Ik heb een droomAlice Roegholt

Alice Roegholt heeft zichzelf misschien wel aangeleerd niet meer te dromen

Beeld Jorgen Caris

In deze interviewrubriek vraagt de redactie van Trouw aan bekende én minder bekende mensen waar ze over dromen, overdag of ’s nachts. Vandaag: Alice Roegholt.

“Als kind had ik veel terugkerende nachtmerries. Tot het vaste repertoire behoorde een droom waarin ik in het water viel en door drijvend vuilnis zakte. Het water was vol enge beesten, ik schreeuwde maar er kwam geen geluid. Later had ik vreselijke dromen over laag overkomende vliegtuigen, dan schoot ik zwetend overeind en dacht: ‘de Russen komen’. Wat dat inhield wist ik niet, maar ik ben van de Koude Oorloggeneratie en groeide op met angst voor ‘de Russen’: in de kelder hadden we een noodvoorraad blikken, mochten ze onverhoopt komen. Eng was dat je soms deel twee van zo’n droom had als je weer in slaap viel. Op een gegeven moment wist ik in mijn droom dat ik wakker moest worden om de droom te stoppen. Misschien heb ik mezelf toen ook aangeleerd niet meer te dromen, ik herinner me er nu in elk geval nooit wat van.

Ik ben meer van de dagdroom, al herken je die soms pas als je hem vindt. Dat overkwam mij in 1999 toen ik dacht: over twee jaar bestaat de woningwet honderd jaar, hoe leuk zou het zijn om dat te vieren met een museum over volkshuisvesting. Fietsend door Amsterdam kwam ik langs een gebouw met een toren: ‘Het Schip’, in de volksmond. Architect Michel de Klerk, die hier in 1917 woningen ontwierp voor de arbeiders uit de krottenwijken, zei: ‘niets is goed genoeg voor de arbeider die al zo lang zonder schoonheid heeft moeten leven.’ In het gebouw zat ook een postkantoortje. Ik was ver­rast door het prachtige, maar verwaarloosde interieur: het werd niet meer opgeknapt omdat het definitief ging sluiten. Ik dacht: dit moet de wereld zien, hier wil ik het museum beginnen.

Oog voor de menselijke maat

Het arbeiderspaleis van De Klerk is een hoog­tepunt van de Amsterdamse School, een bouwstijl ontstaan uit een geniale samenwerking tussen architecten, kunstenaars, politici en opdrachtgevers. Er zijn veel voorbeelden van in Amsterdam, maar hoewel ik Amsterdammer ben, was ik me er lang nauwelijks van bewust. Pas door mijn zoektocht naar een museum ben ik, net als veel van onze bezoekers, met andere ogen naar de stad gaan kijken.

Ook in andere landen had men in dezelfde tijd dit soort bijzondere bouw. In Spanje had je, iets eerder al, Gaudi; in Duitsland architect, stedenbouwkundige en totaalkunstenaar Bruno Taut. In een nieuwe tentoonstelling besteden we nu aandacht aan Taut, vooral aan zijn vroege werk, dat heel fantasievol was. Zijn kleurrijke, vrolijke architectuur, met oog voor de menselijke maat, gaf mensen vreugde en warmte in een periode van malaise na de Eerste Wereldoorlog. Hij kende Michel de Klerk en dacht net als hij out of the box. Ze waren vernieuwend en idealistisch – hun utopieën hebben de wereld mooier gemaakt.”

Alice Roegholt (1955) is oprichter en directeur van museum Het Schip in Amsterdam. De tentoonstelling ‘Bruno Taut: De fantasie voorbij’ is te zien van 6 maart t/m 18 oktober.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden