Review

Als gezond eten er niet meer toe doet

'Voedingsgids voor mensen met kanker', uitgeverij De Toorts kost ¿27,50 en is verkrijgbaar in de boekhandel. 'Lekker eten, beter voelen', een receptenboekje van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis is verkrijgbaar door overmaking van ¿10,95 op Postgiro 9229 t.a.v. Medianet in Haarlem, o.v.v. kookboekje AVL. 'Voeding bij HIV/Aids' is een uitgave van Nutricia en kan besteld worden via de gratis 'Enterale voedingslijn' van Nutricia: 06-022 33 22.

Met de eetlust van Jaap Jan (37) is het al een paar jaar slecht gesteld. Acht jaar geleden werd bij hem de ziekte aids geconstateerd en sindsdien slikt hij medicijnen waarvan de meeste niet bepaald eetlustopwekkend zijn. Het laatste jaar is daar een chemotherapie bijgekomen, waardoor hij vaak misselijk is. Toch doet hij alle moeite om te blijven eten, want hij wil nog van alles.

Met wat kunst- en vliegwerk, weet Jaap Jan, kun je plezier beleven aan eten, ook al staat het je eigenlijk tegen. Associëren tijdens het eten helpt: 'wanneer was het ook al weer dat ik vroeger een keer boerenkool heb gegeten? O ja, toen na die prachtige lange schaatstocht...' Hij wordt niet droevig van die herinneringen: “Integendeel, ik geniet van dat gevoel alsof ik het opnieuw beleef.”

In Amerika schreef de kok James Haller een kookboek met de veelzeggende titel What to eat when you don't feel like eating. Een boek met gezonde gerechten die niet alleen in tien minuten klaar te maken zijn, maar bovendien - en dat is volgens Haller heel belangrijk - er aantrekkelijk uitzien: “Oranje hapjes van abrikozen of pompoen zitten vol vitamine A, en uit soepen van malsgroene groenten haal je vitamine C en kalium”. Haller vindt dat patiënten uit gemakzucht vaak maar kleurloos en gepureerd voedsel voorgeschoteld krijgen: “Met iets meer aandacht voor kleur en compositie kun je van een maaltijd waar mensen tegenop zien, een moment maken waarvan ze even opfleuren.”

In Nederland is het boek van Haller niet verkrijgbaar, omdat het via een Amerikaanse farmaceutische fabriek in beperkte omloop werd gebracht. Zou het een idee zijn om zoiets ook in het Nederlands uit te brengen: een kookboek met recepten voor mensen die niet meer beter worden?

WONDEREN

Jeanne Vogel, als diëtist verbonden aan het Integraal Kankercentrum Zuid, is er huiverig voor. “Van zo'n boek worden gauw wonderen verwacht. Als mensen zo ziek zijn dat ze niet meer beter worden, hoef je niet de nadruk te leggen op veel groente en fruit. Dat is belangrijk als je gezond bent, maar zinloos als iemand niet lang meer te leven heeft. Van die 'gezonde rauwkost' is zelfs af te raden, want dat geeft gauw een opgeblazen gevoel. Je kunt iemand met een beperkte eetlust beter iets lichtverteerbaars geven.”

Vooral in de hoek van de alternatieve geneeswijzen ontmoet de diëtist mensen die heel fanatiek zijn met gezond blijven eten, 'tot op de ochtend van het sterven toe'. Eten staat in deze visie voor hoop, en men is ervan overtuigd dat je de patiënt tot op het laatst moment hoop moet geven.

Vogel: “Wanneer het duidelijk is dat een patiënt niet meer beter wordt, vind ik het belangrijker dat patiënt èn verzorgers dat feit accepteren. Het hoort nu eenmaal bij het ziekteproces dat de eetlust vermindert. Natuurlijk moet je lekker blijven koken als je dat altijd al deed en de patiënt daarvan geniet. Maar als je niet zo'n keukenprins of -prinses bent, is het alleen maar een belasting erbij. Hoe vaak gebeurt het niet dat een patiënt 'ja' zegt tegen een of ander hapje en als-ie het eenmaal voor zich heeft er werkelijk niet aan moet dènken. Als er van dat hapje veel werk is gemaakt, is dat frustrerend voor beide partijen. Om die reden ben ik ervoor dat mensen het zich zo makkelijk mogelijk durven maken. Maak maar es gewoon een pot appelmoes open, en haal maar een keer wat bij de Chinees of - als je geld uit wilt geven - bij de traiteur. Als het je lukt om je over het eten niet druk te maken, is dat het beste dat je kunt bereiken.”

Inderdaad kent ook Jaap Jan de momenten dat hij een bordje waar hij vol goede moed aan begon, door plotseling opkomende misselijkheid rigoureus ter zijde moet schuiven. “Dat blijft vreselijk”, vindt hij. “Ook voor degene die zijn best gedaan heeft om het voor je te maken. Ik vind het echter geen reden om minder aandacht aan eten te besteden. Wel om het belang van voedsel te relativeren.”

MARIHUANA

Volgens informatie van de HIV-vereniging is het roken van marihuana in kringen van aidspatiënten een beproefd middel om misselijkheid tegen te gaan en voor het verkrijgen van een zogeheten vreetkick. In Amerika is een aidspatiënt onlangs in hoger beroep gegaan tegen een veroordeling wegens bezit van softdrugs, omdat hij vindt dat hij deze drugs als medicijn gebruikt.

De misselijkheid die Wolf (41) jarenlang kende, is over sinds hij vegetarisch is gaan eten. Hij is al tien jaar seropositief en slikt geen medicijnen, want hij is 'anti-medicijn'. Maar misselijk werd-ie evengoed. Zo erg dat hij geen maaltijd meer binnenhield. Behalve die keer dat hij bij een vegetarische vriendin had gegeten. Nadien maakt hij alleen nog maar maaltijden zonder vlees en heeft daar ook plezier in. “Ik wist niet dat vegetarische maaltijden zo kleurrijk konden zijn”, vertelt hij. “Ook de geur van het eten is veel aangenamer.” Wolfs favoriete gerecht is bonensoep volgens een eigen verzonnen recept. Hij pureert driekwart van de inhoud van een pot bruine bonen, fruit uien, groenten en tomatenpuree in een pan en voegt daarbij wat kruidenbouillon, de bonenpuree en het restje losse bonen.

Deze - inmiddels onder vrienden beroemde - bonensoep maakte hij ook altijd in de tijd dat hij als buddy aidspatiënten verzorgde. “Ik kan me herinneren dat ik een keer geroepen werd bij een jongen die echt niks meer at. Ik nam natuurlijk mijn bonensoep mee en waarachtig, hij at 't. En flink hoor. Een paar weken later was-ie dood, daar niet van, maar ik had toch voldoening van het feit dat die jongen nog een keertje lekker had gegeten. Eten en tv-kijken, dat is vaak het enige dat in zo'n laatste stadium nog een beetje plezier kan geven. Bezoek is vaak al te veel.”

SMAAK VERANDERT

Hoewel er allerlei verschillen zijn in het ziektebeeld en ziekteverloop van kankerpatiënten en dat van aidspatiënten, vertoont de laatste fase voornamelijk overeenkomsten. De eetlust neemt steeds verder af en het eten zelf gaat moeizaam of is zelfs pijnlijk. Daarnaast kan iemands smaak zo zeer veranderen, dat het favoriete gebakken visje ineens niet meer lekker wordt gevonden. Of het borreltje waar iemand de ene dag nog naar uitkeek, wordt plotseling ervaren als een bijzonder vies goedje. “Het smaakgeheugen komt dan niet meer overeen met de smaakwaarneming”, leggen diëtisten dit verschijnsel uit, waarbij iemand ineens kan zeggen: “Zeg die nasi, wat heb je ermee gedaan? Je maakt 'm anders altijd zo lekker.”

In dit laatste stadium willen patiënten vaak alleen nog maar drinken en heeft het geen zin op voedsel aan te dringen of iemand nog proberen te verleiden.

In de fase daarvoor echter kan een met zorg klaargemaakt hapje de kwaliteit van het laatste staartje leven wel degelijk verhogen.

“Kleur in voedsel is belangrijk”, vindt Jaap Jan. “Dan kun je namelijk met je eten spélen. Eerst een hapje wit met groen. Dan weer wit met oranje... kijken wat lekkerder is. Ik kan zo genieten van móói eten. Bij Albert Heijn verkopen ze bijvoorbeeld een potje honing met een stukje van de raat er nog in. Prachtig. Daar maak ik elfenboterhammetjes van: wit brood met dik roomboter en daaroverheen die doorzichtige honing....”

KLEINE PORTIES

In de Voedingsgids voor mensen met kanker, waarin de honderdzestig meest gestelde vragen over voeding worden beantwoord, is de 147ste vraag: Wat heeft voeding voor zin als er geen behandeling meer mogelijk is? Het antwoord luidt: 'Het blijft belangrijk om de voeding zó te kiezen, dat het aangenaam is om iets te eten of te drinken'.

Hoe je dat als verzorger voor elkaar krijgt weet Jolanda Aarts, zij coördineert als wijkverpleegkundige de thuishulp voor kankerpatiënten in de regio Eindhoven. Ze geeft vaak dezelfde wenken: “Geef altijd kleine porties, en doe er es een klein frommeltje op zodat het er net even wat vrolijker uitziet.” Dat zoiets zin heeft, maakt ze dagelijks mee. “Ik ken verpleegtehuizen waar ze uit gemakzucht of personeelstekort al het eten door elkaar stampen en prakken. Daar zou je als gezond mens al van gaan kokhalzen. Ik geloof zeker dat er manieren zijn om het plezier in eten te verhogen, ook al heeft iemand niet direct trek. Je moet als verzorgende partner alleen af van bijna alles waar je aan gewend was. Een bord vòl is bijvoorbeeld ontmoedigend. Ook die vaste tijden van lunch om halfeen, en avondeten om zes uur zijn vaak niet meer wenselijk. Geef de zieke iets zodra hij of zij zin heeft en laat hem niet wachten tot het 'etenstijd' is. Probeer ook kookgeuren uit de ziekenkamer te houden. Ik kom zo vaak ergens 's ochtends vroeg en dan ruikt het hele huis al naar bloemkool. Dat is niet echt eetlustopwekkend.”

Aan de andere kant heeft de wijkverpleegkundige gemerkt dat voedsel door de verzorgers vaak buitengewoon belangrijk wordt gevonden, terwijl het voor de patiënt meestal op de tiende plaats komt: “Dat komt simpelweg doordat het zo'n voldoening geeft als je degene voor wie je zorgt iets te eten kunt geven. Het gevoel dat je iets kunt dóén.”

Als een patiënt thuis wordt verzorgd, is er meestal alle aandacht voor wensen en behoeften. In een groot ziekenhuis is dat moeiljker, maar toch wordt ook daar zoveel mogelijk geprobeerd om het mensen die niet meer beter worden in alle opzichten naar de zin te maken. In het Amsterdams Medisch Centrum bijvoorbeeld, heeft deze groep patiënten het voorrecht om ook buiten het dagelijkse keuzemenu om te bestellen. Als op een dag - pakweg - 'knakworst' niet op het menu staat, en dat is nu net waar de patiënt zin in heeft, dan wordt deze buitenissige keuze toch aan de keuken doorgespeeld.

PERZIKENCUSTARD

Volgens Niki Doornink, diëtist bij het AMC en co-auteur van de Voedingsgids voor mensen met kanker is er in Nederland eigenlijk maar één kookboekje gericht op mensen die een patiënt thuis verzorgen. Het is afkomstig van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis en heet Lekker eten, beter voelen. Hierin staan makkelijke recepten voor gerechten die er bovendien aantrekkelijk uitzien. Hierin staan ook koude hoofdgerechten die een warme maaltijd kunnen vervangen, omdat juist wárm eten een ziek mens vaak tegenstaat. Een kookboek als dat van de Amerikaan James Haller lijkt haar bruikbaar, mits er niet te veel nadruk in wordt gelegd op vitamines en andere gezonde bestanddelen van eten. “Dat wekt alleen maar verwachtingen”, vindt ze. “In de laatste fase van je leven moet je eten wat je lèkker vindt en als dat toevallig is: drie gebakken eieren met spek... Nou en?”

James Haller, de schrijver van het Amerikaanse kookboekje, werkte een tijdlang als vrijwilliger in een tehuis voor terminale patiënten en ontdekte dat mensen begonnen uit te zien naar de momenten dat hij met zijn verse perzikencustard 'topped with a meringue rosette' binnenkwam. Voor een vrouw met leukemie werd Hallers wekelijkse ijs-traktatie een belangrijk ritueel. Vlak voordat ze uiteindelijk stierf, vroeg ze Haller nog om één ding: 'nog zo'n abrikozenijsje'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden