Recensie

Alles wat je nog niet wist van vissen

Beeld -

Vissen gillen niet als hun een haak in de bek geslagen wordt, maar bioloog Balcombe toont dat ze wel voelen en weten.

Eerst een herinnering. Daar stond je dan samen met je vriendje. Twee jochies van een jaar of tien met z’n tweeën langs de sloot, een met water gevulde emmer tussen jullie in. Jij draaide het brood van de vorige dag tot kleine balletjes, de ander tuurde onafgebroken naar de rood-witte dobber.

Beet! Het geluid van het draaiende molentje, het gespartel, en dat verdraaid lastige weerhaakje... Hoe vaak ging het niet mis? Doorboorde kieuwen, beschadigde ogen, bloederige vissenbekken. Maar ach, dat was maar vissenleed. Ze hadden toch slechts een geheugen van drie seconden?

Fout, aldus bioloog Jonathan Balcombe. Wie graag een hengeltje uitwerpt en zijn hobby niet wil verliezen, kan zijn boek ‘Het geheime leven van vissen’ beter niet openslaan. Volgens hem is het een fabeltje dat vissen primitief en gevoelloos zijn. Het zijn dieren die vreemd voor ons zijn, omdat we geen uitingen bij hen zien die we associëren met bewustzijn. “Het kost ons moeite om in die platte, glazige ogen meer te zien dan een afwezige blik. We horen geen gillen en zien geen tranen als we een haak in hun bek slaan en hun lijf uit het water trekken.”

Maar in de voorbije jaren deed de wetenschap veel kennis op over het onderwaterleven. Balcombe heeft al die studies verwerkt tot een toegankelijk, leerzaam boek. De conclusie die hij trekt uit de huidige stand van het academisch onderzoek is dat ‘vissen niet slechts leven, maar ook een leven hebben’. Een vis kan leren, vooruitdenken, innoveren, samenwerken, troosten, treiteren, ruiken, horen. Een vis gaat relaties met soortgenoten aan (én soms met mensen!) en ervaart momenten van genot, angst en pijn. Kortom: “Een vis voelt en weet”.

Zouteloze grapjes

Balcombe wil laten zien dat vissen een persoonlijkheid hebben. Hij onderbouwt zijn betoog met experimenten, wetenswaardigheden en anekdotes. Soms draaft hij door, bijvoorbeeld als hij het heeft over de ‘licht bezorgde blik’ in de ogen van visjes van tien, vijftien centimeter. En er is meer aan te merken op ‘Het geheime leven van vissen’. Zo strooit hij kwistig met weetjes die soms samengaan met zouteloze grapjes (‘Franjehaaien dragen hun jong ruim drie jaar, de langste dracht in de natuur. Ik hoop dat ze geen last hebben van zwangerschapsmisselijkheid’).

Dat vissen hersens hebben, bewijst Balcombe door een experiment te beschrijven met een stel poetslipvissen, kleine opruimers die leven van parasieten die ze aantreffen tussen de schubben van grotere soorten. Tijdens het onderzoek kregen de vissen dagenlang hetzelfde voedsel voorgeschoteld, de ene helft op een rood en de andere helft op een blauw bordje. Als ze van het blauwe bordje aten, dan werd het rode weggehaald; kozen ze eerst voor rood dan bleef het blauwe staan, en konden ze twee porties verorberen.

De poetslipvissen deden er gemiddeld 45 pogingen over om uit te vogelen dat ze eerst het rode bordje dienden leeg te eten. Van de vier deelnemende orang-oetans en evenzoveel chimpansees losten twee chimpansees het probleem pas na ruim zestig maaltijden op. De andere apen snapten er na honderd keer nog niets van. Een kleutertje van vier dat ook meedeed, bakte er net zomin iets van.

Ander voorbeeld. Een paar regenboogvissen werden in een aquarium geplaatst waarin een verticaal net van de ene naar de andere kant kon worden getrokken, zodat de vissen in de stress raakten door het gebrek aan bewegingsruimte. In het midden van het net was een gat gemaakt waardoor ze konden ontsnappen. Na vijf keer had de groep het trucje door en zwommen de vissen rustig door de opening naar de andere kant. Elf maanden kregen de regenboogvissen rust, waarna ze opnieuw met het sleepnet werden geconfronteerd. Wat bleek? Geen paniek dit keer, de vissen wisten nog precies het gat te vinden. Om het in perspectief te plaatsen: elf maanden voor een regenboogvis is als 25 jaar voor een mens. Ja, dat is meer dan een geheugen van drie seconden.

Dat vissen zo’n rijker leven hebben dan we tot voor kort voor mogelijk hielden, heeft implicaties. Bijvoorbeeld voor wie zijn brood verdient met vissen. Balcombe: “De hedendaagse beroepsvisserij is net zoiets als koekhappen waarbij je in plaats van je mond je handen mag gebruiken, de vissen hebben geen schijn van kans.” Niet alleen de visserij, ook hengelaars zouden volgens Balcombe moeten stilstaan bij wat ze vissen aandoen. Pech voor jongens van tien aan de waterkant.

Jonathan Balcombe
Vert. Eefje Bosch, Aad Janssen en Gertjan Wallinga
Meulenhoff; 334 blz. € 24,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden