Review

Allochtoon met de allochtonen

'De ondraaglijke eenzijdigheid van de westerse cultuur' luidt, met een knipoog naar Milan Kundera, de ondertitel van Ivan Wolffers essaybundel 'Gekleurd Nederland'. Dat klinkt hevig en boos, alsof Nederland een van de ongekleurdste culturen op aarde bezit.

ROB SCHOUTEN

Dat is natuurlijk niet waar; vergeleken met heel wat andere landen vallen de scherpe kantjes van het vreemdelingenbeleid, de integratie van allochtonen en problemen met racisme nogal mee. Weliswaar is Nederland in dat opzicht niet helemaal 'af', maar een 'ondraaglijke' eenzijdigheid lijkt wel een erg zwaar verwijt.

Toch meent Wolffers het en niet zonder argumenten. In zijn ogen drukt de blanke meerderheid in dit land nog steeds op een of andere manier haar suprematie in de cultuur uit. Zo zijn er bijvoorbeeld wel allochtone schrijvers, maar nauwelijks allochtone uitgevers en boekmanagers. Maar ook anderszins drukt het westerse blanke stempel zwaar op onze wereld, als je denkt aan verschijnselen als 'allochtonenkunst' of 'minderhedenpotje', termen waarin je met een beetje kwade wil ook wel iets discriminerends kunt aantreffen.

'Gekleurd Nederland' is een verslag van de allergie van Ivan Wolffers voor die vaak onbewuste sporen van onze hooghartige of patroniserende houding jegens andere culturen, die zich met de onze zijn komen mengen.

Wolffers is daarbij overigens bepaald geen onbevangen observator; als schrijver van fictioneel proza hamert hij voortdurend op het thema rassendiscriminatie, als arts en hoogleraar gezondheidszorg in ontwikkelingslanden aan de Vrije Universiteit is hij er direct en praktisch bij betrokken, en ook als echtgenoot van Marjon Bloem, een van de bekendste schrijfsters van Indisch-Nederlandse literatuur, weet hij zich geëngageerd.

Wolffers merkt zelf op dat nogal wat critici vinden dat hij in zijn essays over de relatie tussen cultuur, koloniale tijd en literatuur, zijn vrouw niet zoveel zou moeten noemen. Hij zou daardoor lijden aan vooringenomenheid.

Wolffers antwoordt dat hij het niet kan laten: ,,Als ik schrijf over wat ik over de schouder van mijn vrouw heb mogen zien, dan moet u dat als een casestudy beschouwen. In de wetenschap presenteer je die wel eens om iets inzichtelijk te maken. Het bewijst niets, maar het illustreert het vaak wel erg goed.'

Ik vind dat een niet erg geldig argument, casestudies hebben er in het algemeen baat bij als er geen al te intieme betrokkenheid tussen beschrijver en bron bestaat (ik denk eerder aan Freud en zijn patiënten), maar Wolffers' persoonlijke invalshoek typeert hem wel ten voeten uit: hij bedrijft geen objectieve wetenschap, zijn betrokkenheid is vooral emotioneel en zijn ergernis authentiek.

Of dat een slimme essay-strategie is, betwijfel ik, maar hij wil kennelijk niet te rationeel-analytisch en wetenschappelijk overkomen en juist dat verbindt hem op onzichtbare wijze met de onderliggende gekleurde cultuur die hij beschrijft en verdedigt, en die immers juist vanuit een vermeende achterstandspositie met het blanke, paternalistische denken wordt geconfronteerd. Hij is een beetje allochtoon met de allochtonen.

Wolffers heeft een menigte pijlen op zijn boog, die zijn ideeën lijken te illustreren. Zo constateert hij dat de Nederlandse film tot nu toe geen echte migrantenfilms heeft opgeleverd over de drama's rond loyaliteit en aanpassing. Dat Nederlanders vooral weglopen met 'Indische romans' wanneer ze vanuit een blank perspectief zijn geschreven. Dat we in onze kijk op het Molukse probleem (Wijster enz.) voortdurend ons eigen Nederlandse standpunt laten prevaleren boven dat van de Molukkers. Dat we, als we het over de Afrikaanse taal hebben, steeds het blanke Afrikaans bedoelen en het bestaan van zwart Afrikaans, als mengtaal te vergelijken met het Papiamento, vrijwel ignoreren.

Eigenlijk vliegen we, zegt Wolffers, als de hoofdpersonen in 'Out of Africa', voortdurend in een vliegtuig over de gekleurde cultuur heen, als om de technologische superioriteit tegenover het achterlijke maar exotische land uit te drukken.

Overigens beperkt Wolffers zich niet tot Nederland; de hele westerse wereld deelt in zulke versluierde superioriteitswanen. Waarom deden de Amerikanen anders zoveel moeite om de halfbloedjes, die resulteerden uit de verbintenissen tussen Amerikaanse soldaten en Vietnamese vrouwen, als halve Amerikanen naar Amerika te halen? Ook als om uit te drukken dat je in de westerse wereld beter af bent.

Een ander patroon tekent zich af in de gemengde relaties. Vroeger kreeg je als blanke in Indië vaak een gekleurd meisje om het op uit te proberen, waarna je tenslotte met een blanke juffrouw trouwde. Eigenlijk is dat nog steeds zo. Een blanke man die een gekleurde vrouw neemt, wordt getolereerd, andersom niet. Een film als 'One-Night-Stand', met een zwarte man die het met een blanke, getrouwde vrouw aanlegt, spreekt dat niet tegen. De zwarte hoofdpersoon daar is zo a-typisch, architect, volledig in de witte wereld geïntegreerd, dat hij voor de blanke kijker volkomen aanvaardbaar is gemaakt.

Het zijn stuk voor stuk sterke voorbeelden, die aantonen dat het hemd nog altijd nader is dan de rok. Toch slaat Wolffers een element over, namelijk dat van de historische ontwikkeling. Het moge dan allemaal nog verre van ideaal zijn, de toenadering tussen de autochtone en allochtone culturen in Nederland is met horten en stoten de laatste vijftig jaar toch een stuk opgeschoten.

Maar het kan Wolffers niet snel en volstrekt genoeg zijn. Daardoor heb je nogal eens het gevoel dat hij overdrijft, of eenzijdig de nadruk legt op de defecten van die integratie. Anderzijds is dat misschien maar goed ook; het houdt je scherp bij het denken over de veelkleurigheid van Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden