Review

Als het maar in de omgeving past

Om de aandacht te vestigen op het belang van goede architectuur organiseert Trouw de verkiezing van het mooiste gebouw van Nederland. Ook u kunt meedoen. Twintig bekende Nederlanders geven vast hun favorieten. Aflevering 18 : Wim Derksen, directeur van het Ruimtelijk Planbureau.

Ooit beschreef Wim Derksen, directeur van het Ruimtelijk Planbureau, in een column het mooiste huis dat hij kende. Het was een heel gewoon dijkhuis met twee verdiepingen, dat tegen een Zeeuwse dijk aangevlijd lag. In al zijn eenvoud was dit het mooiste huis ter wereld, schreef hij. Het huisje komt niet voor in zijn topdrie van mooiste gebouwen, maar de redenen waarom dit huis zulke warme gevoelens opriep, komen steeds terug als Derksen vol enthousiasme over architectuur praat.

Een goed gebouw past volgens

Derksen in zijn omgeving. Zoals dit huisje bij de dijk hoort, zo horen de Hoge Heren – twee zwarte, kolossale woontorens – bij de Erasmusbrug in Rotterdam, zo past de Beurs van Berlage op het Damrak, zo past de nieuwe wijk Céramique bij Maastricht.

Derksen is van huis uit bestuurskundige en heeft zich jarenlang met de bestuurlijke inrichting van Nederland bezig gehouden. Maar zijn liefde gaat al zijn hele leven uit naar de architectuur. Derksen: „Mijn vrouw wordt er soms gek van. We moeten altijd even ergens gaan kijken.” Waarom architectuur hem zo raakt, kan hij niet uitleggen. Mooi of lelijk is niet het belangrijkste criterium. Derksen: „Ik onderscheid drie typen goede gebouwen: gebouwen waar je steeds naar moet kijken, gebouwen die rust uitstralen en gebouwen die naadloos bij hun omgeving passen en er iets aan toevoegen. Dat vind ik alle drie goede kenmerken van architectuur.”

Van de eerste soort heeft hij talloze voorbeelden. Derksen: „Aan het Zuidplein in Rotterdam staat bijvoorbeeld een bedrijfsverzamelgebouw van de architect Hugh Maaskant. Daar moet ik altijd naar kijken. Dat gebouw heeft een helderheid en . ik weet het niet. Het fascineert me gewoon. Deze Maaskant mag in mijn topdrie. Maar er zijn meer voorbeelden. Vanaf de A4 zie je bij Ypenburg het gebouw van het Nederlands Forensisch Instituut. Het is van de architecten Claus en Kaan. Eerst vond ik het een vreselijk gedateerd gebouw. Maar het blijft me intrigeren. Of de drie bruggen van Santiago Calatrava over de Hoofdvaart van de Haarlemmermeer. Vanuit de auto, vanuit de trein: altijd even kijken.”

Het andere criterium van waarde, de rust, ziet Derksen vooral in de abdij Sint-Benedictusberg in Mamelis van architect pater Hans van der Laan: de tweede in de topdrie. Derksen: „Van der Laan streefde bewust naar rust. Hij zocht dat in natuurlijke verhoudingen. Volgens hem zouden er architectonische maten bestaan die uit de natuur stammen. Aan de hand daarvan heeft hij berekend waar de ramen moesten komen, hoe groot de ruimtes moesten zijn. Je kunt het steriel vinden, maar volgens mij klopt wat hij gedaan heeft gewoon. Dat geeft rust.”

Vanuit zijn kantoor kijkt Derksen recht op het appartementencomplex Nirwana aan de Benoordenhoutseweg. Het sanatorium Zonnestraal is van dezelfde architect, Jan Duiker, en staat bekend om zijn gezonde uitstraling van licht, lucht, ruimte en rust. Maar Derksen wordt helemaal niet rustig van Nirwana, de eerste woontoren in Nederland. Hij vindt er steeds minder aan. Derksen: „In de jaren dertig was het vast een indrukwekkend gebouw, maar nu lijkt het te zeggen: ’kijk mij eens afwijken’. Ik vind dit epateren. En verre van rustig trouwens, met die overhangende balkonnetjes. Ik voel steeds meer irritatie bij het Nieuwe Bouwen, waar dit gebouw bij hoort. Iemand zei eens: ’Een jurist moet zorgen voor rechtvaardigheid, een architect voor geborgenheid’. Ik hou helemaal niet van huizen met grote ramen waardoor je met je hele hebben en houden te koop zit.”

Maar zijn grootste ergernis over het Nieuwe Bouwen is dat het zich vaak niet voegt naar zijn context, het ’past’ niet in de omgeving. Derksen: „Neem nou het Rietveld-Schröderhuis. Dat heeft geen enkele relatie met zijn omgeving. Het is een maquette. Architectuur mag zich nooit zo loszingen van zijn omgeving, vind ik.”

Hoge gebouwen hebben dat manco vaak, maar Derksen vindt dat niet gelden voor de Hoge Heren bij de Erasmusbrug. „De brug is juist mooi door deze gebouwen. Dat realiseer je je als je kijkt naar films en foto’s van de marathon van Rotterdam. Dan zie je die torens opeens opdoemen. Een ander mooi voorbeeld vind ik Mariënburg in Nijmegen van Sjoerd Soeters. Je mag er als architect heel trots op zijn als je zoveel geborgenheid weet te creëren. Jo Coenen is dat op een heel bijzondere manier ook gelukt in Céramique. Deze stadswijk nomineer ik ook. Iemand als Coenen denkt: ’hoe kan ik dat gebied invullen’. Maar iemand als Rem Koolhaas zegt: ’Fuck the context. Ik ben belangrijker dan de context.’ Dat vind ik fout.”

Het ontwerp van Adriaan Geuze op de Amsterdamse eilanden Borneo en Sporenburg ’past’ volgens Derksen juist goed, evenals het Burgemeester De Monchyplein in Den Haag van Ricardo Bofill.

En natuurlijk de Beurs van Berlage, het gebouw dat Derksen mee zou willen nemen naar het spreekwoordelijke onbewoonde eiland. Derksen: „Al zou het in die context helemaal misplaatst zijn natuurlijk. Maar op het Damrak, waar het zich aanpast aan de rooilijn en dakgootlijn en toch iets totaal anders is, voegt het iets bijzonders toe.

„Het werk van Ben van Berkel irriteert me, afgezien van de Erasmusbrug, juist enorm – omdat het niets met de omgeving heeft. Kijk maar wat hij met dat oude Amsterdamse pleintje De Nieuwezijds Kolk heeft gedaan. Hij plaatste er een groot, groen ding op, dat niets met de geschiedenis van dat pleintje te maken had. Ik was een keer in Zwitserland aan het langlaufen. Daar was ook zo’n groot, groen ding neergezet. Ik zei: ’Het zal toch geen Van Berkel zijn. Dat kan niet waar zijn.’ Maar het was er echt één. Mijn vrouw vond het wel mooi. Maar ik erger me eraan. Dat ding zegt: ’Ik ben een Van Berkel. Kijk maar: ik ben groen, van glas en beton.’ Wat moet dat in een Zwitsers plaatsje, vraag ik me dan af. Zet het dan als maquette op je bureau.”

Dan heeft hij liever Brandevoort, de Helmondse wijk van Sjoerd Soeters dat als een oud-Hollands dorp is opgebouwd uit grachtjes en grachtenpanden. „Soeters overdrijft soms, maar hij doet tenminste een poging om voort te bouwen op historische patronen. De grote vraag in de stedenbouw is hoe we dorpen en wijken kunnen maken waarin mensen zich prettig voelen. Dat lukt ons maar moeizaam. Kijk maar naar Almere. Ja, ik voel me verwant met neo-traditionalisten als Soeters, al hou ik niet van truttigheid. Maar ik vind het goed dat hij voortbouwt op wat er is en van de context uitgaat.”

Om die reden vindt Derksen slopen ook geen goed idee. Als een gebouw niet meer functioneert, moet je er iets anders mee doen. Bijvoorbeeld er iets omheen bouwen. „Steden groeien organisch. Steeds alles slopen en opnieuw beginnen, werkt niet.” Maar als hij dan toch één gebouw moet aanwijzen dat gesloopt mag worden, wordt het Van Berkels bijdrage aan de Nieuwezijds Kolk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden