Review

Allegri is de laatste die weet heeft van de onbeschrijflijke macht van de melodieën

Helmut Krausser: Melodieën of Aanvullingen op het kwikzilveren tijdperk. Vert. Ria van Hengel. De Geus, Breda; 768 blz. - ¿ 79,90.

HANS ESTER

De roman bezit twee grote verhaallijnen. De belangrijkste van de twee begint kort na 1500. Het is een tijd van revolutionaire veranderingen. De Reformatie hangt in de lucht en wacht op degene die moedig genoeg is om als advocaat van de nieuwe tijd op te treden. Het middeleeuwse wereldbeeld begint te wankelen onder de aanslagen van de Renaissance-mens, die het leven op zichzelf van waarde acht en die nieuwsgierig is naar de ware samenhang der dingen. Paracelsus (die eigenlijk Theophrast Bombast von Hohenheim heette) is zo'n onrustige geest die naar het element zoekt dat de materie geest en leven verschaft.

Castiglione, de hoofdfiguur van de eerste verhaallijn, is net als Paracelsus een alchemist. Hij probeert goud te maken uit onedele metalen. De vorst van een klein Italiaans hertogdom raakt in zijn experimenten geïnteresseerd, tot het bedrog uitlekt.

Maar Castiglio weet zich opnieuw een bijzondere positie bij de hertog te verschaffen. Wat met de alchemie niet is gelukt, probeert Castiglio opnieuw met de muziek. Hij vindt inderdaad zesentwintig tropoi, melodieën die alle menselijke emoties omvatten, die deze emoties kunnen oproepen en ze vervolgens kunnen beheersen.

Door een voortijdige, gewelddadige dood kan Castiglione het nieuwe evangelie van de melodieën niet meer aan de mensheid verkondigen. Helaas loopt het ook met Andrea, zijn assistent, niet goed af. Na een demonstratie van de kracht van de melodieën - blinden kunnen weer zien en lammen weer lopen - wordt eerst zijn tong afgesneden en daarna wordt hij terechtgesteld. Kort voor de executie heeft Andrea echter aan zijn biechtvader enkele van de melodieën kunnen doorgeven.

De roman volgt de lotgevallen van de melodieën tot in de zeventiende eeuw, wanneer de kennis van de melodieën nog gedeeltelijk bewaard is gebleven in een geheim genootschap. De componist Allegri is de laatste die weet heeft van de onbeschrijflijke macht van de melodieën. Hij deelt zijn geheim met de castraat Pasqualini, die als zanger in het koor van de Sixtijnse kapel is aangesteld.

De tweede, hedendaagse verhaallijn is die van de Münchense fotograaf Alban Tüubner die tijdens een verblijf in Italië door toeval in contact komt met de Zweedse professor Krantz. Die haalt hem over om met hem naar Rome te reizen om daar iets bijzonders te fotograferen: de keldergewelven onder het vroegere huis van Pasqualini. Krantz probeert namelijk, evenals enkele rivaliserende wetenschappers, achter het geheim van de melodieën te komen. Hij deinst zelfs niet terug voor diefstal. Tüubner raakt door alle intriges het spoor bijster en belandt tenslotte in een psychiatrische inrichting.

Dat het hele boek interessant is, zal ik niet durven beweren. Buitengewoon spannend en knap geschreven is het levensverhaal van Castiglione en zijn knecht Andrea. De spanning verdwijnt jammergenoeg als die duivelse Castiglione door enkele Minderbroeders de hersens wordt ingeslagen.

Het verhaal rond Tüubner en Krantz is door de geschiedenis van de melodieën heen gevlochten, soms verrassend als eigentijds contrast, soms irriterend. De irritatie heeft te maken met het feit dat het nadenken over de geestelijke leegte van de twintigste eeuw niet meer te bieden heeft dan enkele grillige gedachtenkronkels van een excentrieke Zweedse professor. Hier heeft de schrijver een unieke kans laten liggen. In dit opzicht is Umberto Eco's 'De naam van de roos' veel geslaagder dan 'Melodieën' die met Eco's roman in zekere mate verwant is. Kraussers boek zou een meesterwerk zijn geweest wanneer hij de essentie van die onzekere tijd rond 1500 met onze labiele jaren voor het nieuwe millennium in verband had gebracht.

'Melodieën' is wel een uitermate geleerde roman in die zin dat er nogal wat kennis van mensen en gebeurtenissen uit de cultuurgeschiedenis van Europa wordt verondersteld. Wie kardinaal Cusanus niet kent, zal het revolutionaire van zijn denken over God niet aanvoelen. Goethe's 'Faust' speelt op de achtergrond een constructieve rol, bijvoorbeeld met de Homunculus, de door mensenhand gebouwde mens, die overigens ook weer naar Paracelsus verwijst. Nietzsche is alom aanwezig en zo kunnen we nog even doorgaan. De roman zou een goede test zijn voor studenten cultuurgeschiedenis. Krausser heeft ongetwijfeld veel talent. De volgende keer moet hij daar anders mee woekeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden