Column

Alles ergert me mateloos, iedereen ergert me, elke dag hetzelfde

Beeld Olivia Ettema

Zondagochtend. Het is of het sneeuwt, maar het zijn de kleine blaadjes van de perenbloesem die, nu het afgelopen nacht weer eens gevroren heeft, besluiten dat het genoeg is geweest. 

De tulpen, tot gisteren nog fier recht overeind, hangen krom, ook zij buigen het hoofd voor de temperatuur. Twee kramsvogels maken ruzie met een ekster: de kramsvogels nestelen in de tuin of in elk geval vlak in de buurt en die ekster moet weg. Keer op keer maken ze duikvluchten. De gaaien heb ik al even niet gezien, waarschijnlijk zijn die al eerder door de kramsvogels verjaagd. Zondagochtend in de Eifel, alles is ver weg. Op Tzum lees ik een bespreking van ‘Hooiberg’, de laatste Koos van Zomeren. Coen Peppelenbos omschrijft zijn stijl als ‘precies’, en zo heb ik het ook benoemd in een brief aan Koos. Ik ben niet van de straat, ik zou zo recensent kunnen worden. Maar dat wil ik niet.

Dat wil ik niet omdat ik, soms met moeite, schrijven en iets vinden van iets gescheiden wil houden. De enige recensenten met wie ik op Facebook bevriend ben zijn Arie Storm en de al eerder genoemde Coen Peppelenbos. Alle anderen houd ik bij me weg. Ik wens geen welwillende bespreking van mijn werk, ik heb geen zin in vriendjespolitiek. Ik zie op Facebook trouwens ook een aanstaand boek van Arie langskomen: ‘Het horrortheater van de Nederlandse literatuur’. Dat gaat me wat worden: “Dit boek biedt een beeld van de literatuur dat in elk opzicht eerlijk en onthullend is. Het horrortheater van de Nederlandse literatuur is een hartstochtelijk, vaak geestig maar soms ook woedend essay in de vorm van een gloedvolle roman. Scherp, geniaal en scandaleus.” Het zal een van de laatste dingen zijn die ik zie op Facebook. Alles ergert me mateloos, iedereen ergert me, elke dag hetzelfde, en het komt me voor dat als ik me erger aan anderen, anderen zich vast ook aan mij ergeren.

Complottheorieën

Ik lees raar momenteel. De ene avond vind ik het lezen van het nieuwe boek van Eva Meijer een saaie bedoening, de avond erop zie ik ineens dat ze mooi schrijft en wil ik verder, wil ik weten waar het allemaal naartoe gaat. Wat kan er dan in de dag die daartussen zat gebeurd zijn? Ik lees veel vrouwen, na Eva komt een oud boek van Saskia de Coster en ergens in mijn Eifelhuis slingert de nieuwe Manon Uphoff rond. Daarvoor ben ik een beetje huiverig omdat ik op Twitter zo veel goeds en jubelends langs zie komen dat het is alsof er iets anders achter zit dan alleen positieve lezersreacties. (Mede gevoed door het feit dat ik het boek ongevraagd thuisgestuurd kreeg door de betreffende uitgever.) Ook dat doen Facebook en Twitter: eens lekker onbekommerd en onbevooroordeeld ergens aan beginnen is er niet meer bij, en ondertussen worden dingen in mij gevoed waarvan ik dacht geen last te hebben.

Complottheorieën, bijvoorbeeld.

Ach, het literaire leven. Dit en dat en die en die en zus en zo. Nog iets van de sociale media: als je collega’s volgt, virtueel bevriend bent met schrijvers, heffen alle vijfsterrenrecensies elkaar op: het zijn er zó veel dat je denkt: allemaal gefeliciteerd met je vijf sterren, maar ik weet niet wat te kiezen en morgen worden er virtuele vissen in verpakt.

En dan kies je in plaats van Manon Uphoff voor de vierde keer voor ‘Het bureau’, en ben je maanden onder de pannen met het lezen van een overleden schrijver die nooit meer roeptoeteren zal.

Ondertussen zijn de geelgorzen neergestreken onder het vogelvoederstation en is de rust weergekeerd. Ze kunnen goed samen met de vinkjes en de ene roodborst.

Gerbrand Bakker schrijft met Franca Treur om beurten een column over lezen, schrijven en het literaire leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden