Recensie

Alles in 'De gulheid van de zeemeermin' staat in het heldere licht van Denis Johnsons briljante stijl

Beeld RV

De vorig jaar overleden Denis Johnson is meer dan een cultschrijver. Zijn korte verhalen schuren en schrijnen.

Van sommige schrijvers wil je direct alles lezen na kennismaking met hun werk. Mij overkwam het met Denis Johnson, na lezing van zijn roman ‘De lachende monsters’ uit 2015, waarna ik meteen doorging met ‘Treindromen’(novelle) en ‘Jezus’ zoon’ (verhalen). Hoewel Johnsons oeuvre niet zeer omvangrijk is ben ik nog niet verder gekomen, maar de wil is gebleven en het voornemen teruggekeerd na het lezen van zijn postuum verschenen verhalenbundel ‘De gulheid van de zeemeermin’.

De Amerikaan Denis Johnson is een schrijver van het soort waar andere, veel beroemdere schrijvers zoals Jonathan Franzen en Philip Roth lovende woorden over spreken. Veel lof, weinig lezers, dan word je al snel een cultschrijver. Dat is doodzonde in het geval van Johnson, want de eerste pagina’s van het titelverhaal van ‘De gulheid van de zeemeermin’ behoren met gemak tot het beste wat ik ooit las. Het liefst nam ik ze hier integraal op. En als dat overdreven klinkt: dat is dus precies wat Johnsons proza op zijn beste momenten met je doet, je denkt: dit kán niet beter.

Het verhaal begint met een etentje van vrienden. Er wordt nagetafeld. “We zaten in de woonkamer en beschreven de hardste geluiden die we ooit gehoord hadden”. Voor de een is het hardste geluid de stem van zijn vrouw toen ze hem vertelde dat ze wilde scheiden, voor een ander het bonken van haar hart tijdens een hartaanval. “Tia Jones was op haar zevenendertigste grootmoeder geworden en hoopte nooit meer zoiets luidruchtigs te horen als haar huilende kleindochter in de armen van haar zestienjarige dochter.”

Terloopse opmerking

Tia Jones speelt verder geen rol in het verhaal, maar vanaf die terloopse opmerking schuurt alles als een kapotte blaar op je hiel. “De jonge Chris Case draaide de zaak om en sneed het onderwerp ‘stiltes’ aan. Hij zei dat het stilste wat hij ooit had gehoord de landmijn was die zijn rechterbeen afrukte buiten Kaboel in Afghanistan. Verder had niemand iets over stiltes te melden.” Een vrouw die de stomp van zijn been wil zien wordt uitgedaagd het littekenweefsel te kussen, een onvergetelijk beeld dat alles nog pijnlijker maakt.

Het wonderlijke is dat deze hele scène er voor het verhaal niet toe lijkt te doen, het is een schijnbaar willekeurige herinnering, een snipper uit het leven van de verteller, een gewezen reclameman in de herfst van zijn leven.

Zo gaat dat bij Denis Johnson. Hij richt je blik op veronachtzaamde zaken, toevallige en vreemde gebeurtenissen, verwaarloosd leed, maar is er totaal niet op uit hier lading of betekenis aan te geven. Zo ook in ‘Triomf over het graf’, waarin een man een telefoontje van zijn ex krijgt met de mededeling dat ze stervende is, en hij zich na afloop van het gesprek paniekerig probeert te herinneren wélke van zijn exen het was . Dat blijft hangen, terwijl het verhaal helemaal niet gaat over de ex. Het gaat over twee afgetakelde vrienden die enigszins halfslachtig door hem worden bijgestaan in hun nood. Of nee, misschien gaat het verhaal ook niet over deze beklagenswaardige figuren, maar over de verteller zelf en zijn naderende dood. “Het zal je duidelijk zijn dat ik op het moment dat ik dit schrijf niet dood ben. Maar misschien wel tegen de tijd dat je dit leest.” Het kan niet anders: de wetenschap dat Johnson, gestorven aan leverkanker, zijn eigen dood moet hebben zien naderen tijdens het schrijven van deze verhalen beïnvloedt de lezing.

Doordrenkt

Alle vijf verhalen zijn doordrenkt van misverstand, aftakeling en dood - ook de wat minder geslaagde zoals ‘Bob de Wurger’ (het soort zelfkant-verhaal waar Johnson furore mee maakte in ‘Jezus’ zoon’) en ‘Doppelgänger, poltergeist’ (over een obsessie voor Elvis’ vermeende tweelingbroer).

Alles staat in het heldere licht van Johnsons briljante stijl, die tegelijkertijd geestig en ernstig is, terloops en nadrukkelijk, boos en berustend. Soms lijkt het alsof Johnson hoopt door deze methode van schrijven zelf iets te ontdekken, iets dat zich ook voor hem verborgen houdt.

Aan het slot van het prachtige titelverhaal staat een raadselachtig zinnetje . De oud-reclameman loopt naar buiten in zijn kamerjas en gaat “op zoek naar een toverdraad, een toverzwaard, een toverpaard”.

Ja, dacht ik, dat is wat de schrijver dus doet. De lezer zoekt mee.

Wie was Denis Johnson?

Denis Johnson (1949-2017) debuteerde op zijn 19de met een dichtbundel. Alcohol en heroïne sloopten hem bijna in de jaren daarna. Hij overwon zijn verslavingen en begon verhalen te schrijven over ontspoorde types aan de zelfkant van Amerika. Het autobiografische karakter van die verhalen weerhield hem er aanvankelijk van ze te publiceren. “Op een dag begon het te dagen dat het niet uitmaakte hoeveel die verhalen zouden onthullen over mijzelf. Niemand kan zichzelf vermommen. Uiteindelijk laten we allemaal onszelf zien.” De verhalen verschenen in ‘Jesus’ son’ (1992), waarmee hij definitief zijn naam vestigde.

In 2007 won hij de National Book Award voor ‘Tree of Smoke’, een roman over Vietnam, spionage en de inlichtingendienst, een wereld die hij kende door zijn vaders werk. Internationale lof was er voor zijn novelle ‘Treindromen’ uit 2011, maar meer grote prijzen bleven uit. Johnson staat te boek als een writer’s writer, menig schrijver beweert door het lezen van Johnsons werk zelf te zijn gaan schrijven.

In Johnsons universum heersen misverstand en chaos, maar zijn aanmodderende en falende personages beschrijft hij met mededogen en humor. “Ik heb het gevoel dat God ons tamelijk grappig vindt,” vertelde hij in een van zijn spaarzame interviews. “Maar verder zal ik niet proberen voor God te spreken - hij loopt ook niet rond over mij te praten.”

Denis Johnson
De gulheid van de zeemeermin
Vert. Peter Bergsma. De Bezige Bij; 176 blz. € 21,99

Recensenten van Trouw bespreken pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers. Lees hier meer recensies. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden