Boekrecensie

Alleen voor de rechter schepte SS-Leider Albin Rauter niet op over zijn prestaties

SS-generaal Albin Rauter (midden) tijdens zijn proces in Den Haag na de Tweede Wereldoorlog. Beeld ANP

SS-leider in Nederland Hanns Albin Rauter was een gedisciplineerde uitvoerder van de Joden-vervolging. Hij achtte zijn geweten zuiver.

Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart kreeg vanwege zijn manke been de bijnaam ‘Zes-en-een-kwart’. Ook de kleinburgerlijkheid van NSB-leider Anton Mussert was het onderwerp van spot. Eigenlijk maakten Nederlanders grappen over alle leiders die tijdens de bezetting aan de foute kant stonden. Op één uitzondering na, zou Loe de Jong, de nationale geschiedschrijver van de Tweede Wereldoorlog, ooit hebben gezegd: Hanns Albin Rauter (1895-1949). Met de Höhere SS- und Polizeiführer in den Niederlanden viel niet te spotten.

Zijn uitstraling boezemde angst in. De Oostenrijker was 1,94 meter lang. Hij had een kille blik. Littekens van duels uit zijn studententijd markeerden zijn gezicht. Maar wie de doorwrochte biografie ‘Rauter. Himmlers vuist in Nederland’ leest, begrijpt dat de vrees voor deze nazi niet alleen op uiterlijkheden viel terug te voeren. Theo Gerritse, voor zijn pensionering journalist bij Het Parool, Vrij Nederland en het Algemeen Dagblad, werkte tien jaar aan dit portret van de man die wel is betiteld als een ‘tweede Alva’.

Keurige gezinsman

Rauter was liever lid geworden van de SA, maar kwam daar niet door de selectie. Bij zijn tweede keus groeide hij snel uit tot een model-SS’er. Vooroorlogse beoordelingen prezen al zijn ‘onwankelbare’ nationaal-socialistische overtuiging en zijn ‘strijdlustige natuur’. Ook zijn ascetische houding oogstte lof: “Geen neigingen tot uitspattingen.”

In later jaren zou hij aan die karakterschets blijven voldoen. Waar velen van zijn geestverwanten persoonlijk afzakten tot een bedenkelijk moreel peil, viel de keurige gezinsman Rauter niet te betrappen op uitspattingen of zelfverrijking. Professioneel deed hij zijn uiterste best om te voldoen aan dezelfde hoge standaard. Dat betekende bevelen strikt uitvoeren, zelfs nog een beetje beter je best doen dan strikt noodzakelijk, en verder ook alles doen wat in het belang was van het Derde Rijk. Weerstand en ook de aan het einde van de Tweede Wereldoorlog steeds voorspelbaardere nederlaag leken hem alleen maar fanatieker te maken.

Albin Rauter inspecteert samen met Mussert troepen in Den Haag, 1943. Beeld ANP

Rauter was voor alles een product van de Eerste Wereldoorlog. In dienst van het Oostenrijkse leger keek hij de dood ‘wel honderd keer’ in de ogen. “Dan word je hard.” Het ressentiment over het oorlogseinde motiveerde hem tot politieke activiteiten in paramilitaire, extreemrechtse groeperingen van oud-strijders zonder blijvend succes. Pas na aansluiting bij de Duitse nationaal-socialisten zat het tij mee voor hem en gelijkgestemden echt mee.

Tot zijn eigen verassing kwam Rauter in 1940 in Nederland terecht. Hij prees zijn nieuwe post als een ‘wonderschoon’ en ‘cultureel hoogstaand’ land. Een man van de Oostenrijkse bergen in de vlakke polders, was dat niet vragen om heimwee naar de bergen? Nee, bezwoer hij. In werkelijkheid reisde hij zo vaak mogelijk naar zijn geboortegrond. Eén keer werd het Himmler zelfs zo gortig, dat die ingreep en een van Rauters vakanties bekortte.

Über-ijverig

Veel van Rauters energie in Nederland ging zitten in interne twisten in nationaal-socialistische kring. Hij kon niet met alle Duitsers en Oostenrijkers die net als hij in het bezette gebied aan de Noordzee waren gedetacheerd, evengoed door één deur. Mussert vond hij halfslachtig. Rauter moest er al helemaal niet aan denken dat de NSB-leider, zoals die ambieerde, ooit een soort minister-president van een Nederland binnen het Derde Rijk zou worden. In dat geval, liet Rauter in besloten kring alvast weten, zou hij zijn ontslag indienen.

Auteur Theo Gerritse

In een kerstwens aan de chef van de Berlijnse Ordungspolizei uitte hij eind 1941 wel zijn tevredenheid over alles wat hij voor elkaar had gebokst in Nederland. Er was “een toestand van rust ingetreden, die - men kan het echt zeggen - een voorbeeld voor de rest van de bezette gebieden genoemd kan worden”. In werkelijkheid ging het er in Rauters werkgebied niet zo ordentlijk toe. Los van animositeit tussen nationaal-socialisten onderling, voegde Nederland zich maar lastig naar de nieuwe werkelijkheid. Vanaf 1942 met kerende krijgskansen en een steeds actiever verzet werd het alleen nog maar lastiger.

Met Aktion Silbertanne kon op zijn bevel een geheim moordcommando represaille-liquidaties uit gaan voeren. Ondertussen toonde Rauter zich tijdens de Jodenvervolging al über-ijverig. Voor hem als overtuigd nationaal-socialist en antisemiet was heel veel geoorloofd, zolang de ingrepen maar gedisciplineerd en met een zuiver geweten werden uitgevoerd.

In zijn dadendrang ging Rauter soms zelfs voor nazi-begrippen ver. De gedwongen sterilisatie van gemengd-gehuwde Joden in Nederland was uniek voor bezet Europa.

Lastige hoofdpersoon

Als reactie op de spoorwegstaking van najaar 1944 wilde de Höhere SS- und Polizeiführer heel Amsterdam afsluiten. De bezetter schroomde inderdaad niet snoeihard in te grijpen (met de Hongerwinter als een van de gevolgen), maar dit voorstel vond Seyss-Inquart echt te ver gaan

Bij de boekenkasten die zijn en nog altijd worden volgeschreven over de Tweede Wereldoorlog, komen de daders en hun handlangers er relatief bekaaid af, stelt Gerritse in zijn inleiding. Hij ziet tal van redenen. Daar bovenop dringt een vraag zich op: kun je achter ogenschijnlijk eendimensionale, diabolische boeven nog een mens vandaan toveren?

De biograaf heeft wat dat betreft een lastige hoofdpersoon aan Rauter. Als er één beeld oprijst uit de ruim zeshonderd pagina’s levensverhaal, dan is het dat van een bijna monomane toewijding aan de bruine zaak. Zelfs huwelijk en gezin stonden in dienst van het hogere doel.

Menselijk was hooguit zijn neiging om vrijwel steevast zijn eigen rol bij gebeurtenissen wat groter voor te stellen. Alleen voor het Bijzonder Gerechtshof in Den Haag in april 1948 maakte hij zijn bijdrage wel kleiner dan de werkelijkheid rechtvaardigde.

De aanklager beschikte destijds al over voldoende bewijslast. Gerritse kan het na zijn uitputtende bronnenonderzoek nog exacter weerleggen.

Rauter (midden) inspecteert vrijwilligers die naar het oostfront zullen vertrekken. Beeld ANP

Eigenlijk stond het vonnis ook al vooraf vast. Rauter, in maart 1944 net aan de dood ontsnapt bij een aanslag van het verzet, wist dat en verviel in de loop van het proces in een hem vertrouwde rol, zichzelf opblazend en tegelijkertijd gelovend in zijn onschuld. Of hij niet het zoenoffer voor de Nederlandse natie kon zijn, zodat de levens van al zijn alte Kameraden gespaard konden blijven? Rauter als een soort lam Gods dat wegneemt de zonden der Duitsers.

Rauter kreeg zoals verwacht de doodstraf. Bij de tenuitvoerlegging in 1949 weigerde hij de blinddoek. Hij riep hard ‘Duitsland!’ en gaf daarna zelf het commando ‘Vuur!’ Het Nederlandse executiepeloton gehoorzaamde ook nog.

OordeelDoorwrochte biografie op basis van uitputtend onderzoek

Theo Gerritse
Rauter. Himmlers vuist in Nederland
Boom; 748 blz. € 39,9

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden