthechten wil ik me, leeg worden van aspiraties, aannamen. Zo zal ik mij ten slotte kunnen verwerkelijken en overgaan in de Onvatbare.” Hugo heeft lange gesprekken met haar, over geloof en spiritualiteit, maar aan bovenstaand citaat kun je zien dat het geen dialogen worden om van te smullen. Wat zien die vrouwen in deze Tempelman? Hij is egocentrisch, ijdel, doet stoer maar zwelgt in zelfbeklag. Zijn het toch die linnen pakken, die zweem van sensitiviteit? Hoeveel hij ook praat en denkt, de zelfgenoegzame Hugo komt niet uit de verf in dit rommelige boek. Hij zegt wel dat hij een radeloze oude man is, maar we voelen het niet. Ten slotte moet dat pistool natuurlijk afgaan, volgens de ijzeren theaterwet van Tsjechov. Het wordt een schot in de lucht, net als deze roman.

Oordeel: beproefde thematiek maar roman voelt onecht.

Jan Siebelink
Maar waar zijn die duiven dan
De Bezige Bij; 256 blz. € 22,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden