De duivel (Arnout Lems, links), Senta (Elisabeth Hetherington), de Hollander (Martijn Cornet, bij de piano), en een door God gestuurde aartsengel (hoboïste Inge Ariesen).

ReportageOpera

Aloude sage ‘De Vliegende Hollander’ zegt wat over onze vele vlieguren

De duivel (Arnout Lems, links), Senta (Elisabeth Hetherington), de Hollander (Martijn Cornet, bij de piano), en een door God gestuurde aartsengel (hoboïste Inge Ariesen).Beeld Ben van Duin

Met Wagner heeft ‘Vliegende Hollander’ van Holland Opera weinig te maken. De mythe over de niets ontziende, zichzelf verrijkende en vervloekte Hollander staat voor de huidige tijd, overvol vlieguren en verregaande globalisering. God – in deze vertelling een vrouw – wedt met de duivel dat de mens die zij geschapen heeft niet ‘slecht’ kan zijn.

“Ik heb het net ook tegen God gezegd”, klinkt het door de ruimte van de Veerensmederij in Amersfoort. In de oude ­werkplaats van de ­Hollandse IJzeren Spoorwegmaatschappij, waar vroeger de ­veren voor de onderstellen van treinen werden gesmeed, zijn de repetities aan de gang voor ‘Vliegende ­Hollander’. Het nieuwe project van Holland Opera is in sneltreinvaart ontwikkeld toen het virus alle andere plannen en voorstellingen liet stranden.

Die God, waarover regisseur Joke Hoolboom het in haar regieaanwijzing heeft, is een personage in de opera waarvoor zij het libretto schreef. Net als de duivel trouwens. In hun beider kostuum is de kleur rood verwerkt, als een soort verborgen verwantschap. “Ik geloof niet zo in hét kwaad, of hét goede”, zegt Hoolboom. Bij haar is God overigens een vrouw.

Niek Idelenburg, die al een kwart eeuw met Hoolboom samenwerkt, schreef de muziek voor Vliegende Hollander. Het is de eerste opera van de dirigent, zanger, pianist en componist. Zeventig minuten muziek in amper twee maanden gecomponeerd. “Wagner componeerde zijn ‘Der fliegende Holländer’ ook in twee maanden, wist je dat?”, vraagt Idelenburg.

In de mooie industriële ruimte staan twee enorme ventilatoren te draaien. Verkoeling tijdens een korte pauze. Het is een van de laatste zinderende dagen van de hittegolf in augustus.

Op de grond voor die windmachines ligt slagwerker Christiaan Saris languit op zijn rug. Blote voeten, korte broek, het hemd vrolijk opbollend in de wind. Om hem heen rustige bedrijvigheid, geen stress. Als de ventilatoren zwijgen, gaat Saris naar zijn slagwerkhoek links op het toneel. Helemaal rechts op een verhoging zit het instrumentaal ensemble: althobo, fagot, cello, contrabas, elektrische gitaar. De zes zangers zoeken hun plek op, en de repetitie gaat soepeltjes verder.

Leitmotiv

In de ouverture citeert Idelenburg heel even wat muzikale motieven uit Wagners opera, maar daarmee houdt elke vergelijking op. Wagner zat hem verder niet in de weg, al heeft wel elk personage zijn eigen Leitmotiv, net als bij de Duitse operavernieuwer. Bij Idelenburg klinkt rock naast barok, basso continuo naast jazz. “Mijn eigen achtergrond is best divers, en dat hoor je terug.

Ik hou van afwisseling. Mensen vroegen mij tijdens mijn studie al wanneer ik nou eens zou gaan kiezen – voor het een of het ander. Maar dat kon ik niet, ik wilde alles tegelijk doen, vond alles leuk. De uitgangspunten voor deze opera waren God en de duivel, dat was het startpunt van waaruit ik ging componeren. En omdat Bach in de klassieke muziek haast gelijkstaat aan God, moest zijn muziek hier aanwezig zijn. Bach fungeert als verzoener tussen de verschillende karakters.”

Uitgangspunt voor het libretto was niet zozeer het verhaal zoals dat in Wagners opera verteld wordt, maar het oorspronkelijke verhaal van Sir Walter Scott uit 1812. Daarin gaat het over de angst voor de niets ontziende koopmansgeest van de Hollander, die handel dreef om zichzelf te verrijken ten koste van anderen.

Weddenschap

God gaat een weddenschap aan met de duivel. In haar ogen kan de mens die zij geschapen heeft niet zó slecht zijn. De duivel daagt God uit om de Hollander te testen. Die lastert God omdat hij de Kaap wil ronden, voor gunstige wind kiest, en uitvaart ­terwijl op Pasen de kerkklokken luiden. Hoogmoed die voor de val komt dus.

“We hadden het al vaker over Wagner gehad met elkaar”, zegt Hoolboom. “Niek was aan het begin van de coronatijd best wel depri, omdat alles wegviel. Ik heb vrijwel meteen de knop omgezet. We moesten iets anders gaan maken, onze verantwoordelijkheid nemen voor onze mensen, ons gezelschap. Ik heb veel gewandeld, en wandelen werkt echt goed. Tijdens het wandelen ontstond het idee voor dit project. We dachten meteen aan iets kleins, omdat zingen in eerste instantie ook niet meer mocht. Niek begon met de ouverture, ik met het libretto. Zodoende konden we goed op elkaar reageren. Ik ben schetsen gaan maken in verschillende scènes. Hier een aria, daar een duet. Je hebt in eerste instantie veel te veel tekst, dus ik heb behoorlijk wat mooie regels weg moeten gooien.”

Vliegtuigstrepen

“Het thema van deze opera heeft met de wereld van nu te maken, met de hoogmoed van de mensheid. Tijdens die wandelingen zag ik intens blauwe luchten, zonder strepen. Er heerste stilte. Zo bijzonder. Alsof je terug in de tijd ging. Ons verhaal bestrijkt 140 jaar, vanaf het ontstaan van de film, de hele industriële revolutie, de versnelling die het vliegtuig bracht, tot aan de globalisering van nu.

In 2013 ontmoet de Hollander een jonge vrouw, Senta. Hij vertrekt weer voor hij zich aan haar bekendmaakt. In de zeven jaar daarna – de periode die de Hollander voor zijn godslastering op zee moet doorbrengen voordat hij weer aan land mag om een trouwe vrouw te vinden – kan enorm veel gebeuren. We laten beelden van die jaren langs flitsen – Obama, Poetin, knielende zwarte footballspelers, EU-leiders met mondkapjes, Greta Thunberg.”

Senta (Elisabeth Hetherington) deinst terug voor de Hollander (Martijn Cornet). De duivel (Arnout Lems) kijkt van boven toe.  Beeld Ben van Duin
Senta (Elisabeth Hetherington) deinst terug voor de Hollander (Martijn Cornet). De duivel (Arnout Lems) kijkt van boven toe.Beeld Ben van Duin

Spookpiano

In de voorstelling wordt een belangrijke plek opgeëist door een vreemde piano. Die doet hier dienst als het spookschip van de Hollander. “Die piano is als het roer van de verdoemde schipper”, legt Idelenburg uit. “In het begin bespeelt Martijn Cornet, die de rol van de Hollander zingt, die piano nog zelf. Maar al gauw wordt die piano overgenomen door de duivel. Die neemt bezit van de piano, die dan uit zichzelf gaat spelen. Een spookpiano, een dolende ziel. De Hollander moet zijn roer uit handen geven. In de piano is een computer ingebouwd en we kunnen daarmee elke toets apart afstemmen. Er is een clicktrack aan gekoppeld zodat iedereen in de maat met de piano blijft.”

In de muziek voor de duivel gebruikte Idelenburg vooral het interval van de tritonus, een verminderde kwint. Die werd vroeger vaak diabola in musica genoemd – de duivel in de muziek. Tijdens de repetitie zingt de duivel (bariton Arnout Lems) hoog boven een virtuele muur van vuur ‘Geen vrouw kent trouw’. Zijn ‘aria’ is gezet op een soort koraalmelodie die van Bach zou kunnen zijn. Voor Wagner was die opofferingsgezindheid van de vrouw, Senta in dit geval, allesbepalend. Hoe actueel is dat eigenlijk nog?

“Die opoffering is een toevoeging aan de mythe van Heinrich Heine”, legt Hoolboom uit. “In de oorspronkelijke sage is de Hollander niet te redden. Compleet vervloekt en reddeloos verloren. Maar in onze productie gaat het niet om die opoffering alleen. Senta maakt een hele ontwikkeling door. In het begin is het een meisje van nu, die helemaal opgaat in haar telefoon en de influencers die daar op te zien zijn. Ze maakt selfies, creëert een beeld van zichzelf dat niet per se klopt met de werkelijkheid. Ze raakt vervolgens gefascineerd door een foto van de Hollander, en uiteindelijk voor de echte mens op dat plaatje. Ze kiest aan het einde voor zichzelf én voor hem. Beter één dag goed en volledig geleefd.”

De repetitie loopt op zijn eind. De zangers trekken zich terug tussen de led-zuilen waarop daarnet nog de golvende zee geprojecteerd werd. In de muziek klinkt in het slotakkoord die overbekende voorhouding waarmee Bach zijn ‘Matthäus-Passion’ afsluit. Er is hoop.

‘Vliegende Hollander’ van Holland Opera gaat vrijdagavond in première in de Veerensmederij in Amersfoort, pal achter het Centraal Station. Er zijn 23 voorstellingen t/m 13 september, van donderdag t/m zondag. Op zaterdag en zondag zijn er twee voorstellingen per dag (16.00 en 20.00 uur). Alle info op: hollandopera.nl

Lees ook:

Erfenis speelt de hoofdrol in de tragische opera op Fort Rijnauwen

Ronkende motorgeluiden mengen zich in ‘King Lear’ met gefluit van een klarinet en gedreun van een trompet. Holland Opera brengt de strijd om de koninklijke erfenis naar het Utrechtse Fort Rijnauwen.

Herkenbare Blauwbaard eindigt met kippenvel

Holland Opera heeft een nieuw onderkomen, de voormalige Veerensmederij achter het treinstation in Amersfoort. Het imposante gebouw is net een burcht en vormt de perfecte locatie voor de thriller-opera ’Blauwbaard’, die op het terrein in de open lucht speelt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden