Interview Venus Veldhoen

‘Alles moest wijken voor de kunst van Aatje Veldhoen’

Aat & Venus Veldhoen, 2018. Beeld Koos Breukel

Thuis hingen prenten aan de muur van vrijende stelletjes. Als kind schaamde Venus Veldhoen zich voor haar vader Aat Veldhoen, die als kunstenaar bekend werd door zijn erotische en provocerende werk. Nu heeft ze een tentoonstelling over hem gemaakt.   

Vierhonderd en vijftig vierkante meter groot is het Amsterdamse grachtenpand dat kunstenaar Aat Veldhoen naliet na zijn dood. Elk stukje muur, elk hoekje ademt nog altijd ‘Aatje’, tot en met de theemuts toe. Die beschilderde hij met de tekst ‘Lekker theetje voor Heetje’. ‘Heetje’ is oud-politica Hedy d’Ancona (PvdA), met wie Veldhoen (1934-2018) meer dan twintig jaar samen was. 

Toen dochter Venus Veldhoen na het overlijden van haar vader door zijn huis liep, drong de omvang van zijn nalatenschap pas goed door. Al die schilderijen, tekeningen, etsen, beelden in de tuin, keramiek, foto’s, boeken en brieven.... Overal ‘leeft’ Aatje, zoals ze haar vader noemt, nog voort. Dat begint al bij de voordeur, waarop zijn in brons gegoten penis als deurknop prijkt. “Hij was zo veelzijdig. Mensen kennen hem vooral van zijn etsen, waarmee hij het niveau van Rembrandt benadert, en van zijn erotische prenten. Maar hij beoefende het hele spectrum van de beeldende kunst. Hij heeft ook prachtige bloemstillevens gemaakt en landschappen naast talloze portretten. Maar net als Rembrandt was hij het meest geïnteresseerd in mensen en grote levensgebeurtenissen als geboorte, liefde, lijden en dood.” 

Een selectie uit zijn rijke oeuvre is nu te zien in Museum Kranenburgh in Bergen (NH), samen met foto’s die zij van haar vader heeft gemaakt.  De tentoonstelling was gepland voor zijn 85ste verjaardag, vertelt ze. “Mijn vader was al gaan kijken in Kranenburgh, maar toen kwam de dood ertussen door.”

In december vorig jaar overleed hij aan de gevolgen van een herseninfarct. Venus Veldhoen (1968), portretfotograaf en docent aan de Fotoacademie in Amsterdam, nam de taak op zich om de tentoonstelling samen te stellen, samen met portretfotograaf Koos Breukel en Hedy van Erp van de Dutch National Portrait Gallery.  

Het voelde vreemd, de eerste keer dat ze in zijn huis aan de Wittenburgergracht rondliep om te grasduinen in zijn kunstwerken. “Het was zijn schatkamer. Hij vond het niet fijn als mensen daarin rondsnuffelden. Ik voelde zijn priemende ogen.” Ze vond ook werk, dat hij kort voor zijn dood had gemaakt. “Zelfportretten en een oude vrouw achter een rollator. Je ziet hoe hij die met een bibberend handje heeft getekend.” Ook lag er een ets van twee skeletten, afgebeeld als een net getrouwd stel. “Mijn vader mocht graag shockeren met expliciete seksscènes, soms op het pornografische af, en met provocaties tegen het koningshuis en het establishment. Maar de laatste weken van zijn leven domineert de vergankelijkheid in zijn werk. Je ziet dat hij echt bezig was met de dood. Hij was niet bang voor de dood, zei hij altijd, maar wel om dood te gáán.”  

Kunstenaar Aat Veldhoen met echtgenote Hedy d’Ancona, november 2004. Beeld Mark Kohn, Trouw

Koekjestrommel met Willem-Alexander

Met liefde en respect praat ze over haar ‘bijzondere en eigenzinnige’ vader. Hoe was het om op te groeien met een vader die het provoceren tot kunst had verheven? 

“Dat was niet gemakkelijk.” Voordat ze vertelt over die keerzijde, presenteert ze in haar huis in Amsterdam koekjes uit een trommel van haar vader, met daarop de beeltenis van de toen net tot koning gekroonde Willem Alexander en zijn echtgenote Máxima. Lachend: “Zo was hij dus ook, schoppen tegen het koningshuis en dan toch heel pesterig dit koekblik neerzetten.” 

Als kind heeft ze zich vaak ‘geschaamd’ voor haar vader. “Zeker pubers generen zich al gauw voor hun ouders. Ik merk dat nu ook bij onze zoon van dertien. Vaak dacht ik: had ik maar gewonere ouders. Achteraf is het wel bijzonder om op te groeien in een gezin als dat van ons, maar toen droomde ik ervan om de dochter te zijn van de buurman, die was melkboer.”

Waar schaamde u zich dan voor?

“Het begon natuurlijk al met mijn naam. Wie heet er nou Venus? Mijn zusjes hebben ook van die vreemde namen, Gala en Kabul. En dan ben ik ook nog halfbloed, zo gemixt dat ik me in alles anders voelde dan andere kinderen.” Toen ze ouder werd en het levensverhaal van haar moeder hoorde, realiseerde ze zich hoe bijzonder haar afkomst is. Haar moeder, Kabul Mohamed, komt uit een gezin van twaalf kinderen van een Somaliër en een Vietnamese. Ze ging fotografie studeren in Duitsland en ontmoette tijdens een uitstapje naar Amsterdam Aat Veldhoen.

Aat Veldhoen, 2018. Collectie Venus Veldhoen. Beeld Venus Veldhoen

“Mijn vader was getrouwd met Lotje Ruting en had vier kinderen, toen hij verliefd werd op mijn moeder. Hij liet zijn gezin in de steek en ging met haar in zijn atelier wonen. Kort na hun huwelijk  ben ik geboren.” Over de impact van die pijnlijke scheiding op het verlaten gezin, maakte haar halfbroer Martijn een film, die te zien is op de tentoonstelling. “Het waren de roerige jaren zestig, de tijd van hippies en flower power. Niets was te gek. Ed van der Elsken mocht mijn geboorte fotograferen voor zijn project ‘De verliefde camera’. Zo ben ik dus mijn leven begonnen. Mijn geboortekaartje bestond uit een prent waarop die allereerste foto was afgedrukt en een tekening van Aatje. Van der Elsken heeft ook de geboorte van mijn zus Gala gefotografeerd in het atelier, waar geen douche was of fatsoenlijke keuken. Mijn moeder vond het daar fijn. Ik herinner me dat er veel muizen zaten. Later verhuisden we naar een grote atelierwoning in Amsterdam-Noord. Daar zijn Kabultje en Tycho geboren.” 

Was het een warm gezin?

“Aan de ene kant wel. We waren altijd aan het tekenen en knutselen of aan het verkleden, omdat Aatje ons wilde schilderen of fotograferen. Ook gingen we veel naar musea. Ik vond het leuk, maar een alternatief was er ook niet. Alles moest wijken voor zijn kunst. We hadden geen tv, want dat belemmerde de creativiteit, vond mijn vader, maar als kinderen vonden we dat vreselijk. Er werd ook alleen maar klassieke muziek gedraaid. Ik nam nooit kinderen mee naar ons huis, omdat er prenten aan de muur hingen van vrijende stelletjes. En dan droegen we ook nog zelfgemaakte kleren, hadden we een gekke beschilderde auto en moesten we mee naar het naaktstrand. Ik ging vanaf mijn achtste naar de balletacademie, dat vond ik geweldig en Aatje was heel trots op me. Hij pushte ons enorm: we moesten later gaan studeren of heel goed worden op het creatieve vlak. Op mijn veertiende werd ik afgekeurd op mijn rug en belandde ik in een diep zwart gat.”

Aatje met doodgraver in zijn atelier, Amsterdam 2018. Collectie Venus Veldhoen Beeld Venus Veldhoen

Dat klinkt niet als een blije jeugd.

“Het is wat dubbel, want het heeft me ook gevormd. Mijn vader heeft me discipline, hard werken en leergierigheid bijgebracht en liefde voor kunst en fotografie. Hij heeft me ook leren kijken als fotograaf. Mijn vader waardeerde mijn fotografie, maar was pas tevreden toen ik ook nog een studie kunstgeschiedenis ging doen. Toen ik klaar was zei hij: nu moet je nog promoveren. Zoals hij door zijn eigen vader die ook kunstenaar was, is gepusht, zo heeft hij dat ook bij ons gedaan. Je had bijna geen vrije beroepskeuze.”

Waar de foto’s op de tentoonstelling getuigen van een idyllisch familieleven,  was de realiteit dus anders. En dan switchte uw vader ook nog van de ene naar de andere vrouw.

“Zijn eerste drie vrouwen waren zijn modellen en muzen, verlengstukken van hun man. Toen ik 8 was heeft hij mijn moeder verlaten, omdat hij verliefd werd op Cristi Kluivers. Ik vond het heel moeilijk dat mijn moeder wegging. Ze is 75 en woont hier om de hoek. Zijn laatste relatie, met Hedy ’d Ancona, was de beste en langste.  Ze is een pittige vrouw die altijd haar eigen huis heeft aangehouden. Ik denk dat het daarom goed ging.”

Neemt u het hem kwalijk?

“Helemaal niet. Ik ben dankbaar voor wat hij me allemaal heeft meegegeven. Juist van de moeilijke dingen in je jeugd leer je ook veel. De laatste jaren is ons contact alleen maar hechter geworden. Ik ben hem toen ook regelmatig gaan fotograferen. Dat vond hij fijn, want hij hield van aandacht en van zijn dochter. Vorig jaar wilde ik hem voor het eerst naakt fotograferen, omdat dat zo’n grote rol speelt in zijn werk. Hij stribbelde tegen, hij hield niet van het naakte mannenlijf, maar hij deed het toch.”

Lachend: “Hij wilde natuurlijk niet dat ik hem preuts zou noemen. Heel lief en uitgebreid heeft hij staan poseren.”

Aat, Kabul en kind(eren) 1969-1977, polaroid Beeld Collectie Rijksmuseum

Ook op zijn sterfbed, dat drie dagen heeft geduurd, heeft ze hem gefotografeerd. De foto die ze maakte na zijn dood, hangt op de tentoonstelling. De ‘pijnlijke’ beelden van het lijden voorafgaand aan het sterven houdt ze voor zichzelf. “Die vind ik te privé, te schokkend. Aatje kende geen enkel taboe. Hoezeer hij me ook heeft gevormd, op dat punt verschil ik van mijn vader.” 

Op de tentoonstelling ‘Aat Velthoen - Levenskunst’ zijn meer dan tweehonderd werken te zien, waaronder ook van bevriende kunstenaars en van dochter Venus Veldhoen, portretfotograaf;  t/m 13 april in Museum Kranenburgh, Bergen (NH). 

Lees ook:

Tien geboden-interview met Aatje Veldhoen

Aatje Veldhoen is graficus, schilder, tekenaar en beeldhouwer. In augustus 2004, kort voordat hij zijn zeventigste verjaardag zou vieren, werd de ‘manisch creatieve kunstenaar’ getroffen door een herseninfarct. Veldhoen is goed opgeknapt, maar niet voor iedereen verstaanbaar. Vandaar dat hij gebruikmaakt van een souffleuse: Hedy d’Ancona. Zij is al acht jaar Veldhoens partner.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden