Column

Als mensen opmerken dat ze me stil vinden in de groep, verwijs ik ze altijd door naar Maarten ’t Hart

Erik Jan Harmens.Beeld Jörgen Caris

‘Meneer, gaat u ook een keer een kinderboek schrijven?’ Al op jonge leeftijd kwam ik voor het eerst in aan­raking met literatuur. 

Het was 1974, ik was vier en mijn vader was journalist bij de Rijn en Gouwe, de krant voor de regio Hollands-midden die als gevolg van wat je noemt een ‘rebranding’ sinds 2005 een prozaïscher naam draagt: AD Groene Hart. Mijn vader moest een foto maken bij een enthousiaste bespreking (‘een meesterwerk’) over de dat jaar verschenen roman ‘De walgvogel’ van Jan Wolkers. Hij plaatste mij in een schommelstoel met een bril zonder glazen op mijn neus, een glas sinas in mijn linkerhand en de roman op schoot. ‘Zelfs de zeer jeugdigen, die nog niet de leeftijd van het kunnen lezen hebben bereikt, verdiepen zich in Wolkers’ nieuwste boek’, luidde het grappige onderschrift. Voor geïnteresseerden plaats ik het knipsel dit weekend op mijn Instagram-account.

Ik kan me het maken van deze foto nog herinneren. Niet precies, ik was vier, maar ik weet dat glas frisdrank nog, de zwaartekracht trotserend op de achteroverhellende leuning. Ik weet ook dat ik me bewust was van het gefotografeerd worden, mijn vader zei altijd (dus ik neem aan ook toen): “Kijk even gewoon!” Maar hoe doe je dat als iemand door de lens naar je staat te gluren en wacht op het goede moment om op het knopje te drukken? Vierenveertig jaar later tijdens de zoveelste fotosessie heb ik nog altijd geen antwoord op die vraag.

Doorverwijzing

Zes jaar later, in 1980, nam mijn ­moeder me mee naar een kerk waar Maarten ’t Hart voorlas uit eigen werk en daarna vragen uit het publiek beantwoordde. Toen de moderator tot drie keer toe had gevraagd of echt niemand iets had te vragen, stak ik mijn hand op en sprak in de bij mijn mond gehouden hengelmicrofoon: “Meneer, gaat u ook een keer een kinderboek schrijven?”

De zaal moest lachen, ’t Hart keek mijn kant op, zweeg heel even en zei toen: “Nee.” Daarop verdween de hengelmicrofoon weer en grinnikte ik eerst mee met de rest, daarna was ik woedend. De grote schrijver had ook kunnen zeggen: “Wat een leuke vraag, maar ik denk het niet.” Of: “Misschien wel, als jij belooft dat jij het gaat lezen.” Hij had zo veel meer kunnen doen dan die botte, eenlettergreperige ontkenning. “Nee.” Als mensen sindsdien opmerken dat ze me een beetje stil vinden in de groep, verwijs ik ze altijd door naar Maarten ’t Hart.

Schrijver en dichter Erik Jan Harmens over de prikkels die het druk maken in zijn hoofd. Lees hier meer van Erik Jan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden