Theaters open

Alles geven, ook in een halflege zaal: ‘Je ziet die lege plekken meteen’

Guido Weijers.Beeld Sushilla Kouwen

Vanaf 1 juni mogen artiesten weer optreden, voor een zaal van dertig mensen. Ze verheugen zich erop. Maar voor een halflege zaal spelen is hard werken. Voor weinig geld.

‘Voor humor is een lege zaal dodelijk’

Hij voelt zich niet te goed voor een klein publiek, zegt Guido Weijers (42). De populaire cabaretier is uitverkochte zalen gewend, “maar ik wil niet die artiest zijn die zegt: Ik kom niet voor honderd mensen. Ik wil ook mijn artistieke ei kwijt.”

Zijn voorstellingen vóór de zomer zijn afgelast, maar vanaf september hoopt Weijers weer in de theaters te staan met de try-out van zijn Oudejaarsconference 2020. Hoe ziet hij dat voor zich, spelen voor een heleboel lege stoelen? “Ik zie een conference als een soort tenniswedstrijd: je gooit een grap de zaal in. De reactie van het publiek is als de bal die terugkomt. Je wilt samen tennissen. Komt die reactie niet, dan sta je alleen maar te serveren. Voor humor is dat dodelijk.”

Nog een metafoor: “Ik zie optreden als ademhalen. Het publiek is onze zuurstof. Je bouwt samen een ritme op; zelfs de stilte of een overpeinzing kun je gezamenlijk voelen. Wij artiesten willen niet alleen maar uitademen. Humor is echt tweerichtingsverkeer. Een grap is een golf die aanspoelt, die gedijt bij de groepsdynamiek, bij sámen lachen. Cabaretiers zijn afhankelijk van sfeer, wij drijven op de bevestiging van de zaal. Als het publiek lacht, dan gaat de artiest zich beter voelen. Je stuwt samen op naar een hoogtepunt. Ik wil het niet met seks vergelijken, maar je hebt elkaar er wel voor nodig.”

“In een groep lachen mensen sowieso eerder dan alleen. Daarom speel ik liever in een bomvol kroegje waar iedereen met de benen uit hangt, dan in een grote zaal waarin honderd mensen verspreid zitten. Dat laatste is wel de nieuwe waarheid.”

Hybride theatervorm

Weijers is het niet eens met de restrictie van honderd mensen die vanaf 1 juli geldt en schreef een protestbrief aan Rutte. “We hebben protocollen gemaakt, we denken dat het veilig kan met een groter publiek. Sowieso veiliger dan in een bouwmarkt, waar géén restricties gelden. Misschien moet ik een bouwmarkt beginnen.”

Maar dat is, natuurlijk, een grap. “In de culturele sector denken we nu na over: hoe dan wel? Waarschijnlijk gaan we virtuele tickets verkopen voor de stoelen die leeg moeten blijven. Dan heb je nog steeds niet één groep, het zal wel een beetje ongemakkelijk zijn, maar daar houden cabaretiers wel van.”

“Waarschijnlijk ben ik half aan het zoomen met het publiek thuis, half aan het optreden. Een nieuwe hybride theatervorm. En wie weet: straks hebben we die vorm met z’n allen uitgedokterd, mogen de theaters straks tóch voor meer mensen open.”

Liza Ferschtman.Beeld Bernd Köhnen

‘In een aandachtsvolle stilte gebeuren de mooiste dingen’

Er bestaat volle stilte en lege stilte volgens violist Liza Ferschtman (41). In een lege stilte gebeurt niets, maar bij een volle stilte, die kan ontstaan tijdens een concert met een geconcentreerd publiek, borrelt energie door de zaal. “En dat is precies wat een liveconcert zo bijzonder maakt: het publiek tilt je spel dan naar een hoger niveau. In een aandachtsvolle stilte gebeuren de mooiste dingen.”

De ene keer speelt Ferschtman als solist bij een orkest in een grote zaal, de andere keer buigt ze zich met één, twee of meer musici over kamermuziek. Ze reist er de hele wereld voor over. Overal is het publiek voor haar een wezenlijk onderdeel van het optreden.

“Als ik op het podium sta te spelen, hoor ik de zaal ademen”, vertelt ze. “Het is net elektriciteit, vind ik. Ik luister naar wat ik terugkrijg uit de zaal en bepaal zo mijn timing. Zonder publiek zou dat spel met die adem er niet zijn. Als een stuk zacht eindigt, kan ik na de laatste noot iedereen collectief horen uitademen. Dat vind ik een magisch moment.”

Gaten in de energie

Wat zal er dan gebeuren met haar spel als een zaal halfleeg is, met maar dertig of honderd luisteraars? “Als een zaal niet goed gevuld is, zitten er gaten in de energie. Je ziet die lege plekken meteen als je het podium opgaat. Dan weet je dat je hard moet werken, zorgen voor concentratie en focus, om die gaten te dichten en de mensen naar je toe te trekken. Het publiek moet dan ook extra zijn best doen om bij mij te komen. Maar als dat gebeurt, draag je elkaar tijdens een concert.”

Publiek is wezenlijk voor de violist. “Ik heb natuurlijk mijn eigen verhouding tot de muziek, maar muziek voordragen kan ik alleen bij de gratie van een luisteraar. Die moet ik voor ogen hebben als ik mijn verhaal wil overbrengen. De afgelopen maanden heb ik in de lege zalen van het Concertgebouw en De Doelen live-opnames gemaakt, die online werden uitgezonden. Toen heb ik bewust gespeeld voor die enkeling, mijn agent of een fotograaf, die aanwezig was.”

Ze heeft plannen genoeg voor de komende maanden. “Ik kom net terug van een gesprek over een project in het Delft Chamber Music Festival. Dat is geannuleerd, maar met een deel van het budget kunnen we toch iets maken voor een klein publiek. Ik verheug me daar enorm op. Natuurlijk is het niet rendabel. Maar we gaan het toch doen, omdat we zo graag de live-ervaring terug willen hebben.”

Sommige theaters gaan weer open

Lang niet alle theaters openen de komende maand de deuren. Voorstellingen voor dertig of honderd man zijn niet rendabel. Bovendien is het niet overal mogelijk­­ om bezoekers veilig door het pand de loodsen.

Theaters die wel opengaan, zijn onder andere­­: Internationaal Theater Amsterdam, DeLaMar (Amsterdam), De Meervaart (Amsterdam), Frascati (Amsterdam), Theater Bellevue (Amsterdam), Het Nationale Theater (Den Haag), Maaspodium (Rotterdam­­), De Verkadefabriek (Den Bosch) en De Toneelschuur (Haarlem).

Joris Smit.Beeld Gordon Meuleman

‘Bij een lege zaal doe ik 120 procent mijn best’

 Het allermooiste is een volle, dampende, zinderende zaal, vindt acteur Joris Smit (38). “Dat is kicken, adrenaline!” Hij heeft het vaak genoeg meegemaakt bij Het Nationale Theater in Den Haag, waar hij vast aan verbonden is.

Maar het omgekeerde kent hij ook. Het publiek was maar matig geïnteresseerd in ‘De wereld volgens John’, de voorstelling waar Smit vorig jaar een Louis d‘Or-nominatie voor kreeg. “Frustrerend is dat, verdrietig. Je wil mensen uit hun dagelijkse sleur trekken, laten luisteren naar een goed verhaal. En dan komen ze niet.”

Een volle zaal is heerlijk, maar een slecht gevulde zaal haalt het beste in Smit naar boven. “Dan denk ik: wacht maar, ik ga voor 120 procent mijn best doen, zodat je de volgende keer je buurman of nichtje meeneemt. Nee, je moet er dan niet een schepje bovenop leggen. Dat deed ik vroeger. De ervaring heeft me geleerd dat je juist een stapje achteruit moet doen als een zaal niet wil. Het publiek moet naar mij toe willen komen. Spreek je net iets te zacht, dan gaan ze naar voren leunen. Hè, wat zegt hij? Dat samenspel met het publiek heeft iets weg van een dans. Naarmate je meer ervaring hebt, krijg je er meer gevoel voor.

Het blijft een stel individuen

“Een zaal met weinig publiek is moeilijker te bespelen. De mensen durven dan niet hardop te lachen, zijn stil en bedeesd. Ik denk weleens: kom op mensen, er mag best wat terugkomen. Ik hou niet van een stille zaal, van mij mogen ze gaan joelen. Maar met weinig mensen in de zaal steek je elkaar niet aan. Een grote groep wordt één organisme, een klein publiek blijft een stel individuen.

“Vaak komen mensen na afloop naar me toe om zich te excuseren voor de lege zaal. ‘Het spijt me dat we met zo weinig zijn gekomen.’ Je hoort dat ook terug in het applaus: dat klinkt opeens alsof ze er toch met driehonderd man zaten.”

Op 1 juni gaat Smit het repetitielokaal in om eind juni weer de eerste voorstellingen te kunnen geven. Joeri Vos schrijft een nieuwe tekst voor hem en met Emmanuel Ohene Boafo gaat hij de eenakter ‘Precisely’ van Pinter spelen. Alle stoelen uit de schouwburg gaan eruit en er komen tafeltjes met stoelen voor terug. “Dertig man publiek in die grote zaal: daar ga ik mijn hele hebben en houwen in flikkeren. Zonder publiek zijn acteurs niets. Als er geen oor of oog is om iets aan te laten horen of zien, houdt het voor ons op. En zo kunnen we toch iets betekenen voor ons publiek.”

Trijntje Oosterhuis.Beeld Bernd Köhnen.

‘Als artiest moet je altijd alles geven wat je hebt’

 Een uitverkochte Ziggo Dome, dat kende zangeres Trijntje Oosterhuis (47) wel. Maar optreden in de grootste concertzaal van Nederland zonder publiek? Dat was een compleet nieuwe ervaring: “Heel bizar.”

“Ik heb in de Ziggo Dome het lied ‘Voor haar’ van Frans Halsema opgenomen met vier strijkers en een gitarist. Het werd gefilmd door ‘All You Need Is Love’, voor Moederdag. Akoestisch, dat was bijzonder, want dat kan in mijn vak bijna nooit. Als je twintigduizend mensen bij elkaar hebt, is er altijd wel iemand die kucht of hoest, dan kan je niet zonder versterking. Van de filmploeg begreep ik dat het lied ook in de nok goed te horen was.”

Afgelopen week zong Oosterhuis in het Amsterdamse Concertgebouw, onder begeleiding van pianist Hans Vroomans. Ook weer akoestisch, voor tweeduizend lege stoelen. Deze ‘Empty Concertgebouw Session’ is woensdag 3 juni via internet te zien. “Het was mooi en magisch, een prachtige setting. Ik ga niet minder intens zingen als er geen publiek is, ik zing met heel mijn hart. Als artiest moet je altijd alles geven wat je hebt.”

Met publiek is de urgentie groter

“Alleen: het ontroert wel als je merkt dat je iemand raakt met je muziek. Als je ziet dat die landt in iemand anders’ hart. Daarom speel ik ook graag in kleine en intieme settings: dan zie je het gebeuren in de zaal. Met publiek doet mijn muziek er meer toe, de urgentie is groter. Ik zal altijd blijven zingen, maar het is toch fijner als mensen je horen en bevestigen.”

Praktisch punt: zonder publiek zijn er ook geen inkomsten. Samen met haar man nam Oosterhuis de afgelopen maanden ‘Lovestreams’ op: muziek vanuit hun huiskamer, te zien via sociale media. “Het is heel kneuterig en leuk om te doen. Maar vooralsnog is het een gratis iets.”

“En ja, deze crisis raakt ook artiesten die een merk zijn, zoals Candy Dulfer, Ilse DeLange en Anouk. Wij hebben veel mensen in dienst, technici, muzikanten. Bijna geen enkele artiest van ons kaliber heeft een buffer, omdat zoveel mensen van ons salaris moeten eten. Het is een drama.”

Net als andere artiesten zoekt Oosterhuis nu naar nieuwe vormen en techniek, een mix van live en online. Of haar geplande clubtour vanaf september doorgaat, weet ze nog niet. “Het probleem zit bij de zalen. Gaan die wel open voor zo weinig publiek, kunnen die de gage wel betalen. Ik wil graag optreden, alle muzikanten spelen liever dan dat ze thuis zitten.”

Lees ook:

De Raad voor Cultuur wil extra coulance. Zijn musea, bioscopen en theaters al klaar voor heropening?

Voor de culturele sector betekent de coronacrisis een ‘nachtmerrie’; daarom is extra coulance gewenst, zegt de Raad voor Cultuur. Maar zijn de instellingen zelf eigenlijk wel klaar voor (gedeeltelijke) heropening?

Anderhalvemeterkunst: ‘garderobe is niet meer nodig, past op de lege stoel naast je’

Geen symfonieorkest, wel strijkjes. Geen theaterspektakels, wel dialogen. Geen stagedivende bands, wel singer-songwriters. Experts vertellen hoe de anderhalvemeterkunst eruit kan gaan zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden