Review

Allemaal stoppen voor een ijsje

Uitg. Zirkoon: Andrew Kulman: 'Stop!', vert. Leonie Noordewind, f 22,50, v.a. 2 jaar; en Virginia Miller, Martin Waddell: Tobbe Tedje, vert. Mia Sorella, f 19,95, v.a. 2 1/2 jaar; uitg. Middernacht Pers: Barbro Lindgren en Eva Eriksson: 'De auto van Max', 'De beer van Max', 'Het potje van Max', 'De kar van Max' en 'Het badje van Max', vert. Maydo van Marwijk Kooy, f 9,90 per deel, v.a. 1 1/2 jaar; en Anna-Clara Tidholm: 'Klop, klop, klop', vert. Maydo van Marwijk Kooy, f 18,50, v.a. 2 jaar; uitg. Mano: Eva Janikovsky en Laszlo Reber: 'De plensbui', vert. Muci Blom-Kocsis en Gerda Mensinkvan den Boom, 38 p, f 13,75, v.a. 6 jaar; en Gabor Devecseri, Laszlo Reber: 'Koekeloeren', vert. Jenny Boekhout, 32 p, f 14,90, v.a. 5 jaar.

LIEKE VAN DUIN

Bij Zirkoon verscheen onlangs 'STOP!', het debuut van de Britse grafisch ontwerper Andrew Kulman, dat beslist iets bijzonders is. Het verhaallijntje is dun: al het verkeer, op politie en brandweer na, moet stoppen voor 'even een ijsje'. Maar de prenten zijn des te sprekender: taxi's, race-auto's, skateboarders en politie-auto's zijn in heftig swingende lijnen neergezet. Alles zoeft en beweegt tot de huizen toe. De stoplichten krommen zich van inspanning om licht uit te stralen en de schuinstaande wielen schreeuwen hun snelheid uit, zoals wielen op prenten uit de jaren vijftig dat ook wel deden. Toch zijn het absoluut geen gelikte striptekeningen en dat komt door de techniek: Kulman heeft linosneden gemaakt en over de afdrukken heel dun papier gelegd dat de verf opzuigt. Daardoor ontstond een levendig, onregelmatig stippeleffect, waar de ondergrond doorheen schijnt en dat de prenten het karakter van handwerk verleent. Heerlijk, eindelijk een artistiek verantwoord prentenboek over auto's!

Eveneens bij Zirkoon verscheen 'Tobbe Tedje' van Virginia Miller, uit de 'school' van Helen Oxenbury, met tekst van Martin Waddell. Het is opvallend veel beter dan 'Pieperde-piep', haar vorige boek: evenwichtiger, zachter van lijn en kleur, en gedetailleerder uitgewerkt. Samen met de cadansrijke tekst van Martin Waddell doet dit boek over een beertje dat in een wastobbe gaat varen in kwaliteit niet onder voor bijvoorbeeld 'Welterusten, kleine Beer' van Barbara Firth.

Middernacht Pers is vooral sterk in Zweedse prentenboeken, en wel die van de illustratrice Eva Eriksson, met tekst van Barbro Lindgren (geen familie van Astrid) en nu ook van Anna-Clara Tidholm. Bij vergelijking met de Zweedse prentenboeken die Querido uitgeeft, van Anna Hoglund en Pija Lindenbaum, valt op dat er zich duidelijk een Zweedse prentenboekstijl ontwikkelt, onder meer gekenmerkt door figuurtjes met grote, ronde hoofden, stekeltjes en puntneuzen, en interieurs met veel hout en het bekende dwarsgestreepte vloerkleedje. Maar terwijl Hoglund diep in dromen en fantasie onderduikt en naar het absurde neigt, zijn Eva Eriksson en Anna-Clara Tidholm, die voor jongere kinderen werken, realistischer. De reeks van vijf prentenboekjes over de parmantige peuter Max met zijn hond en knuffelbeer is sterk: de verhaaltjes, levendige sketches uit het peuterleven, zijn op een frisse manier geschreven en getekend en hebben niets zoetigs of snoezigs. Vooral 'Het potje van Max' en 'De beer van Max' zijn prachtig, onder meer door de rol die de hond speelt. Een aanwinst voor de allerjongsten, waar weinig goeds voor verschijnt.

Origineel is het felgekleurde 'Klop, klop, klop' van Anna-Clara Tidholm. Het boekje is als een huis met verschillende deuren; steeds stelt een pagina een deur voor. Door het omslaan van die pagina open je de deur, waarachter een kamer te zien is met onverwachte bewoners. Peuters zullen het spannend vinden te raden wat er achter de deur zit. Een mooi raad- en speelboekje, sterk in eenvoud.

Uitgeverij Mano publiceert met name het werk van de in Hongarije zeer bekende kinderboekenschrijfster Eva Janikovsky, geillustreerd door Laszlo Reber. Van de nieuwe boeken van Mano is 'De plensbui' sterk door de tekst, en 'Koekeloeren' door de illustraties.

'De plensbui' is een schitterend verhaal over twee kinderen die tijdens een regenbui volkomen in hun fantasiespel opgaan. De jongen speelt dat hij ruimtevaarder is en het meisje dat ze indiaan is. Als ze elkaar bij een bushalte ontmoeten fantaseren ze samen verder onder een paraplu, waarbij elk van hen het spel naar de eigen hand probeert te zetten, de jongen naar zijn ruimtevaartwereld en het meisje naar haar indianendorp. Daardoor krijgt het verhaal iets springerigs en roept de schrijfster een spanning op, die door de consequent volgehouden fantasiewereld tot het eind toe intact blijft. Het verhaal is buitengewoon geestig, juist omdat de kinderen zichzelf in hun rol zeer serieus nemen.

Rebers illustraties in dit verhaal uit 1976 hebben weinig om het lijf: hij maakte betere in de andere boeken van Janikovsky die Mano publiceerde. Veel geraffineerdere ook maakte hij dit jaar voor 'Koekeloeren', met kinderversjes over dieren van Gabor Devecseri uit 1945. Zijn uitgangspunt - sterk gestileerde, vignet-achtige tekeningetjes in gesloten lijnen - is hetzelfde gebleven, maar zijn werk is nu cerebraler, met meer ironie en zeggingskracht.

De nonsensversjes zullen in het Hongaars vast goed klinken maar in het Nederlands komen ze wat gekunsteld over en lopen ze niet allemaal even lekker. Reber en Janikovsky zijn echter namen om te onthouden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden