Recensie

Als je de Filarmonica della Scala in huis hebt, verwacht je niets anders dan iets operatesk

Riccardo Chailly in 2015Beeld EPA

Filarmonica della Scala
Bartók, Moessorgski
★★★★☆

Toen maestro Riccardo Chailly zich naar het publiek omdraaide en de toegift aankondigde, dacht men in het Concertgebouw waarschijnlijk collectief enthousiast: ‘Yes!’ Want als je de Filarmonica della Scala in huis hebt, de philharmonische afdeling van de Milanese Scala dus, dan verwacht je niets anders dan iets operatesk. En dat kwam, middels een bruisend en volkomen idiomatisch uitgevoerde ouverture tot ‘Semiramide’ van Rossini.

Crescendo 

Spic en span klonk het, tintelend, met alle haarspeldbochtloopjes van de blazers (piccolo voorop) perfect uitgevoerd, en – het allerbelangrijkste – een Rossini-crescendo om je vingers bij af te likken. Zo’n crescendo is bepaald geen sinecure. In welke gradaties bouw je de decibellen op, welke instrumentengroepen geef je daarbij voorrang, waar hou je nog even in, en in welke maat precies ben je op je luidst en is het effect maximaal? Op al deze vragen weet niemand beter het antwoord dan Chailly, groot geworden met Rossini, een componist die hij uitermate serieus neemt. En neem je Rossini serieus, dan pas klinkt diens humor optimaal tussen de notenbalken door.

Maar Chailly weet ook perfect de weg door de totaal anders ingerichte notenbalken van Bartók, wiens ‘Concert voor orkest’ als eerste klonk. Maar ook in deze geweldige muziek komt het soms aan op een gedurfde opbouw van zacht naar hard. Zoals in het afsluitende deel ‘Finale’. Machtig mooi hoe Chailly daar de klank van de strijkers heel dun en scherp hield om vervolgens via een fantastische opbouw bij een volbloed en zinderend strijkersgeluid uit te komen.

Puik clubje

Die strijkersgroep van de Filarmonica della Scala is een puik clubje, aangevoerd door een flamboyante blondine in een nog flamboyantere, ravenzwarte avondjapon. Vast ’n Valentinootje of zo.

Maar die strijkers speelden dus ondertussen wel met een prachtig homogene klank en zindering. De spanning die Chailly in sommige delen wist op te bouwen, deed de compositie alle recht. In het door een trom ingeleide ‘Giuoco delle coppie’ vond de oud-slagwerker (dat was Chailly in zijn jonge jaren) binnen een super strak en scherp ritme ook nog eens prachtig de ironie achter de noten. Die trom zat overigens voor de eerste hobo. Echt zo’n Chailly-detail.

Operabak

Net als bij de Wiener Philharmoniker zijn de leden van de Filarmonica della Scala verplicht om ook in de operabak te spelen. Het was Claudio Abbado die uit dat operaorkest in 1982 een symfonisch orkest destilleerde. Het heeft nu naast de opera een volwaardig seizoen met zo’n tachtig symfonische concerten per jaar.

Het orkest was in deze hoedanigheid voor het eerst te gast in het Concertgebouw. En natuurlijk wilde Chailly daarom zijn keurtroepen in al hun felle kleuren tonen. Dat kon en gebeurde in Bartók, en dat werd na de pauze nog overtroefd in Moessorgki’s ‘Schilderijen van een tentoonstelling’, hét glansstuk voor orkesten. Dat glanzen lukte wonderbaarlijk goed. En ineens stond daar een blonde gastpaukenist tussen de Italianen. Het was Marinus Komst, jarenlang eerste paukenist bij een van Chailly’s vorige orkesten, het Concertgebouworkest. Leuk.

Lees meer muziekrecensies op trouw.nl/muziekrecensies.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden