Interview

'Als je pech hebt, schrijft je kind een boek over je'

De Vlaamse schrijfster Lize Spit schreef 'Het Smelt'. Een verhaal met lovende recensies en meerdere nominaties. Beeld Roos Pierson

Voor de Vlaamse Lize Spit is schrijven een overlevingsstrategie. Haar boek 'Het Smelt' ging al ruim 100.000 keer over de toonbank. Zaterdag kan ze de Bronzen Uil voor het beste Nederlandstalige literaire debuut winnen.

Ze voelt zich zo langzamerhand weleens een praatjesmaker, zegt schrijfster Lize Spit (27). Ze zit op de bank in haar Brusselse appartementje, een kop thee in haar handen. In januari verscheen haar debuutroman 'Het Smelt', waarvan er meer dan 100.000 zijn verkocht. Sindsdien geeft ze drie, soms vier avonden per week lezingen. "Nog even en ik ben langer aan het praten over het maken van die roman, dan ik eraan geschreven heb."

'Het Smelt' gaat over de twintiger Eva, die opgroeide in een gezin met een suïcidale vader, een drinkende moeder en een zusje met dwangneuroses. Op een dag rijdt ze met een reusachtig ijsblok in haar kofferbak naar haar geboortedorp om wraak te nemen op twee jeugdvrienden. Een verhaal dat na bijna vijfhonderd pagina's als een steen op de maag ligt, lovend werd gerecenseerd en de ene na de andere nominatie in de wacht sleepte.

Een Belgisch productiehuis kocht vlak na verschijning al de filmrechten en het boek zal in tien talen worden vertaald. Toch blijft Spit streng voor zichzelf. "In het begin las ik 's nachts na een lezing alle negatieve commentaren nog een keer. Dat moest. Je mag jezelf niet alleen laten ophemelen, er is nog ruimte voor verbetering."

Dat haar boek zo'n succes werd, heeft haar zeker verrast, vertelt de kleine Vlaamse. Maar haar debuut is geen toevalstreffer. Er zitten jaren van voorbereiding in en ze heeft er met ijzeren discipline aan gewerkt. Een jaar lang schreef ze dagelijks van negen uur 's ochtends tot zes uur 's avonds en van acht tot drie uur 's nachts. "Ik heb heel lang alleen in dienst van dat boek geleefd."

Waarover haar eerste roman moest gaan wist Spit al lang. In een eerdere versie was haar hoofdpersoon een man van vijftig. "Maar ik had moeite om in zijn hoofd te kruipen." Misschien probeerde ze het verhaal te geforceerd van zich af te houden, denkt ze nu. "Toen ik eenmaal dacht: 'Fuck it, ik schrijf gewoon over een opgroeiend meisje in de jaren negentig', kwam er veel meer los. Opeens had ik veel meer materiaal: mijn eigen herinneringen."

U heeft niet alleen uw herinneringen gebruikt, maar ook het dorp waar u opgroeide, Viersel. Waarom?
"Het gaf houvast om dat dorp als blauwdruk te gebruiken. De dorpelingen zelf had ik door de jaren heen in mijn hoofd al tot personages gemaakt. Een dorp is een dankbaar onderwerp: iedereen kijkt er voortdurend naar elkaar en veroordeelt elkaar. Over gevoelens wordt niet gepraat, die houdt men voor zichzelf. Ik heb de hypocrisie opgetekend van mensen die elkaar allemaal door en door denken te kennen, maar niet ingrijpen wanneer dat nodig is."

Hoe reageerden ze in Viersel? Uw boek is nogal donker en wreed.
"Mensen praten er op straat over, vragen zich af wie precies wie is in het boek." Ze grinnikt. "Er is zelfs enige fierheid bij mensen die zichzelf herkennen in personages waarvan ik denk 'oei'."

Hoe verklaart u dat?
"Ik denk dat ik geluk heb gehad dat het zo'n succes werd. Inwoners zijn trots dat hun dorp wordt verfilmd. Er komen 'Het Smelt'-toeristen. Het heeft er wellicht ook mee te maken dat ik mij nooit van het dorp heb gedistantieerd. Ik kijk ook met veel liefde terug op mijn jeugd."

Is dat zo? Als ik het boek lees denk ik: hier is iemand ontsnapt.
"Voor een deel is dat zo. Een van de redenen dat ik niet naar het conservatorium in Antwerpen wilde, was dat ik dan niet op kot mocht. Dus koos ik voor Brussel. Ik heb natuurlijk ook maar een deel van de realiteit gebruikt. Ik heb veel betere herinneringen dan dat boek doet vermoeden. Het was een fijne plek om op te groeien. We gingen ravotten, bouwden dammetjes bij de beek. We verveelden ons dood, maar beleefden ook echt avonturen. Als kind had je het gevoel dat iedereen je kende. Ik was bij veel mensen kind aan huis."

Wat voor kind was u?
"Ik was een gevoelig kind, maar wilde ook stoer zijn: ik vocht op de speelplaats met de jongens. Ik heb een gelukkige jeugd gehad, maar tegelijkertijd ook een heel ongelukkige. Ik heb een broer en twee zussen en ik denk dat wij alle vier wel liefde hebben gekregen, maar ook veel eenzaamheid. We zijn heel erg in de steek gelaten."

Door uw ouders?
"Het is lastig om daar iets over te zeggen omdat ik niet rechtstreeks over mijn ouders wil praten. In ons gezin wilde ik altijd de regie overnemen over ieders gevoelens. Ik heb als kind veel verdriet gehad over andere mensen. Ik was vaak plaatsvervangend treurig. Ik dacht dat verdriet als een boodschappentas met twee handvatten was, en dat je het gewicht door twee kon delen. Nu pas denk ik: het levert niets op als je meevoelt met anderen zonder dat je dat uitspreekt."

Moesten jullie op eieren lopen?
"Ja, toch wel. Ik weet niet goed hoe ik het moet zeggen." Ze is een tijdje stil. Begint dan voorzichtig: "Volgens studies groeit een op de tien Vlaamse kinderen op met een alcoholverslaafde ouder. Dat is voor een kind heel tekenend, je bent altijd op je hoede."

Een recensent schreef dat 'Het Smelt' 'de essentie van verwaarlozing' toont.
"Dat is ook zo. Het is heel pijnlijk als ouders keer op keer de keuze maken voor de verslaving en niet voor hun kind. Als kind is dat de grootste afwijzing die je kunt krijgen.

"Mijn jongere zus kreeg dwangneuroses - net als Tesje, het zusje van de hoofdpersoon in mijn boek. Ze is daarvan gelukkig redelijk hersteld. Als er zoveel gebeurt waarover je geen controle hebt, zoek je op een belachelijke manier controle over dingen die juist heel simpel lijken. Dat is heel ingrijpend. Je buit jezelf gewoon uit tot je erbij neervalt."

Hoe reageerde uw zus op het boek?
"Heel moedig. Ze zag vooral wat er niet klopte, zij weet natuurlijk wat ik allemaal heb verzonnen. Ik heb haar van tevoren om toestemming gevraagd. Ik vond dat dat moest. Zij heeft er niet voor gekozen: niet om mijn zus te zijn en niet voor die dwangneuroses. Ze zei: 'Je mag alles gebruiken'."

Voor Spit zelf werden observeren en schrijven een soort dwangneurose, een manier om te overleven. "De afgelopen 27 jaar heb ik vaak gedacht: 'Dit is echt heel pijnlijk, maar ik ga hier doorheen en houd mijn ogen open, want ooit kan ik dit gebruiken'. Dat maakte mij sterk op die momenten, dat was een soort harnas. Die verhalen moet ik nu van mij afschrijven, dat ben ik aan mezelf verschuldigd. Anders heb ik het voor niets ondergaan."

Schrijven is een verslaving die ze voortdurend moet voeden door materiaal bijeen te scharrelen: mensen observeren, details stelen. "Als ik dat niet doe, lijkt het alsof ik geen geldige reden heb om ergens te zijn."

Lize Spit - Het Smelt Beeld TR Beeld

Dat lijkt me best vermoeiend.
"Het is een beetje waanzin, ja. Onbescheiden ook. Dat je van ieder ding dat door je hoofd gaat, denkt dat het iets kan zijn. Je hebt ook honderdduizend gedachten die nergens op slaan. Het enige dat afleidt zijn gezelschapsspelletjes en films. En als ik dronken ben, kan ik ook loslaten. Maar ik drink nóóit tijdens het schrijven en als ik gedronken heb, mag ik daarna niets meer opschrijven. Mijn grootste angst is om te gaan denken dat ik in die toestand betere ideeën heb en dan afhankelijk word."

Kunt u overal over schrijven?
"Van het stomste idee valt iets goeds te maken. Het komt aan op de uitwerking. Ik denk wel regelmatig: 'Ik moet eens iets vrolijkers kiezen'. Anders gaan mensen op den duur denken dat ik veel zeur."

Hebben uw ouders het boek gelezen?
"Twee weken voor het verscheen, heb ik het ze laten lezen. Om ze voor te bereiden. Ik ben twee weken misselijk geweest."

Was u bang?
"Ja, ik werd weer de persoon die het beste wilde voor iedereen en niemand wou kwetsen. Maar goed, het ouderschap is een keuze en als je pech hebt, schrijft een van je kinderen een boek en krijg je je fouten op je bord terug. Ze zwijgt een paar seconden en zegt dan: "Ik ben niet louter fier op dat boek, hoor. Ik vind het nog steeds dubbel. Ik heb andermans leed gebruikt om zelf iemand te kunnen worden."

Zijn er grenzen aan wat een schrijver mag gebruiken?
"Een roman is fictie, je kunt daarin doen wat je wilt. Maar je kunt niet achteraf naar mensen wijzen, want je laat altijd dingen weg. Soms voelt het alsof ik gebeurtenissen heb herschreven, alsof ik herinneringen heb uitgeveegd door ze te gebruiken en te vervormen.

"Ik ben voor het boek teruggegaan naar de boerderij van de ouders van een vriendin. Zij gaven een uitgebreide rondleiding, wilden een goed beeld geven van de boerenstiel. Ik besefte toen dat ik mij nogal iets toe-eigende. Ik zette een filter op die boerderij. In mijn boek hebben twee tieners daar aan seksblaadjes zitten likken in de hooischuur en is iemand verdronken in de beerput. Ik maakte van het dierbaarste bezit van die mensen een zwarte vlek."

Blijkbaar houdt dat u niet tegen.
"Nee. Wat dat betreft is het een genadeloos boek. Ik heb dingen opgeschreven waarvan mensen weten dat ze echt zijn gebeurd, maar ook dat er veel aan is toegevoegd. In zekere zin worden mensen aangekeken op wat ik heb verzonnen. Ik vond dat sommige mensen dat verdienden. Ik wou ze raken met dat boek."

Kent u grenzen voor wat u van uzelf gebruikt?
"Voor mij zijn de dagelijkse dingen niet van mij, maar van mijn schrijven. Ik heb daar wel discussies over met mijn vriend. Hij wil dat bepaalde dingen van ons samen blijven.

"Ik heb natuurlijk de leiding over wat ik schrijf. Ik kan mezelf belachelijk maken, maar ook sparen. Ik heb die keuze, de mensen over wie ik schrijf niet. Laatst zei een vriend in een gesprek: 'Hier moet je niet over schrijven, hè'. Ik trek het mij aan dat mensen in mijn aanwezigheid het gevoel hebben dat ze kwetsbaarder zijn. Maar de schrijver in mij denkt dan: 'Shit, daar gaat mijn verhaal'."

Lize Spit

Lize Spit (1988) studeerde scenario schrijven aan het RITCS in Brussel en won in 2013 de schrijfwedstrijd Write Now! Ze schreef gedichten en korte verhalen voor onder meer De Gids en Das Mag en heeft een wekelijkse column in de Vlaamse krant De Morgen. Haar debuut ‘Het Smelt’ stond op de longlist van de ECI Literatuurprijs, werd vorige week bekroond met de Hebban Debuutprijs en is genomineerd voor de Anton Wachterprijs en de Bronzen Uil, die zaterdag wordt uitgereikt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden