Boekrecensie

'Als Adolf Hitler al een vriend heeft gehad, ben ik het geweest'

Beeld RV

Albert Speer, architect van het Derde Rijk, hield in de cel twintig jaar dagboeken bij - op toiletpapier. 

Albert Speer
Speer in Spandau. De gevangenisdagboeken van een nazikopstuk
Vert. J. en A. Wilten
Meulenhoff; 480 blz.
€ 34,99

Tijdens het proces tegen nazi-kopstukken in 1945 en 1946 in Neurenberg ontkende Albert Speer, vertrouweling van Adolf Hitler, dat hij op de hoogte was van de vernietigingskampen en de gaskamers. Net als de overige beklaagden bagatelliseerde hij zijn rol in de oorlog, al was hij wel de enige die zich verantwoordelijk zei te voelen voor de nazimisdaden. Speer was slechts uitvoerder geweest, vond hij zelf: als architect (op last van Hitler had hij Berlijn moeten ombouwen tot wereldhoofdstad Germania), en als minister van bewapening, vanaf 1942. Hij was een techneut, geen politicus.

Naar eigen zeggen had Speer juist erger weten te voorkomen. Hitler had hem in de laatste weken van de oorlog, in april 1945 toen overduidelijk was dat de zaak voor Duitsland totaal verloren was, opdracht gegeven de tactiek van de verschroeide aarde toe te passen; van het land mocht niets meer overblijven. Maar de minister legde dat bevel naast zich neer.

Speer ontliep al met al de galg. De rechters in Neurenberg veroordeelden hem tot twintig jaar cel. Hij zat die straf uit in de Spandau-gevangenis in het westen van Berlijn, met zes andere topnazi's, onder wie Rudolf Hess, de plaatsvervanger van Hitler, en Karl Dönitz, voor enkele dagen de opvolger van de nazileider nadat deze op 30 april 1945 met zijn kersverse echtgenote Eva Braun zelfmoord had gepleegd.

Illegaal

Tijdens zijn gevangenschap hield Speer een dagboek bij. Illegaal, want gedetineerden mochten geen aantekeningen maken. Speer gebruikte toiletpapier en sigarettenvloeitjes om zijn gedachten vast te leggen en verstopte die in zijn onderbroek en schoenen. Goedgezinde bewaarders smokkelden de schrijfsels naar buiten, zijn boezemvriend en collega-architect Rudolf Wolters borg ze op.

Enkele jaren nadat Speer was vrijgelaten, werden de dagboeken uit Spandau gepubliceerd. Hij had ook al zijn 'Erinnerungen' het licht laten zien waarin hij op zijn leven tot zijn gevangenneming terugkeek. Beide boeken haalden grote oplages, de auteur werd een vermogend man. In 1976 verschenen de Spandauer dagboeken voor het eerst in Nederlandse vertaling. Nu heeft uitgeverij Meulenhoff een nieuwe uitgave verzorgd, met een inleiding van de journalist Gerard Mulder. (In 2015 kwamen de 'Erinnerungen' al in een Nederlandse vertaling uit onder de titel 'De Derde Rijk-dagboeken'.)

Waakzaamheid

Waakzaamheid is geboden bij het lezen van deze bijzondere lectuur. Want we weten inmiddels dat Speer regelmatig een loopje met de waarheid nam. Hij zag zichzelf graag als 'de goede nazi', hij was de intellectueel die door zijn beschaafdheid opviel te midden van al die barbaren van het nazibewind. Maar hij heeft zich tijdens het proces, in zijn geschriften en in alle interviews die hij na zijn vrijlating heeft gegeven veel beter voorgedaan dan hij in werkelijkheid was geweest. Om het eenvoudiger te zeggen: hij heeft gelogen dat-ie barstte.

Ook in de Spandauer dagboeken ontkende Speer dat hij op de hoogte was geweest van de vernietigingskampen en de gaskamers, al ging hij wel wat verder dan hij in het verdachtenbankje in Neurenberg had gedaan. Hij had het móeten weten, gaf hij nu toe. Want Hitler had zich niet voor niets altijd zeer negatief uitgelaten over Joden en voortdurend het woord 'uitroeiing' in de mond genomen. Maar Speer was te naïef geweest om te beseffen wat de leider van nazi-Duitsland daarmee had bedoeld.

Cruciaal

Inmiddels weten we wel beter. Albert Speer wist tijdens de oorlog wel degelijk wat er met de Joden gebeurde. Cruciaal zijn twee destijds geheime toespraken van SS-chef Himmler op een conferentie in Posen, in het bezette Polen, in oktober 1943. Daarin sprak hij ten overstaan van het SS-kader en nazi-Gauleiter over het ausrotten van de Joden. Vooral de tweede toespraak, op 6 oktober, was overduidelijk: niet alleen mannen moesten gedood worden, maar helaas ook vrouwen en kinderen want als we dat niet doen gaan ze later wraak nemen, en dat moeten we natuurlijk niet hebben. "We hebben het moeilijke besluit moeten nemen om dit volk van de aardbodem te laten verdwijnen."

Speer gaf toe dat hij bij die conferentie aanwezig was, maar zou vlak vóór die cruciale rede zijn vertrokken. Volgens zijn biografen Joachim Fest en Gitta Sereny, die hem na zijn vrijlating onafhankelijk van elkaar langdurig hebben geïnterviewd, is dat buitengewoon onwaarschijnlijk. Zij wijzen erop dat Himmler tijdens zijn rede Speer zelfs toesprak, hij zat dus in de zaal. Er zijn nog veel meer aanwijzingen dat de man exact wist wat de Endlösung inhield. Uiteindelijk heeft Speer in een brief aan de weduwe van een Belgische verzetsstrijder toegegeven dat hij inderdaad aanwezig was geweest. Zonder dat zou hij ook wel zijn ontmaskerd, het net werd steeds strakker om hem heen getrokken. Onder uitbreidingsplannen van Auschwitz, inclusief meer ovens, bleek Speers handtekening te staan. En het werd duidelijk dat hij medeverantwoordelijk was voor de verdrijving van duizenden Joden uit hun Berlijnse woningen en voor de bouw van het mensonterende arbeidskamp Dora waar de V2-raketten werden gebouwd. Zijn beste vriend Rudolf Wolters keerde zich af van de man die als efficiënte minister van bewapening (want dat was hij) de oorlog met zeker een jaar had verlengd.

Algehele deconfiture

De algehele deconfiture heeft hij net niet mee hoeven maken: Speer stierf onverwacht in september 1981 in Londen op 76-jarige leeftijd.

Ondanks alle leugens en mooipraterij blijven de dagboeken fascinerende lectuur. Speer had een uitstekende pen, gaf een ontluisterend beeld van de nazitop gedurende de oorlog die door en door corrupt was, sprak zich minachtend uit over de andere kopstukken ('verkwister Göring en hoerenloper Goebbel'), en oefende zware kritiek uit op Hitler voor wie hij ook wel affiniteit en bewondering had gehad, zo gaf hij toe. "Als Hitler een vriend heeft gehad, dan ben ik het geweest."

Dichter bij

Veel dichter bij Hitler en zijn entourage kun je als lezer niet komen, dat maakt deze dagboeken zo interessant. En ze geven een indringend beeld hoe mannen die tijdens de Tweede Wereldoorlog machtig waren en in hoog aanzien stonden na 1945 hun dagen hebben moeten slijten in een karige cel. Ze konden in de moestuin van de gevangenis werken, daar en in zijn cel telde Speer zijn stappen, berekende de lengte daarvan, en bekeek ’s avonds in atlassen uit de gevangenisbibliotheek hoe ver hij die dag virtueel met zijn wandeling was gekomen. Hij begon met de route Berlijn-Heidelberg, ruim zeshonderd kilometer, maar liep vervolgens in gedachten heel Europa en Azië door. Per saldo wandelde hij tijdens zijn gevangenschap ruim dertigduizend kilometer.

Toch komt af en toe de gedachte op dat je iets zit te lezen dat er eigenlijk niet had mogen zijn. Als Speer al in Neurenberg had toegegeven dat hij van alles op de hoogte was, was hij net als tien medebeklaagden in de nacht van 15 op 16 oktober 1946 opgehangen, zo besefte hijzelf maar al te goed. En dan waren deze dagboeken uit Spandau nooit geschreven.

Lees hier mee boekrecensies van Trouw. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden