BoekrecensieZomer

Ali Smith laat kleine pluisjes Einstein de wereld in zweven

Ali SmithBeeld EPA

Met Zomer besluit Ali Smith haar virtuoze seizoenskwartet; een romancyclus geschreven op de huid van onze verwarde tijd.

Had u een beetje de zomer waar u op hoopte? Toch wel, ondanks de uitzonderlijke omstandigheden? Op geen ander seizoen projecteren wij zo onze verlangens – naar tijd, naar zon, naar vrijheid.

In het deze zomer verschenen laatste deel van haar seizoenskwartet zet Ali Smith al die zomerse clichés op de helling, we konden ons er al op verheugen. Zomer verschijnt vier jaar na het eerste deel Herfst, dat vlak na het brexit-referendum in 2016 uitkwam. Winter (2017) en Lente (2019) volgden. Wat voor Smith begon als een experiment om ons verwarde heden direct te vangen, om bovenop het nieuws te schrijven, net als Charles Dickens dat in zijn tijd deed, groeide uit tot een romancyclus die de hele twintigste eeuw beslaat.

Prikkelend in tijdsprongen en parallellen, flitsend in taal: zo opent ieder deel met een heerlijk ritmische monoloog die de stemming van het moment peilt. (‘Iedereen zei: en? Als in nou en?’, klinkt het onverschillig op de eerste pagina in Zomer). Ongerijmde, soms magische gebeurtenissen bieden enig tegengif tegen oorlog, verwoesting en ander onheil. Smith strooit royaal met verhalen en beelden. Ze haalt, naast auteurs als Dickens en Shakespeare, werk van (onbekendere) kunstenaars als Pauline Boty, Tacita Dean en Barbara Hepworth erbij.

Zomer begint in februari 2020, als de hitte Australië in brand zet en de eerste berichten over een nieuw virus beginnen door te sijpelen. Sacha (16) en haar broertje Robert (13) zitten elkaar dwars, zoals alleen broers en zussen dat kunnen. Terwijl Robert zich hult in dodelijk cynisme, bekommert Sacha zich om de dakloze man in haar buurt. Hun moeder Grace probeert haar impulsieve kinderen in het gareel te houden, het levert scherpe typische ouder-kind gesprekken op, door Smith fenomenaal losjes opgetekend.

Smith's plezier in taal spat ervan af in haar nieuwe boek Zomer.Beeld Getty Images

De handeling wordt aangejaagd door Grace die zich de openingszin van Dickens’ David Copperfield probeert te herinneren: “Of ik zelf dan wel een ander de held van deze geschiedenis worden zal, zullen de volgende bladzijden moeten leren”. In al zijn vreemdheid – want hoe kun je níet de hoofdrol spelen in het verhaal van je eigen leven? – is dit de vraag voor de jongeren, de generatie van Sacha en Robert en de vraag die Zomer stelt. Kunnen zij een hoofdrol spelen in hun eigen geschiedenis, of hebben de generaties voor hen de zaak al zodanig versjteerd dat de zondvloed onontkoombaar is? Hoeveel toekomst, hoeveel ruimte hebben ze nog?

Andere zomers

Vanuit dat door brexit, klimaatcrisis en Covid-19 gekleurde gure heden springt Zomer vrijelijk naar eerdere zomers: die van 1940 en 1989, zonnig wel, onbezorgd bepaald niet. De historische parallellen liggen voor het oprapen, maar Smith maakt daarnaast duidelijk dat niemand kan ontsnappen aan zijn eigen tijd. In 1940 vinden we Daniel Gluck, die we al kenden uit Herfst, en zijn jongere zus Hannah. Daniel belandt als ongewenste vreemdeling in een Brits interneringskamp, terwijl Hannah in het bezette Frankrijk haar weg zoekt. Haar acrobatische toeren om te overleven vormen de indrukwekkendste passages in het boek.

In de zomer van 1989 zit de jonge actrice Grace in een impasse, net als de versteende koningin die ze speelt. Niet Shakespeares vrolijke Midsummer Night’s Dream vormt het decor, maar The Winter’s Tale, een veel duisterder verhaal over een wispelturige en achterdochtige koning die zijn vrouw doodt en zijn dochter verbant. Aan het eind komt zij, herenigd met haar dochter, weer tot leven. Smith roept hierbij een beeld van Barbara Hepworth op dat in de werkelijkheid in de Tweede Wereldoorlog verloren ging: de kleine magie waartoe de schrijver in staat is.

De grilligheid van de geschiedenis

Sacha, in 2020, weet zeker dat ze in deze wereld geen kind wil krijgen, want wat voor toekomst heeft het? Maar was ze er zelf geweest als haar voorouders zo gedacht hadden? Alle vier de romans, Zomer het meest, benadrukken de grilligheid van de geschiedenis. Met een plotwending die Dickens naar de kroon steekt brengt Smith personages uit Herfst, Winter en Zomer bij elkaar. Dat het er niet te dik bovenop ligt is knap en dat er genoeg rafelige eindjes overblijven alleen maar prettig.

In het streven ons heden direct te vangen gaat Smiths seizoenskwartet ook over de roman. Want waarom zou je nog personages verzinnen, en een verhaal? In een essayistisch intermezzo dat een film van de door oorlog getekende Lorenza Mazzetti beschrijft, concludeert ze haast berustend dat het heel erg een bewegend beeld is, je moet het eigenlijk zien. Even daarvoor schrijft ze dat ze ook eindeloze statistieken zou kunnen presenteren om duidelijk te maken wat er met de wereld aan de hand is. Maar dat doet ze niet. Ze schrijft een roman, toch weer een roman.

Wat kan die? Smith geeft een oud antwoord in een nieuw jasje: de roman maakt het geleefde leven invoelbaar. Ja, ik was blij toen ik ontdekte dat Daniel uit Herfst nog leefde, inmiddels 104, alsof je een oude bekende weer treft. Is het die betrokkenheid bij een personage, bij woorden op papier, die de roman onderscheidt van andere kunsten?

Het is ook het vermogen om de gelaagdheid van de tijd te laten zien. Het beeld van de paardenbloem keert meermaals terug: als de stralende zomerzon, als metafoor van de tijd die alle kanten op kan waaien (in het Engels heet de pluizenbol een dandelion clock) en als beeld voor Einsteins kapsel. Mooi: kleine pluisjes Einstein zweven de wereld in en vinden in de jonge Robert een vruchtbare bodem.

Toen Ali Smith vorig jaar Utrecht bezocht, vertelde ze dat er nog geen letter van Zomer op papier stond, maar dat ze erop vertrouwde dat het boek zich op tijd aan zou dienen. Dat vertrouwen in het vermogen om iets nieuws te scheppen is niet alleen Smiths zelfvertrouwen, maar een vertrouwen in menselijke creativiteit dat doorklinkt in dit hele kwartet. Dat alles gevat in een taal vol woordspelingen en associaties (prachtig vertaald trouwens) waar het plezier vanaf spat. Het mag naïef lijken, maar dat geeft hoop.

Ali Smith
Zomer
Vertaling Karina van Santen en Martine Vosmaer
Prometheus
368 blz.; € 21,99

Lees ook:

‘Lente’ laat zien dat achter alle woorden en verhalen andere schuilen

In ‘Lente’ laat Ali Smith zien dat verhalen altijd op eerdere verhalen rusten, en hoe je om iets te begrijpen van de wereld waarin je leeft op zoek moet naar die eerdere verhalen.

Lees ook:

‘Winter’ is een wonderlijk, meeslepend boek en brengt je op nieuwe gedachten

 In ‘Winter’, het tweede deel van haar seizoenenkwartet, schrijft Ali Smith over de brexit en Grenfell Tower, maar ook over ons hyperbewustzijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden