Review

Als China had doorgezet

De profeet Jeremia heeft het resultaat van alle imperialisme en veroveringsdrift even bondig als treffend weergegeven in zijn afsluitend commentaar op Babels ondergang: ,,zo vermoeien volkeren zich voor niets en matten natiën zich af voor het vuur.'

A.Th. van Deursen

De geschiedenis heeft dat telkens opnieuw bevestigd, als machtige imperia vergingen tot stof en as. De fascinatie met het onderwerp is er niet minder om. In korte tijd zijn achter elkaar drie boeken verschenen die elk op hun manier dit soort vergankelijke glorie tot onderwerp gekozen hebben: van Anthony Pagden, van Henry Kamen, en van Gavin Menzies. Wat heeft hen tot juist dit thema gebracht?

De uitgevers van Pagdens boek hebben geen moeite met die vraag. ,,Ontdekkingsreizen en veroveringen', zeggen zij in de omslagtekst, 'vormen het hart van de Europese geschiedenis.' Die schrale opvatting doet het ergste vrezen, maar Pagden zelf ziet gelukkig heel wat meer dan veldslagen en belegeringen. Hij heeft een zeer erudiet en gedurfd boek geschreven, dat de geschiedenis van alle wereldrijken sinds Alexander de Grote in tweehonderd bladzijden doorloopt om aldus greep te krijgen op het verschijnsel imperium als zodanig: wat bezielt veroveraars, wat bereiken ze en wat laten ze na?

De opgave is onuitvoerbaar als ze uitputtend moet zijn. De auteur heeft dan ook niet naar volledigheid gestreefd. Zijn boek heeft vooral het karakter van een verzameling lichtvoetige essays, die interessante vragen opwerpen en tot nadenken stimuleren.

Pagden is van huis uit ideeënhistoricus, en die herkomst verloochent zich niet. Bij Alexander de Grote, die bij uitstek zijn model is, gaat het niet om de militaire prestaties, maar om de wijze waarop de Macedonische vorst voortleefde in de publieke verbeelding. Alexander werd geïdealiseerd als de man die orde en vrede bracht, en niet slechts uitblonk als krijgsheer, maar zich misschien nog meer onderscheidde door onlesbare dorst naar kennis en wetenschap. De werkelijkheid was anders, maar iets van dit ideaal bleef bestaan in de wens naar één stabiele wereldorde, waarin alle mensen met elkaar zouden samenleven in religieuze en culturele harmonie.

Het is nog nooit iemand gelukt zo'n wereldrijk tot stand te brengen. Integendeel, imperiumbouwers hebben zelden een goede naam nagelaten. Onder de Europese kolonisatoren heeft Spanje waarschijnlijk wel de slechtste reputatie. Al in de zestiende eeuw werd aan het Spaanse optreden in Amerika de naam 'zwarte legende' verbonden. De Britse historicus Henry Kamen probeert in 'Spain's Road to Empire' de Spaanse eer te herstellen op een eigenaardige manier.

Zijn these komt hierop neer, dat het wereldrijk van Karel V en Filips II helemaal niet Spaans was. Ten eerste is het niet waar, dat Spanje een imperium heeft geschapen. Het was juist andersom: het imperium schiep Spanje. Columbus was in 1492 uitgevaren om een nieuwe weg naar Indië te vinden, in opdracht van de koningin van Castilië. De ontdekking van Amerika kwam echter niet alleen de Castilianen ten goede. Ze gaf de volken van het Iberisch schiereiland een gemeenschappelijk doel. Aragonezen, Catalanen, Basken en Portugezen werkten allen mee aan de opbouw van het imperium.

Ten tweede waren het niet alleen Spanjaarden die bij de onderneming betrokken werden: ook Napolitanen en Vlamingen die wél, Genuezen en Duitsers die níet met Spanje door een personele unie verbonden waren. Uit die wijde kring kwamen de soldaten voort, de matrozen, de bankiers, de leveranciers van wapens en levensmiddelen.

Kamen gaat zelfs nog verder. Bij de verovering van Mexico en Peru nam slechts een handvol Spanjaarden deel aan de strijd. De werkelijke veroveraars waren Spanje's Indiaanse gealliëerden, de inheemse volken die in traditionele vijandschap leefden met de heersende rijken van Zuid- en Midden-Amerika. Zo raakten ze van de regen in de drop. Toen Spanje het militair vermogen van deze bondgenoten niet meer nodig had, werden de Indianen gedwongen tot andere vormen van dienstverlening. Eigenlijk was het hun arbeid, die het de Europeanen mogelijk maakte hun verblijf in Amerika vol te houden.

Kamen zegt dat zonder enig cynisme, een duidelijk bewijs dat hij zichzelf volkomen ernstig neemt. Wie wat meer reserves koestert, zal Kamens betoog interessant vinden, maar niet overtuigend. Geldt niet voor alle wereldrijken, dat ze aangewenzen waren op externe helpers? De eigenlijke imperialisten zijn niet zij die het werk doen, maar zij die de orders geven.

Wie daarentegen nalaat de nodige bevelen te verstrekken zal nooit een imperium stichten. Dat is de moraal van Gavin Menzies' boek over het jaar 1421, toen de keizer van China enkele grote vloten uitzond om de hele wereld in kaart te brengen. De Chinese admiraals hebben de opdracht perfect uitgevoerd. In maandenlange reizen verkenden ze de kusten van Azië, Afrika, Australië en Amerika. Deels was dat al bekend - ofschoon Menzies daar niet de nadruk op legt - deels zijn door de auteur nieuwe bewijzen of althans aanwijzingen verzameld die ons meer inzicht geven in de routes, door de verschillende admiraals gekozen.

Menzies' boek bevestigt wat de Nederlandse historicus Sneller zo terecht gezegd heeft: we mogen niet met lege handen tot de geschiedenis komen. Daarmee bedoelde hij dat je van te voren iets moet weten over de speciale materie die je wilt bestuderen, en aan die voorwaarde voldoet Menzies als geen ander. Als duikbootkapitein heeft hij alle wereldzeeën doorkruist, en zo praktische kennis opgedaan van winden en stromingen, van varen op de sterren en van kaartlezen niet als geleerde in de studeerkamer, maar als gebruiker aan boord.

Met zijn ervaring en expertise slaagt Menzies er in zijn lezers te overtuigen, al is het niet op alle punten. Het blijft voor mij onaannemelijk, dat admiraal Zhou Wen met een vloot van zeer grote schepen van IJsland naar Japan gevaren is om de noord, langs de kusten van Siberië. En ik vind het onbegrijpelijk, dat de Chinezen alle continenten hebben verkend, maar de Europese kusten zorgvuldig hebben vermeden. Over het eerste punt is Menzies merkwaardig kort, en de tweede vraag werpt hij zelfs niet op, laat staan dat hij haar beantwoordt. Wel legt hij uit hoe het komt dat China met al de verzamelde kennis niets heeft gedaan. In 1424 besloot de keizer een einde te maken aan alle scheepstochten naar verre werelddelen. Zelfs de documenten die bewezen dat ze ooit hadden plaats gevonden werden vernietigd. China trok zich terug in zijn isolement, en deed geen pogingen een Chinees wereldrijk te stichten.

Hadden de Chinezen bijna zeshonderd jaar geleden doorgezet, dan had de wereldgeschiedenis een ander verloop genomen. Wel zou intussen ook hun imperium in stof en as zijn verkeerd. Zo hebben we dus drie boeken over verslagen illusies, waarvan sommigen slechts kort en anderen eeuwen lang het leven van vele mensen hebben beïnvloed. Wat vooral Pagdens boek doet blijken is dat ze met al hun gebreken kennelijk in een menselijke behoefte voorzien. Wie beter hebben gehandeld, de Chinezen of de Spanjaarden, blijft dan een kwestie van smaak.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden