Review

Alles wat de puber boeit

Hans Hagen is alleen al een opvallende kinder- en jeugdboekenauteur omdat hij in het verleden zowel bij de Kinderjury (met zijn Jubelientje-reeks) als bij de professionele Griffeljury herhaaldelijk in de prijzen is gevallen. Dat is opmerkelijk, want normaal gesproken bestaat er een vrij grote discrepantie tussen die twee. Dit jaar 2004 ontving hij voor de verandering maar weer eens twee (!) Griffels: een Gouden voor 'De dans voor de drummers' en een Zilveren voor 'Zwaantje en Lolly Londen'. En dat in het vijftigjarig jubileumjaar van de Kinderboekenweek: dan sta je jeugdliterair toch wel op de kaart!

Hij is bovendien zowel op proza als op poëziegebied actief. En binnen de poëzie is hij weer in staat te schrijven voor zowel peuters als voor de grotere kinderen. Oké, hij is de enige niet die dat kan, maar hij behoort wel tot die minderheid die dat echt goed kan.

Zijn nieuwste bundel 'Maar jij' is bestemd voor kinderen van een jaar of tien, twaalf. Hij bevat eigenlijk alles wat deze leeftijdsgroep in potentie kan boeien. Sensuele verzen waarin de eerste liefdeservaringen de kop opsteken (,,mijn vingers dansten / op je huid / de eerste borsten / die ik speelde / ademloos / het sneeuwde'').

Aardig, om even op die sensuele verzen door te gaan, is dat Hagen daar op andere momenten ook de nog niet uitontwikkelde, puberale seksualiteit in neerzet die de jonge lezer iets leert over de dubbelzinnigheid van het fenomeen taal. In 'dromenland' bijvoorbeeld, waarin van het kussen van een lief meisje wordt gedroomd, maar de ontnuchterende slotregels luiden:

'haar rode lippen

wijken van elkaar

met het kussen

in mijn hand

schrik ik wakker'

Door het vrijwel consequent ontbreken van leestekens en hoofdletters in deze teksten lees je dat 'kussen' aanvankelijk natuurlijk als een werkwoord dat op die mooie rode lipjes wordt gedrukt. Maar bij nader inzien slaat 'kussen' (zelfstandig naamwoord) natuurlijk gewoon op het kussen van het bed, waarin de puberale bedremmeling het treurig ontbreken van de rode lipjes verbijt! Kijk - zo leer je kinderen iets over taal en poëzie, en máák je ook poëzie.

Wat verder nog in deze behoorlijk gevarieerde bundel, die overigens, voor ik het vergeet, schitterend is geïllustreerd door Willemien Min? Wel, er staat bijvoorbeeld ook een vrij lange cyclus in over de ziekte en het sterven van de vader. Eerst krijgen we de diagnose: kanker - ,,de rek was uit zijn longen / het is mooi geweest, zei pa / mama achterna, adieu / ik ga maar eens op reis''. Mooi en ontroerend is dat de dag van zijn overlijden als een 'kraamvisite' wordt omschreven, wat de jonge lezer ook alweer drukt op zo'n onwaarschijnlijk krachtig poëtisch middel als de paradox! Het mooiste vers uit deze reeks is het titelgedicht 'maar jij', dat fatale rampen afzet tegenover dat ene, o zo nabije dode lichaam van de geliefde vader:

'een lichaam

levenloos dichtbij

zegt meer

dan een vliegtuig onbekenden

verdwenen in de mist

een dorp gestold in lava

[...] een stad aardbevend

[...] honderden vermist

verre doden kan ik tegen

stemmen niet gehoord

en samen nooit gezwegen

maar jij'

Deze reeks wordt dan weer afgewisseld met een paar luchtige gedichten vol taalmagie en lettergrapjes ('een half rondje te veel bij een l / en je noemt je lief een dief'), die aan kinderen van deze leeftijd naar mijn ervaring zeer besteed zijn.

Mooi zijn ook de gedichten, her en der in de bundel verspreid, waarin verstilling de sfeer bepaalt. Het openingsgedicht 'zonder' bijvoorbeeld, dat inhaakt op het vrij, ongeremd en zonder schaamte verkeren met een vriendinnetje 'in het riet bij de rivier'. Niet het sensuele, maar het arcadische, rustieke en tijdloze zijn hier de grote poëtische aandrijver: ,,zonder tijd en zonder iets / dat zou ik het liefst / kabbelend water in de zon / een grutto in de verte / een vlindertje erbij / vrij-en-vrij en verder niets''. Wie wil dat niet, verdikkeme? Een ander mooi, pregnant voorbeeld van die hang tot verstilling is het lentegedicht 'pril', dat eindigt met: 'het lentert pril - ik stil'.

En dan heeft Hagen ook nog gewoon humoristische nonsense-verzen op zijn lier als 'Ortho':

'ben op jij ook mij

ik hou op ja ben

deze liefde staat zo krom

er moet een beugel om'

Geestig toch? Iedere gebitsregulateur zou dit onmiddellijk op zijn orthodontische prikbord moeten ophangen.

Gevarieerd, subtiel, en met poëtische effecten die in wezen al heel volwassen aandoen maar voor de jeugd toch redelijk goed te volgen zijn: zie hier de receptuur van Hagens gedichten. Ik vind het door de bank genomen erg knap wat deze auteur hier weer presteert. Zoals ik het ook knap ontroerend vind dat hij zijn dode en gekiste vader in bovengenoemde cyclus 'op handen naar het graf' laat dragen. Op handen! Ja, zo moet je je doden dragen! Je hebt eigenlijk steeds de dichtkunst nodig om je van zulke dimensies bewust te worden. En dat in 'kinderpoëzie'... Griffel maar weer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden