Alsof het verhaal van Dante gloednieuw is

Over Dante valt weinig nieuws te vertellen. Ook Barbara Reynolds lukt dat niet. Maar haar onbevangen biografie is wél de moeite.

Sinds een grootse comeback in de Romantiek zijn Dante en de ’Goddelijke Komedie’ geen moment meer weggeweest uit de Westerse cultuur. Sterker nog, naast hun sterke invloed op literatuur, toneel en film zijn ze in de loop van de twintigste eeuw ook doorgedrongen in vrijwel alle andere kunstvormen. Je kunt het zo gek niet bedenken of het bestaat: op Dante geïnspireerde videokunst, elektronische muziek, computerspellen, Japanse manga’s en poppenfilms. Een opera ontbrak, gek genoeg, maar die zeldzame lacune is vorig jaar gevuld door Louis Andriessens ‘filmopera’ ’La Commedia’.

Naast al deze kleurrijke artistieke gedaanteverwisselingen was Dante’s werk sinds de vroegste verspreiding onophoudelijk vergezeld van een intimiderende stortvloed aan commentaren en interpretaties. Ook deze verklarende traditie is uitgegroeid tot een globaal verschijnsel. Zo heeft de Angelsaksische wereld minstens zoveel Dantespecialisten voortgebracht als de Italiaanse.

De Britse Barbara Reynolds (1914) werd ingewijd in Dante door haar meter en vriendin Dorothy Sayers (1893-1957). Deze detectiveschrijfster maakte een populaire rijmende vertaling van de Komedie, maar kwam door haar dood niet toe aan de laatste dertien Paradijs-canto’s. Letterlijk als haar ghostwriter maakte Reynolds het werk verbluffend af. Decennia later, in 1993, eerde ze Sayers met een uitvoerige biografie.

Reynolds bleef zich heel haar leven intensief beziggehouden met Dante (1265-1321); een tastbaar bewijs is de nu vertaalde studie, die ze publiceerde op haar 92ste. Op deze respectabele leeftijd herlas ze al zijn geschriften ’met onbevangen geest’ en claimt ’een nieuwe kijk op Dante’ te bieden. Dit zijn op zijn zachtst gezegd opvallende opmerkingen in een studie over een van de meest bestudeerde schrijvers ter wereld.

Hoewel Reynolds overduidelijk op de hoogte is van de bibliotheken die over Dante zijn vol geschreven, vermoeit ze haar lezer meestal niet met al deze kennis. Dus geen ontelbare voetnoten en ellenlange bibliografieën en ook geen uitvoerige discussies met andere dantisti. Ze laat Dante en zijn teksten zoveel mogelijk spreken en vertelt alsof het verhaal nog nooit eerder is verteld.

Verder is haar studie tamelijk traditioneel van opzet. In chronologische volgorde behandelt Reynolds Dante’s leven en werken, en aangekomen bij de Komedie is haar leidraad de opeenvolging van zangen, waarbij ze telkens handig terugkoppelt naar relevante gebeurtenissen uit Dante’s leven.

Vrijwel ieder hoofdstuk, kondigt ze aan, bevat ’nieuwe opvattingen en inzichten, waarvan sommige radicaal en vele controversieel zijn’. Eerlijk gezegd zijn de beloofde nieuwe opvattingen minder radicaal dan je zou verwachten. Vaak zijn het eerder interessante, verfrissende suggesties.

Neem haar ’voor de hand liggende oplossing’ van het mysterie van de jachthond. In de proloog van de Komedie voorspelt Vergilius de komst van dit bijzondere beest dat alle kwaad uit de wereld zal verdrijven. Deze jachthond is al op talloze manieren geïnterpreteerd: men zag er keizers en pausen in, zelfs Napoleon en, hoe kan het anders, Benito Mussolini... Vergilius zegt dat hij zal worden geboren tussen feltro en feltro. Is dit een geografische aanduiding (tussen Feltre en Montefeltro); is het een cryptische verwijzing naar zijn nederige afkomst (feltro, vilt, is immers een goedkope stof), of naar zijn sterrenbeeld via de vilten kappen van de Tweelingen (Castor en Pollux)? Volgens Reynolds is de oplossing veel simpeler: Dante heeft het over de vilten lappen waartussen papier werd gedroogd. De jachthond is dus een keizer, die zijn gezag ontleent aan wetten. En deze wetten bevinden zich op papier dat gebruiksklaar is gemaakt tussen twee lagen vilt. Interessant idee, dat wel, maar ’de oplossing’? Een andere interessante suggestie is dat Dante’s traktaten – in het bijzonder ’De vulgari eloquentia’ en ’Convivio’ – en brieven ontstaan zijn als lezingen en als zodanig ook door hem voorgedragen. Reynolds wijst hiervoor op bepaalde oraal aandoende zinswendingen en voorbeelden die alleen hardop uitgesproken tot hun recht zouden komen. Verreweg de aardigste suggestie is dat Dante geestverruimende middelen (marihuana, hasj?) zou hebben gebruikt om zijn godsvisioen op te wekken. Ook hiervoor zijn geen echte bewijzen, maar het is een verfrissende gedachte, vooral omdat er tot vandaag de dag serieuze discussies gevoerd worden over de authenticiteit van Dante’s visioen en zijn claims op een profetische status.

Uiteindelijk ligt de kracht van dit boek toch niet in deze en andere vernieuwende inzichten, maar eerder in de souplesse en onbevangenheid waarmee Reynolds haar uitgebreide kennis over het voetlicht weet te brengen. Een kwaliteit die in de bijzonder verzorgde Nederlandse editie alle recht wordt gedaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden