De nieuwe vleugel van Museum Arnhem.

RecensieMuseum Arnhem

Alleen al het uitzicht is een bezoek aan het vernieuwde Museum Arnhem waard

De nieuwe vleugel van Museum Arnhem.Beeld Hanne van der Woude

Gaan we voor de kunst of voor de architectuur en het uitzicht? Die vraag zou wel eens kunnen gaan meewegen bij een bezoek aan het verbouwde Museum Arnhem. Zo mooi zijn de vergezichten vanuit de nieuwe vleugel dat de ogen al snel afdwalen van de kunst. Maar dat komt ook door de rommelige en belerende presentatie.

Henny de Lange

“Hiervoor wil je toch wel de reis maken vanuit de Randstad. Ongelooflijk.” De bekende Duitse journaliste Annette Birschel, woonachtig in Amsterdam, kan er niet over uit. Zo mooi vindt ze het uitzicht over het Rijndal vanuit de nieuwe deels zwevende vleugel van Museum Arnhem. Ze is niet de enige die onder de indruk is op de persdag die het museum deze week organiseerde om de verbouwing en uitbreiding te presenteren.

Je komt ogen tekort als je aankomt bij het museum voor moderne en hedendaagse kunst, dat na een sluiting van bijna vijf jaar vandaag weer opengaat voor het publiek. Het maakt niet uit of je (komend vanaf het station) boven op de stuwwal staat, waar de ingang is. Of dat je bij de Rijnoever aan de voet van de wal het pad omhoog volgt naar de entree.

De eerste aanblik is in beide gevallen een feest. Boven worden de bezoekers verwelkomd door het 3,5 meter hoge beeld Asis Rafiki (Swahili voor Zonnevriend), een nieuw werk van de Keniaans-Nederlandse kunstenaar Monika Dahlberg. Half dierlijk-half menselijk is het wezen met Micky-Mouseachtige oren, een gouden masker, knalrode getuite lippen en enorme billen. Daarnaast ligt de Borstentros (2010), een verzameling borsten in glas, van Maria Roosen. Het zijn de blikvangers in de beeldentuin die ontwerpers Karres en Brands schitterend hebben opgeknapt met als centraal punt de rode beuk, waar de nieuwe vleugel min of meer omheen is gebouwd.

Glinsterend bouwwerk in de lucht

Aan de voet van de stuwwal is er een heel andere sensatie. Daar zweeft zomaar een in de meizon glinsterend bouwwerk in de lucht, tussen de kruinen van de bomen op de steile helling. Pas als je omhoog loopt zie je dat het deel uitmaakt van een lange ‘doos’. De nieuwe vleugel, ruim 80 meter lang en 20 meter breed, hangt als een letterlijke ‘cliffhanger’ deels boven het Rijndal. Vijftien meter steekt hij uit vanaf de top van de steile stuwwal. De gevels zijn bekleed met 82.000 keramische tegels. Het kleurverloop – van gebroken wit en ijsblauw naar donkere, aardse tinten – verwijst naar de locatie van het museum op de door een gletsjer ontstane stuwwal, die de overgang vormt tussen het rivierenlandschap en de Veluwse heuvels.

En dan te bedenken dat de architecten Joost Vos en Saartje van der Made van het bureau Benthem Crouwel de uitbreiding aanvankelijk grotendeels ondergronds wilden realiseren. Ook de vier andere architectenbureaus die meededen aan de besloten prijsvraag, kozen voor die oplossing om het museum met de gewenste 550 m² te kunnen uitbreiden.

Het ‘eureka-moment’ kwam toen ze nog een keer gingen kijken om de plek te ‘ervaren’, vertelt Van der Made. Vos, geboren in Arnhem: “Als ik als kleine jongen door mijn ouders werd meegenomen naar het museum, rende ik in de oude Rijnzaal altijd meteen naar het grote raam met uitzicht op de rivier. Als we in de stuwwal zouden bouwen, zou dat mooie vergezicht er niet meer zijn.” Om de kwetsbare wal, die in de laatste ijstijd is ontstaan, niet te belasten met zware steigers, is de nieuwbouw vanaf een soort glijbaan centimeter voor centimeter uitgeschoven boven de afgrond. Deze techniek wordt vooral toegepast in de bruggenbouw.

Het hart van het museum

De verbouwing en uitbreiding waren nodig, omdat het museum te klein was en niet meer voldeed aan de huidige klimaat- en veiligheidseisen. Hart van het museum is het neo­classicistische zeshoekige koepelgebouw met twee lage zijvleugels, dat in 1873 door architect Cornelis Outshoorn (bekend van het Amstelhotel en het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam) werd ontworpen in opdracht van de Arnhemse Heerensociëteit. In 1920 trok het Gemeentemuseum Arnhem erin. Om zoveel mogelijk schilderijen te kunnen laten zien, werden heel veel ramen dichtgemaakt. Bij de Slag om Arnhem (1944) werd het gebouw zwaar beschadigd. Na de oorlog werd het hersteld en in de jaren vijftig door architect Frits Eschauzier uitgebreid met een nieuwe vleugel met de fameuze Rijnzaal. In de jaren negentig volgde nog een aanbouw van Hubert-Jan Henket, die onderdak bood aan de entree, museumwinkel en café.

Een hokkerig en rommelig museum was het eind 2017, toen de deuren dichtgingen voor de verbouwing. De kosten (23 miljoen euro) zijn betaald door de gemeente Arnhem, eigenaar van het gebouw, en de provincie Gelderland. De later bijgebouwde delen zijn gesloopt om plaats te maken voor de nieuwe vleugel en het monumentale koepelgebouw straalt weer de allure uit die het ooit had. De ramen zijn opengemaakt, zodat er zicht is op de beeldentuin. Die is net als het koepelgebouw toegankelijk zonder museumkaartje. In de koepel zitten de entree, museumwinkel en café Pierre, vernoemd naar oud-directeur Pierre Janssen (1926-2007), die het museum leidde van 1969 tot 1982. Hij was ook een bekende tv-presentator. Met zijn laagdrempelige programma Kunstgrepen, waarvan zo’n honderd afleveringen te zien waren van 1959 tot 1972, wilde hij een groot publiek enthousiast maken voor beeldende kunst. Gemiddeld keken zo’n twee miljoen mensen.

Gericht werk van vrouwelijke kunstenaars verzameld

Picknicken mag ook in de beeldentuin. Achterin leidden brede trappen, die ook als tribune dienen bij voorstellingen, naar een bordes in de nieuwe vleugel. Ook zonder toegangskaartje kunnen mensen hier genieten van het uitzicht. Maar het is natuurlijk ook de bedoeling dat ze naar binnen gaan. Het museum wil er voor iedereen zijn, zegt directeur Saskia Bak. Als eerste in Nederland verzamelt het sinds de jaren tachtig heel gericht werk van vrouwelijke kunstenaars, maar die ‘meerstemmigheid’ moet nog sterker doorklinken.

Daarom gaat het roer om: vaste presentaties van de collectie in kunsthistorisch perspectief zijn er niet meer. “We willen de collectie telkens in een ander perspectief laten zien. Maatschappelijke thema’s als klimaat, uitbuiting, identiteit en lichaam zijn daarbij leidend”, aldus Bak. “We willen in de geest van Pierre Jansen inhaken op wat mensen bezighoudt.”

Maar of Janssen zich zou kunnen vinden in de openingstentoonstellingen is de vraag. Om te beginnen zijn de zalen erg vol. Het is begrijpelijk dat het museum alles uit de kast wilde halen om de heropening te vieren, maar het geheel oogt rommelig en druk. Vooral in de zalen zonder daglicht geeft dat het beklemmende gevoel van een onoverzichtelijke berg huiswerk. Help, waar te beginnen met kijken?

Helemaal woke is het museum

Daarbij zijn de zaalteksten nogal dwingend, soms op het belerende af. Over de schilderijen van koeien van Willem Maris (1844-1910) lezen we dat die ‘ook doen denken aan stikstofproblematiek en boerenprotesten’. Is dat zo, of móeten we dat denken? En de kippen die Sientje Mesdag (1834-1909) schilderde, ‘zijn veel beter af dan de plofkippen en hennen in een legbatterij’. Zo komt een reeks wereldproblemen voorbij, van de omvang van de vlees- en zuivelindustrie tot ontbossing, kolonialisme en de genderproblematiek. En daar zijn dan passende kunstwerken bij gezocht, lijkt het. Kortom, helemaal woke is het museum, maar aan de verbeelding wordt weinig overgelaten; je moet hier op een bepaalde manier kijken.

Toch nog maar even proberen te genieten van de schilderijen van Jan Mankes. Vooral zijn Vaas met jasmijn (1913), zo ijl en dromerig geschilderd, weet altijd te ontroeren. Maar nee, het beleven van schoonheid moet wijken voor de vraag wat ‘een queer-ecologische kijk’ zou kunnen zijn op bloemen.

Bij het kijken naar kunst wil je ook even kunnen uitblazen, zei Pierre Janssen ooit. Die uitblaasplekken blijken hard nodig in Museum Arnhem. Gelukkig plaatsten de architecten op de mooiste uitkijkplekken grote ramen.

Drie tentoonstellingen

Museum Arnhem gaat vandaag weer open met drie tentoonstellingen. Tenminste Houdbaar Tot (tot 19 januari 2023) gaat over de relatie tussen mens en natuur. Van Links naar Rechts (tot 23 november) biedt een nieuwe kijk op een eeuw neo-realisme. De educatieve presentatie Open (tot 2024) laat publiekslievelingen zien.

Lees ook:
Kunst zappen in de kelder van het Stedelijk Museum

Wie in vogelvlucht door honderd jaar kunstgeschiedenis wil gaan, kan vanaf morgen terecht in het Amsterdamse Stedelijk Museum. Schilderijen, design, foto’s, sculpturen zijn kriskras door elkaar te zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden