Review

Alles wat er misging in Irak

George Bush viel Irak aan zonder enig idee waar hij aan begon, schrijft de Amerikaanse journalist en Irak-kenner Peter Galbraith in ’Het einde van Irak’. De gevolgen zijn desastreus. Door etnische verschillen te negeren, ontketenden de VS een burgeroorlog. En Teheran haalt de banden met Bagdad weer aan. Is er een uitweg?

In januari 2003, twee maanden voor de militaire inval van zijn land in Irak, had de Amerikaanse president George W. Bush een gesprek met drie in de Verenigde Staten woonachtige Irakezen: een schrijver, een arts en een (latere) diplomaat. Zij vertelden hem hoe de politieke situatie in hun geboorteland er waarschijnlijk uit zou komen te zien als de dictator Saddam Hoessein eenmaal van zijn troon gestoten was, wat een van de doelen was van de Amerikaanse interventie.

Bij hun prognose namen de drie – vanzelfsprekend – de woorden ’sjiieten’ en ’soennieten’ in de mond. Maar tot hun verbijstering kwamen zij erachter dat Bush deze begrippen niet kende. Vervolgens besloten zij het onderhoud dan maar te besteden aan een uitleg over het bestaan van deze twee hoofdrichtingen in de islam.

,,Ik vertel deze anekdote niet ter illustratie van de onwetendheid van de president’’, schrijft Peter W. Galbraith in zijn indrukwekkende boek ’Het einde van Irak’, ,,maar omdat zij onderstreept hoe weinig de Amerikaanse leiders vóór de oorlog hadden nagedacht over de aard van de Iraakse samenleving en de problemen waarmee de Verenigde Staten zouden worden geconfronteerd als ze Saddam Hoessein ten val zouden brengen.’’ Sindsdien is er weinig verbeterd, want anno 2006 spreken de president en zijn adviseurs nog steeds van het Iraakse volk ,,alsof dit één volk is, vergelijkbaar met het Franse of zelfs Amerikaanse volk’’.

Het boek van Peter Galbraith – zoon van Nobelprijswinnaar John Kenneth Galbraith die eerder dit jaar overleed – is geschreven uit frustratie over ,,de cultuur van arrogantie waarvan de regering-Bush doortrokken was’’. Hij geeft volmondig toe dat hij niet objectief is, iets wat de Republikeinen graag mogen onderstrepen. In een voetnoot herinnert hij eraan dat hij in dienst was van de (Democratische) regering-Clinton. Zo was hij in de jaren negentig VS-ambassadeur in Kroatië. Maar die politieke voorkeur diskwalificeert hem niet. Galbraith gaat door voor een scherp waarnemer. De schrijver kent Irak heel goed – hij is er vaak geweest, bijvoorbeeld ten tijde van de oorlog tussen dit land en buurland Iran. Hij was toen adviseur van de senaatscommissie voor buitenlandse zaken. De hoogleraar bracht in de jaren tachtig de misdaden van Saddam Hoessein jegens de Koerden in kaart en bracht documenten die de gifgasaanvallen staafden in veiligheid.

Ook als journalist – voor het tv-station ABC – heeft hij Irak bezocht, reportages gemaakt en politici en andere betrokkenen geïnterviewd. En Galbraith schreef er een deel van zijn nieuwste boek: terwijl hij in Bagdad met de afronding bezig was, sloeg er op twintig meter afstand van hem een raket in – gelukkig was het een blindganger. De man weet dus waarover hij schrijft.

Kritiek op het Irak-beleid van de Amerikaanse regering is ook niet langer voorbehouden aan progressieve journalisten en/of wetenschappers. Lees er het voorlaatste nummer van The Economist maar op na. Dit Britse weekblad – allesbehalve links – steunde de inval in Irak drieënhalf jaar geleden voluit, maar noemt de operatie inmiddels een ’totale mislukking’.

Van meet af aan is Galbraith tegen de oorlog geweest. Die had helemaal niets te maken met de strijd tegen het terrorisme, want tussen Osama bin Laden en Saddam Hoessein was er geen band, zoals de Amerikanen steeds beweerden. In een paar korte zinnen legt Galbraith helder uit dat iedereen – dus ook Bush en de zijnen – dat begin 2003 had kunnen weten. Bin Laden en Saddam hebben volstrekt verschillende opvattingen over de islam en de inrichting van een staat.

Het navrante is dat er inmiddels wél een link is tussen Irak en het internationale terrorisme. Het Amerikaanse optreden heeft moslimextremisten aangetrokken of geprovoceerd, terreuraanslagen zijn er aan de orde van de dag, overal in het land zijn er opleidingskampen voor terroristen. Er zit dan ook iets waars in de woorden van Bush die vorige week nog zei dat een overwinning in de oorlog tegen het terrorisme onmogelijk is zonder een overwinning in Irak – maar dan wel vanuit een totaal andere optiek dan de president begin 2003 had gedacht. En het naargeestige is dat deze overwinningen ver weg zijn.

Alles wat er fout kon gaan, is er fout gegaan, schrijft Galbraith in zijn bij vlagen overrompelende boek. De Amerikanen wisten niet wat hun in Irak te wachten stond, minister David Rumsfeld van defensie stuurde aanvankelijk veel te weinig militairen naar Irak, adviseurs werden niet aangetrokken op hun kwaliteiten maar op hun politieke voorkeur, er waren geen plannen gemaakt voor de dag nadat de Amerikaanse troepen Bagdad waren binnengetrokken, de stroomvoorziening werd niet tijdig hersteld, de opbouw van een nieuwe Iraaks krijgsmacht en politiemacht mislukte goeddeels, er zijn miljarden dollars verkeerd besteed. Het kwam op enig moment voor dat twee jonge broekies – Amerikanen van begin twintig die amper droog achter de oren waren – de rijksbegroting van Irak opstelden! Er was geen consistentie in het beleid. Het eerste jaar wilde generaal Franks (de machtigste Amerikaan in Irak) het bestuur zo snel mogelijk overdragen aan de Irakezen – wat volgens Galbraith heel verstandig was, maar het jaar erop draaide gezaghebber Paul Bremer III de zaken weer terug – hij krijgt in het boek bakken kritiek over zich uitgestort. De ellende is volgens Galbraith pas goed begonnen toen de Verenigde Staten een bezetter in plaats van een bevrijder werden, ,,kortom, toen de regering-Bush besloot dat zij de toekomst van Irak beter kon bepalen dan de inwoners van het land zelf’’.

Het ergste is dat de VS niet hebben willen inzien dat Irak geen eenheidsstaat is, maar een kunstmatige staat, bestaande uit drie bevolkingsgroepen: soennieten, sjiieten en Koerden. Door zo krampachtig aan die eenheid vast te houden, heeft Washington eraan bijgedragen dat die bevolkingsgroepen tegen elkaar werden opgezet. De Verenigde Staten dachten dat ze hetzelfde konden doen als in 1945 in Duitsland. Maar er is één levensgroot verschil: Duitsland kent geen etnische groeperingen.

De gevolgen van het mislukte Irak-beleid zijn desastreus, vindt de auteur. Iran, aartsvijand van het Irak van de soenniet Saddam Hoessein, is de lachende derde. Dit land heeft nu via de sjiieten, die in vele Iraakse provincies aan de macht zijn, een bruggenhoofd in het buurland. ,,Dankzij George W. Bush heeft Iran op de wereld nu geen nauwere bondgenoot dan het Irak van de ayatollahs. Deze nieuwe Teheran-Bagdad-as zou voor het Midden-Oosten revolutionaire gevolgen kunnen hebben.’’

Er is sprake van een openlijke burgeroorlog, stelt Galbraith. Dat was steeds een mogelijke, zo niet waarschijnlijke uitkomst van de inval, stelt Galbraith. ,,Het enige opmerkelijke is dat de regering-Bush erdoor werd verrast.’’ De bedoeling van de Amerikanen was een democratie te vestigen in Irak en daarvan zou een weldadige invloed uitgaan op andere landen in het Midden-Oosten. Maar de enige democratische neerslag van de oorlog in Irak is de verkiezing van extremistische hardliners in Palestina en Iran geweest, concludeert de auteur droogjes. ,,De architecten van de oorlog meenden dat ze het Midden-Oosten konden veranderen. En dat hebben ze voor elkaar gekregen’’, schrijft Galbraith cynisch.

In het voorlaatste hoofdstuk breekt Galbraith een lans voor een ’drie-statenoplossing’. De Amerikanen moeten zich erbij neerleggen dat sjiieten, soennieten en Koerden een grote mate van zelfbestuur krijgen – de grondwet voorziet in die mogelijkheid. De Koerden zijn trouwens al quasi-onafhankelijk. Washington moet de realiteit onder ogen zien: ,,We moeten nu doen wat we direct al hadden moeten doen: de bevolkingsgroepen in Irak respecteren.’’

En hoe moet de exit-strategie van de Amerikanen eruitzien? Da’s een lastige vraag, beaamt Galbraith. Uit de veilige provincies kunnen de Verenigde Staten (en Groot-Brittannië) zich sowieso terugtrekken, en dat is al een behoorlijk deel van het land. Ook uit het zuiden waar zich dan waarschijnlijk een sjiitische theocratie zal vestigen. Dat is natuurlijk een gruwel, maar ze is wel via democratische procedures totstandgekomen.

Het allerbelangrijkste is natuurlijk het gebied in en rond de hoofdstad Bagdad waar sjiieten en soennieten elkaar afslachten. Maar de VS kunnen daar eenvoudig niets uitrichten ,,aangezien er geen oplossing is, althans niet in de nabije toekomst. Aanhoudende Amerikaanse aanwezigheid in enig deel van Arabisch Irak dient geen enkel doel.’’

Galbraith geeft toe dat het onbevredigend is te moeten erkennen dat er weinig aan kan worden gedaan. Zeker ook voor de lezer die tegen de driehonderd pagina’s scherpe kritiek op de aanpak van de regering-Bush heeft gelezen. Maar het is niet anders: ,,Voor de puinhoop in Irak bestaat geen goede oplossing.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden