Review

'Alle drie hetzelfde meegemaakt, alle drie andere herinneringen!'

Aan de romans van F. Springer gaat vrijwel altijd de bekende waarschuwing vooraf dat de personen en gebeurtenissen in het boek zijn ontsproten aan de verbeelding van de schrijver. In het algemeen betekent zoiets vermoedelijk dat er juist veel autobiografische elementen en herkenbare realiteit in het verhaal zijn verwerkt, maar dat de schrijver de aandacht daarvoor wil afbuigen in de richting van de verbeelding. Hij wil duidelijk laten weten dat zijn verhaal een verhaal is en geen geschiedenis, waarin alles zich werkelijkheidsgetrouw afspeelt.

Zijn nieuwe roman 'Kandy' besluit Springer zelfs met een kloeke 'Aantekening' waarin hij deze kwestie aan de orde stelt. Hij schrijft: “Net als Fergus Steyn verliet ik Java na de oorlog met HMS Venerable. Ook ik begon toen aan mijn eerste dagboek, ook ik was in Kandy, vond in Bangkok mijn vader terug en repatriëerde in 1946. Net als Steyn werd ik uitgenodigd over die episode een voordracht te houden. Hij deed het niet, ik wel. Mijn tekst is te vinden in de bundel Het onbekende vaderland, Sdu uitgeverij, 1994. Steyns verhaal en het mijne dekken elkaar slechts schijnbaar(. . .). Allebei zullen wij altijd blijven volhouden dat het eigen verhaal de waarheid is, maar dat doet ieder mens.”

F. Springer deelt zijn initialen en nog veel meer met zijn personage Fergus Steyn, maar hij ontkent dat hun verhalen zouden samenvallen. Dit lijkt een spelletje, een eentweetje met de verbeelding, maar er zit natuurlijk de gedachte achter dat een roman per definitie geen poging is tot geschiedschrijving. Ik hoef er Springers voordracht niet op na te lezen, want uit 'Kandy' zelf is uit allerlei details wel op te maken dat hier een schrijver uit eigen ervaring put en tegelijkertijd zijn belevenissen naar zijn hand zet, vervormt, omspeelt en ensceneert.

'Kandy' is een van de beste romans die Springer heeft geschreven, minstens zo goed als 'Bougainville' of 'Quissama', beter dan 'Bandoeng-Bandung'. Weer is een plaatsnaam de titel en weer is in die naam een heel complex aan belevenissen samengevat. Zoals uit Springers 'Aantekening' al bleek, gaat het om gebeurtenissen die zich meer dan vijftig jaar geleden hebben afgespeeld op het eiland Ceylon, waar de toen veertienjarige hoofdpersoon met zijn moeder en een groep voormalige Jappenkampbewoners terecht was gekomen. In feite was het de bedoeling naar Bangkok te reizen, waar volgens de berichten de vader verbleef, die het werk aan de Birmaspoorlijn had overleefd, maar een scheepverbinding met Bangkok kwam niet tot stand.

De hereniging van het gezin vond pas plaats na maanden van oponthoud en gedelibereer. In de tussentijd woonden de jongen en zijn moeder in Kandy, in de bergen van Ceylon, in een Engels kampement. De groep vrouwen en hun kinderen daar vormden de zogenaamde Siam Party, zij hadden zich aaneengesloten en weigerden met de boot naar Holland mee te gaan, aangezien zij hun mannen in Bangkok wilden treffen. De kinderen, pubers soms al zoals Steyn, die Taffy werd genoemd, vormden samen een hechte club, waarvan een meisje, Pinkie, de drijvende kracht was. Zij vertegenwoordigde de macht van de fantasie en de jongen wordt al op het vliegdekschip van Java naar Ceylon door haar gefascineerd, een fascinatie die hij zelf op een zeker moment als verliefdheid onderkent.

De wereld van de jeugd daar in Kandy roept Springer schitterend op. Hij laat zijn personage vijftig jaar na dato zijn verleden hervinden - de ondertitel van de roman luidt: 'Een terugtocht' - en hij brengt enkele leden van de jeugdclub bij elkaar. Een reünie is een vast onderdeel in Springers werk. De gepensioneerde zakenman Steyn, voor een lezing gevraagd over zijn repatriëring vijftig jaar geleden, duikt in zijn verleden, herleeft zijn jeugdliefde en de omstandigheden waarin die gedijde. Het komt ten slotte, na al die jaren, tot een ontmoeting tussen die twee: “Daar stond ze, roerloos, en die ogen van toen en nu.”

Pinkie maakt hem zonder het met zoveel woorden te zeggen duidelijk dat ook zij destijds verliefd op hem was. Ze weet alles nog, ook dat het clubje kinderen elkander eeuwig trouw beloofde “tot in den doet”, zoals ze het formuleerden. Er is één onzekere gebeurtenis waarover Steyn graag uitsluitsel zou willen krijgen, maar als hij ernaar begint te vragen, wimpelt zij de vraag af met de woorden: “Niet meer. Te laat.” Met zulke eenvoudige taal weet Springer grote emoties op te roepen. Die liggen in laatste instantie op het vlak van de tijd, het verstrijken van de tijd en het ophalen van herinneringen. Niet sentimenteel, maar altijd met die nuchtere nostalgie waar deze schrijver zich op toelegt.

Op bezoek bij twee van zijn clubgenoten blijkt iedereen zich de dingen anders te herinneren, waarop Steyn zijn armen hulpeloos in de lucht steekt en zegt: “Dat is nou het menselijk geheugen! Alle drie hetzelfde meegemaakt, alle drie andere herinneringen!” Toch lijkt de herinnering van Pinkie en van Steyn wat hun gevoelens voor elkaar betreft wel degelijk parallel te lopen, al wordt dat op het eind niet uitgesproken.

Springer scheert in die slotscène magnifiek langs de afgronden van kitsch en cliché, hij speelt er zelfs mee en maakt het mogelijk dat de oude Pinkie kan zeggen: “Konden we maar terug in de tijd. En wij dan opeens weer die kinderen van toen, Taffy en Pinkie, en dan. . .” Schaamteloos sentimenteel, maar in Springers altijd wat ironiserende, gedistantieerde vertelwijze behoort dit sentiment tot de mogelijkheden. Wie in het algemeen hard is, heeft Gerrit Krol eens gezegd, schept de ideale voorwaarden voor zachtheid. Niet alleen in dit opzicht lijken Krol en Springer, als schrijver, op elkaar.

De roman 'Kandy' is een terugtocht naar de verloren tijd, naar een eerste liefde en een vriendenkring uit de jeugd. Veel is er veranderd, alles eigenlijk, en hoewel het verleden onherroepelijk voorbij is, draagt iedereen zijn versie ervan een leven lang met zich mee. De melancholische kanten hiervan zijn Springer wel toevertrouwd: hij geeft zijn Steyn de gelegenheid zich dingen te herinneren op een manier die zowel precies als emotionerend is. Een goed voorbeeld van deze stijl vormt de alinea waarin Pinkie en haar moeder plotseling afscheid moeten nemen van de anderen, omdat ze met een vliegtuig naar Bangkok meekunnen:

“'Tot in den doet, Taffy,' fluisterde ze in zijn oor. 'Zeg het ook tegen de anderen, tot in den doet.' (Haar adem in zijn oor, haar geur, haar nagels in zijn been - vooral de eerste jaren na het afscheid had hij Pinkie zo goed kunnen ruiken en voelen wanneer hij 's nachts wakker lag.) En weg was ze, voordat hij haar kon vastpakken, tegenhouden. Hij zag haar wegrennen over de binnengalerij, achter haar moeder aan, langs de dansende krijgsmacht die niet op of om keek, 'Moonlight Serenade', en hij zat daar stokstijf op zijn stoel en ging haar niet achterna en hij perste krampachtig zijn lippen op elkaar om niet te huilen zoals zijn moeder nu deed, en ook de moeder van Herman en Bollie.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden