Klassiek & zoPeter van der Lint

Aloude mythes als levensaders

Mythes meanderen door onze geschiedenis als eeuwenoude, machtige rivieren. Ze passen zich aan aan een andere bedding of stroming, zetten her en der slib af, en geven leven aan steeds weer nieuwe kunstvormen. Levensaders die steeds opnieuw bloedtransfusies krijgen en die ons iets vertellen over onszelf en onze naasten.

Zo begon het Koninklijk Concertgebouworkest donderdag aan de serie ‘Mens en mythe’, waarin achtereenvolgens de verhalen herverteld worden van en over Prometheus, Alceste en Oedipus. Het orkest doet dat middels muziek van zulke diverse grootheden als Beethoven, Skrjabin, Lully, Händel, Gluck en Stravinsky. Drie fraai samengestelde en intrigerende concertprogramma’s verspreid over twee weken, met goede solisten en nieuwsgierig makende dirigenten.

Eeuwenoude kleitabletten

En alsof het in de lucht hangt, houden het Brabant Koor en de Philharmonie Zuidnederland zich volgende week bezig met een mythe die uit hele andere contreien stamt dan die van Prometheus, Alceste en Oedipus. Zij buigen zich over het epos van Gilgamesj, de meedogenloze koning van Mesopotamië. Ze doen dat met twee uitvoeringen van het tamelijk onbekende oratorium ‘Epos o Gilgamešovi’ (Het Epos van Gilgamesj) van de Tsjechische componist Bohuslav Martinu. En net als bij de serie van het Concertgebouworkest hangt er aan de twee uitvoeringen van het concertprogramma ‘Reflections on Gilgamesh’, komende donderdag (Tilburg) en vrijdag (Eindhoven), van alles aan vast.

Het epos van Gilgamesj kwam tot ons via eeuwenoude kleitabletten waarop de verhalen in spijkerschrift geschreven zijn. Martinu, eerst gevlucht voor het nazisme en later voor het communisme, kreeg de verhalen onder ogen via een Engelse vertaling van de Britse archeoloog Reginald Campbell. Hij logeerde destijds in Bazel bij de Zwitserse dirigent Paul Sacher en zijn vrouw. De puissant rijke Sacher was de opdrachtgever van veel composities uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Zo gaf hij Martinu opdracht tot het schrijven van zijn Gilgamesj-epos. Met het door hem opgerichte Basler Kammerorchester dirigeerde Sacher in 1958 de succesvolle première van Martinu’s oratorium.

Krachtige kooruitbarstingen

In Nederland werd het werk een jaar later ten doop gehouden door het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor onder leiding van Bernard Haitink. Een half jaar daarna stierf Martinu. Wie weet kreeg hij toen antwoord op de angstige vragen van Gilgamesj aan zijn overleden vriend Enkidu, die terugkwam uit de onderwereld. Wat had hij daar gezien? ‘Ik zag.... ik zag...’ is het enige dat Enkidu over zijn lippen krijgt.

En zo zien we dat het epos van Gilgamesj dezelfde vragen stelt over leven, sterven, liefde, verdriet en rouw als de mythische verhalen van Alceste, Orpheus en al die anderen. Martinu verklankt dat heel expressief met fanfares, zoemende stiltes en krachtige kooruitbarstingen. Er is ook een partij voor een verteller en daardoor lijkt het stuk wel wat op Stravinsky’s ‘Oedipus Rex’, dat het Concertgebouworkest over twee weken uitvoert. Het Brabant Koor gaf voor dit concert drie jonge componisten van de Fontys Academie een opdracht om te reflecteren op Martinu. Hun stukken klinken komende week voorafgaand aan Gilgamesj. Inventief programmeren met behulp van aloude mythes. Levensaders.

Peter van der Lint schrijft iedere week met aanstekelijk enthousiasme over de wereld van de klassieke muziek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden